ARMOE TROEF

Geplaatst op 1 december 2005
Er zijn in 2005 weer meer armen in Nederland dan in 2004. Het meten van de armoede begon in 16e eeuwse Hollandse steden.
Ook de zestiende eeuw kende zijn 'armoedemonitor'. Frauderen met armenzorg was de belangrijkste reden om armenlijsten op te stellen.

In de zestiende eeuw bestond grote armoede. De steden groeiden hard, maar er was niet voor iedereen werk. Daardoor waren veel mensen afhankelijk van de 'bedeling': armenzorg.
Een probleem was soms dat tussen de échte armen oplichters rondliepen. De verzorgers hielden daarom armenlijsten bij, om fraude tegen te gaan. Omdat zij afhankelijk waren van wat de armen zélf vertelden, was het systeem niet waterdicht. In Delft leidden arme Delftenaren de armenverzorgers regelmatig om de tuin.
 
Marij Baliou vertelde bijvoorbeeld dat zij een 'eerzame weduwe' was die in haar eentje vijf kinderen moest opvoeden. Pas twee jaar later ontdekten de armenverzorgers dat Marij hen had bedrogen. Zij woonde toen al enige tijd in Rotterdam en was 'swanger bij een ander'. Het was zelfs 'noch onsecker' of haar eerste man wel dood was. En over Dingnom Jans twijfelden de armenverzorgers al. Zij namen zich voor 'hier op naerder te letten' en stuurden een buurvrouw op haar af. Deze spionne kwam er achter dat de man van Dingnom een gulden per dag verdiende.

 
Bedelende zeeman

Toch konden veel Delftse armen na een kleine misstap nog wel op ondersteuning rekenen. Ariaantje Pieters kreeg al vier jaar lang hulp toen bleek dat zij een zenuwziekte had 'geveijnst'. Ook ruilde zij gratis brood van de bedeling voor brandewijn en stond zij bekend om haar 'droncken drinck'. Ariaantje kreeg toch gewoon vier broden per week: 'voor haere kinderen', want die konden er ten slotte ook niets aan doen dat hun moeder dronk.
Bericht geplaatst in: artikel