ABRAHAM KUYPER

Geplaatst op 1 januari 2004 door Marten Douma
Abraham Kuyper (1837-1920) was de oprichter van Nederlands eerste echte politieke partij, de Antirevolutionaire Partij (ARP), een van de voorlopers van het CDA.
kuyperInleiding
Abraham Kuyper (1837-1920) was de oprichter van Nederlands eerste echte politieke partij, de Antirevolutionaire Partij (ARP), een van de voorlopers van het CDA. Kuyper was theoloog en dominee, maar ontwikkelde zich ook tot journalist en politicus. Hij was oprichter, in 1872, en jarenlang hoofdredacteur van het dagblad De Standaard. Tussen 1874 en 1912 was hij, met onderbrekingen, lid van de Tweede Kamer, van 1913 tot 1920 van de Eerste Kamer. Van 1901 tot 1905 was hij minister-president en tevens minister van Binnenlandse Zaken. Dit alles deed hij steeds op basis van zijn orthodoxe Calvinistische geloofsovertuiging en opkomend voor de kleine luyden, die hij wilde bevrijden van de liberale overheersing.


Emancipator

In zijn studie was Kuyper gevormd door de liberale theologie van de gegoede burgerij, maar als dominee werd hij bekeerd tot het rechtzinnige geloof van het eenvoudige kerkvolk. Zijn strijd voor de emancipatie van deze kleine luyden voerde hij met zijn krant, met zijn politieke partij, met zijn universiteit en met zijn kerk. |

Zijn politieke partij noemde hij antirevolutionair vanwege zijn afkeer van de liberale Franse Revolutie van 1789, het product van de Verlichting. Jarenlang was de schoolstrijd het hoofdthema van de ARP: het verkrijgen van overheidsfinanciering van het christelijk onderwijs, omdat de liberale overheid zich slechts verantwoordelijk voelde voor het openbaar onderwijs, dat godsdienstig strikt neutraal was.

De Vrije Universiteit richtte hij 1880 op om het kerkvolk te voorzien van orthodoxe dominees, omdat alle andere universiteiten slechts vrijzinnige theologen opleidden.
In 1886 startte Kuyper een kerkelijke beweging bekend onder de naam Doleantie (dolere=smart, klagen) waarbij hij verzet aantekende tegen de leer- en belijdenisvrijheid in de Nederlands-Hervormde Kerk. Op grond van de organisatieregels uit 1619, de Dordtse Kerkorde, vond Kuyper dat de Nederlands-Hervormde Kerk niet van bovenaf geleid moest zijn [door de vrijzinnigen], maar weer moest bestaan uit autonome gemeentes, waarin het plaatselijke kerkvolk het beleid bepaalde. Kuyper werd met 80 andere kerkeraadsleden door het Amsterdamse kerkbestuur geschorst, waarna een kerkscheuring tot stand kwam. De 'dolerenden' stichtten de Gereformeerde Kerken in Nederland.

Kuyper was in zijn strijd tegen het liberalisme dus eerder modern dan conservatief, want hij maakte effectief gebruik van de verworvenheden bij uitstek van de liberale democratie, zoals de vrijheid van vergadering, van drukpers en van onderwijs. Om de kleine luyden meer invloed te geven was hij ook voorstander van kiesrechtuitbreiding.

Ook in theologisch opzicht wilde hij het calvinisme inpassen in de 19de eeuwse maatschappij. In zijn leer van de 'gemene gratie' verklaarde hij Gods vergeving ook van toepassing op mensen die geen lid waren van de 'ware kerk'. Wellicht kwam deze opvatting voort uit de overtuiging dat de ARP alleen in coalitie met andere partijen regeringsmacht kon krijgen. Hij 'masseerde' zijn achterban tot politieke samenwerking met de, eigenlijk diep-verachte, Rooms-Katholieken. Hij deed dit via de theorie van de 'antithese', de tegenstelling tussen partijen op geloofsbasis, de confessionelen, en anderen, de paganisten, waarmee de liberalen bedoeld werden, en de socialisten.

Met de liberalen was Kuyper het eens dat de overheid zich zo min mogelijk moest bemoeien met het maatschappelijke leven, maar in plaats van individuele vrijheid propageerde Kuyper 'soevereiniteit in eigen kring'. Daarmee bedoelde hij dat maatschappelijke organisatievormen als gezin en kerk vrij waren in hun eigen beleid. Hieraan moest ook het individu zich onderwerpen. Zo was hij tegen algemeen kiesrecht, maar voor 'huismanskiesrecht': kiesrecht voor ieder gezinshoofd.

Minister-president
In de moderne betekenis was Kuyper Nederlands eerste echte minister-president. Nadat hij in 1901 een coalitieregering had geformeerd, liet hij een wijziging aanbrengen in het reglement van orde van de raad van ministers, zodat hij ieder jaar door de koningin tot voorzitter van de raad kon worden benoemd.

Officieel minister van Binnenlandse Zaken had Kuyper ook grote invloed op het buitenlandse beleid. Vooral de strijd van de Zuid-Afrikaanse Boerenrepublieken tegen de annexatiepolitiek van Groot-Brittanië had Kuypers warme belangstelling. Hij zag hierin een ander voorbeeld van de strijd van orthodox-calvinistische kleine luyden, van Nederlandse afkomst, tegen het dominante, nu Engelse, liberalisme.

Als regeringsleider is Kuyper echter vooral berucht geworden in de ogen van de socialisten. Dat kwam door zijn reactie op de spoorwegstaking van 1903. Met zijn 'worgwetten' verbood hij overheidspersoneel om te staken. Pas in 1980 zijn deze wetten ingetrokken.
Bericht geplaatst in: artikel