5 SEPTEMBER 1944: DOLLE DINSDAG IN ROTTERDAM.

Geplaatst op 12 januari 2011 door Folkert Anders
5 september 1944: Dolle Dinsdag in Rotterdam.
Begin september 1944 was Rotterdam in de ban van een op handen zijnde bevrijding. Hier leest u er meer over.

Over oprukkende Geallieerde legers, valse radioberichten en feestende Rotterdammers. Over vluchtende collaborateurs, teleurstelling over een uitblijvende bevrijding en harde represailles van de Duitse bezetter.


Op dinsdag 5 september 1944 werd in Nederland bekend dat Geallieerde legers een dag eerder de Belgische stad Antwerpen hadden bevrijd. Mensen in Nederland raakten enthousiast over dit nieuws en een geruchtenstroom over een mogelijk snelle bevrijding van Nederland kwam op gang.

Ook mensen in Rotterdam hadden het nieuws gehoord en ook in de havenstad deden de mooiste verhalen de ronde. Er gingen geruchten als: ‘De Amerikanen zijn de Moerdijk al over’ en ‘Dordrecht is al ingenomen en de Duitsers zijn daar verjaagd’. Grote delen van de bevolking verwachtte dat Rotterdam de 5e september al bevrijd zou kunnen worden en een dag later, op 6 september Utrecht en Amsterdam aan de beurt zouden zijn. Ook gingen er geruchten dat er in het zuidelijk deel van Nederland kanongebulder werd gehoord.


De Vlaggen gaan uit

In de stad Rotterdam heerste op de 5e september een verwachtingsvolle spanning. Mensen zochten elkaar op en begonnen te praten over wat mogelijk komen zou. Winkels werden eerder gesloten en scholen gingen dicht. De weinige mensen die nog een radio in hun bezit hadden gebruikten deze om naar de nieuwsberichten te luisteren. Om ongeveer kwart over twaalf op de vierde september werd een toespraak voor de radio gehouden waarbij werd gemeld dat de bevrijding naderde. Niet veel later werd er op de radio gemeld dat Rotterdam bevrijd was. Ook melde de Britse radio dat Breda was bevrijd. Rotterdammers begonnen nu overtuigd te raken van het einde van de bezetting en begonnen op straat feest te vieren. De vlaggen gingen uit en mannen en vrouwen begonnen te dansen op straat.

De radiotoespraken waren echter niet gebaseerd op feiten. De berichten waren vals en mede door een verzetsgroep de ether ingezonden nadat zij het station van de Centrale Draadomroep had bezet. Tegen de avond bleek dat er van een snelle bevrijding geen sprake kon zijn. Het kortstondige geluk van de Rotterdammers was voorbij. De vlaggen werden binnengehaald en de straatfeesten werden gestopt.


NSB'ers vluchten

Deze gebeurtenis was voor velen een emotionele aangelegenheid geweest. Niet alleen voor de Rotterdammers die de geallieerden graag zagen komen, maar ook voor hen die bevreesd waren voor de komst van Amerikanen, Canadezen en Britten. Dit gold behalve voor de Duitsers ook voor NSB’ers. Deze laatste groep realiseerde zich dat hun positie hachelijk zou worden als de Dutsers zouden vetrekken.  De collaborateurs zouden de woede van de volksmassa over zich heen krijgen. Hierop volgde een vlucht van zowel Duitsters als NSB’ers naar Duitsland. Ook vluchtten vele NSB’ers naar de Lüneburger Heide en vetrok de leider van de NSB, Anton Mussert (1894-1946), naar de Bellinckhof in Almelo.

De hoogste baas in bezet Nederland, de Oostenrijker Seys-Inquart, nam strenge maatregelen. Zo kondigde hij de noodtoestand af voor Rotterdam. De bevolking van de havenstad moest om acht uur binnen zijn. Ook was het niet toegestaan om met meer dan vijf mensen samen te komen.

Dat de Rotterdammers vaak niet luisterden naar de bevelen van de Duitsers blijkt onder meer uit een politierapport van 12 september 1944. Hierin stond vermeld dat ‘zeven mensen zonder vorm van proces zijn dood geschoten en acht gewond omdat ze zich na acht uur ’s avonds nog op straat hebben vertoond’. Ook werden winkeliers gestraft door de bezetter omdat zij zich op Dolle Dinsdag (5 september 1944) schuldig hadden gemaakt aan anti-Duitse handelingen. Zo werd bij winkelier Bergsma in de Lusthofstraat in Rotterdam enkele dagen na Dolle Dinsdag een handgranaat  in zijn winkel gegooid als straf voor het verkopen van ‘allerlei oranje’ aan feestende Rotterdammers.


De naam 'Dolle Dinsdag'

De naam ‘Dolle Dinsdag’ werd overigens voor het eerst genoemd in een propagandablaadje van de bezetter. In dit blad, ‘De Gil’ genaamd, kopte het op 15 september 1944 over de bewuste dinsdag tien dagen eerder: ‘Generale Repetitie – Dure les van Dollen Dinsdag’. De term zou voortaan de geschiedenis ingaan als aanduiding van de gebeurtenissen op de dag waarop de Nederlanders te vroeg dachten bevrijd te worden.

De Duitsers lieten na Dolle Dinsdag duidelijk merken dat zij nog niet waren verslagen. Naast het uitroepen van de noodtoestand werden er nog hardere maatregelen genomen. Zo ondertekende Hitler een decreet waarin stond dat illegale werkers die op heterdaad werden betrapt ter plaatse neergeschoten moesten worden en dat de woningen waar ze op dat moment verbleven moesten worden opgeblazen of in brand gestoken. Toch bleven velen actief in het verzet. Dolle Dinsdag bleek een vergissing, maar de Rotterdammers bleven hopen op een bevrijding waardoor écht feest kon worden gevierd. Het zou echter nog een tijd duren voor het zover was: op 5 mei 1945, acht maanden na Dolle Dinsdag, werd de uiteindelijke bevrijding gevierd.
 

Bericht geplaatst in: artikel