MOEDER AARDE SCHRIJFT GESCHIEDENIS

Geplaatst op 10 januari 2005
De zeebeving op tweede kerstdag 2004, die werd gevolgd door een serie tsunami’s (vloedgolven), heeft aan zeker 160.000 mensen in het gebied rond de Indische Oceaan het leven gekost.
De zeebeving op tweede kerstdag 2004, die werd gevolgd door een serie tsunami’s (vloedgolven), heeft aan zeker 160.000 mensen in het gebied rond de Indische Oceaan het leven gekost. Miljoenen mensen zijn hun huis en al hun bezittingen kwijtgeraakt. Gevreesd wordt dat het uitbreken van ziekte-epidemieën (onder andere cholera) het aantal slachtoffers nog verder zal doen stijgen. Naar aanleiding van deze ramp wordt, gelet op de enorme hoeveelheden slachtoffers, gesproken van de dodelijkste serie tsunami’s aller tijden. Toch is deze ramp qua omvang relatief beperkt te noemen, wanneer deze vanuit historisch perspectief vergeleken wordt met bijvoorbeeld de cycloon Bhola die in Bangladesh woedde in 1970 (500.000 doden) of de overstroming van de Gele Rivier in China in 1887 (900.000 doden).

Een zeebeving is een aardbeving waarvan het epicentrum onder de zeespiegel ligt. Vanuit het epicentrum zorgt de vrijgekomen kinetische energie voor een versnelling van het water en een opbouw van druk. Vlakbij het land richt het water zich vervolgens op, en vormt een hoge vloedgolf (tsunami). Tsunami’s kunnen een snelheid van 1000 kilometer per uur bereiken. De zeebeving op 26 december 2004 had een kracht van 8,9 op de schaal van Richter. De tsunami’s die hierop volgden waren in sommige gevallen tot 30 meter hoog. In 1964 is er in Alaska een nog krachtigere beving gemeten: 9,2 op de schaal van Richter. Deze beving werd eveneens gevolgd door een serie vloedgolven, maar het aantal slachtoffers bleef toen beperkt tot 131. De ramp in Alaska vond plaats in een periode van schoolvakanties, en het toeristenseizoen was nog niet begonnen.

Niet alleen zeebevingen, maar diverse natuurrampen hebben de afgelopen duizenden jaren het leven van mensen ontwricht. Het overzicht in dit artikel is verre van volledig. De bedoeling is dan ook niet om een opsomming te geven, maar eerder om de ramp in Azië kort in een breder historisch kader te plaatsen.
Onderzoek heeft uitgewezen dat een vloedgolf zo’n 7000 tot 8000 jaar geleden de Nederlandse kust bereikt heeft. Deze vloedgolf was het gevolg van een onderzeese aardverschuiving veroorzaakt door een methaangasexplosie. Een belangrijke wereldomvattende watergerelateerde gebeurtenis uit een ver verleden vinden we in het Oude Testament, in het boek Genesis. God kreeg spijt dat hij de mens geschapen had, en besloot het 40 dagen en 40 nachten lang te laten regenen. De vloed vaagde alle levende wezens van de aarde weg, uitgezonderd Noach, zijn familieleden en één paar van alle diersoorten: zij zaten veilig in de ark. In het jaar 79 vond in Italië één van de beroemdste natuurrampen uit de Oudheid plaats. Een uitbarsting van de vulkaan Vesuvius bedekte het stadje Pompeii onder een dikke laag as. De uitbarsting werd opgetekend door ooggetuige Plinius de Jongere. Bijzonder aan deze ramp is, dat Pompeii onder de laag as volledig in tact bleef. Hierdoor leverde het stadje voor latere onderzoekers een schat van informatie over het dagelijks leven in een Romeinse stad op. In 1201 stierven 1,1 miljoen mensen in Egypte en Syrië aan de dodelijkste aardbeving in de geschiedenis. Vermoedelijk de ergste ramp uit de geschiedenis is echter de pest-epidemie in de 14e eeuw: hieraan stierven 75 miljoen mensen in Europa en 20 miljoen mensen in China. Strikt genomen vallen epidemieën echter niet onder natuurrampen. In de periode tussen 1876 en 1879 werd China getroffen door een heel ander type ramp: de ergste droogteperiode uit de geschiedenis. Aan de gevolgen van deze ramp stierven 15 miljoen mensen. Een nationale ramp uit de twintigste eeuw, waarvan de infrastructurele gevolgen in Nederland nog steeds zichtbaar zijn is de watersnoodramp van 1953. De dijken in Zeeland en Zuid-Holland bleken in 1953 niet opgewassen tegen een combinatie van springtij en noordwesterstorm. Direct na de ramp werd begonnen aan de bouw van de Deltawerken.

Conclusie
De zeebeving en tsunami’s in Azië zijn onderdeel van een historische reeks natuurrampen. Al duizenden jaren worden gebieden getroffen door aardbevingen, zeebevingen, vulkaanuitbarstingen, perioden van droogte en andere rampen. Een deel van deze bedreigingen komt zo onverwacht, dat deze vaak erg veel slachtoffers tot gevolg hebben. Hoewel op het gebied van het voorspellen van bijvoorbeeld aardbevingen al veel ontdekkingen zijn gedaan, betekent dit niet dat deze rampen daarmee ongevaarlijk zijn geworden. Eén van de grote problemen die ook bij de ramp in Azië naar voren komt, is dat zelfs als de autoriteiten de beschikking hebben over mogelijkheden om een beving te voorspellen (wat meestal niet het geval is omdat deze installaties erg kostbaar zijn), er geen mogelijkheid bestaat om de bewoners van het betreffende gebied op korte termijn te waarschuwen. Als er in een Westers land een ramp gebeurt, kan via televisie, radio en andere communicatiemiddelen een groot deel van de bevolking snel worden gealarmeerd. Dit is in armere landen met gebrekkigere communicatiemiddelen en infrastructuur vaak niet mogelijk.

Wie naast de amateurbeelden van de (gevolgen van de) ramp die op het nieuws en op Internet beschikbaar zijn ook een (fictief) voorbeeld wil zien van een tsunami, moet zeker de film ‘Deep Impact’ bekijken. Hierin is een tsunami te zien, als gevolg van het inslaan van een meteoriet.

Afsluitend wil ik bezoekers van deze site aanmoedigen de inzamelingsactie van de Samenwerkende Hulporganisaties via Giro 555 te steunen. Een organisatie die ik in dit verband in het bijzonder wil noemen is Unicef. Unicef zet zich wereldwijd in voor kinderen, zeker in noodsituaties als deze een bijzonder kwetsbare groep.

Bronnen
Martijn van Calmthout, ‘Zeker de dodelijkste tsunami aller tijden’, in: De Volkskrant (06-01-’05)
 
Bericht geplaatst in: artikel