SCHEURBUIK, DE PEST VAN DE ZEE

Geplaatst op 29 mei 2010 door Lucia Hogervorst
Scheurbuik, de pest van de zee
Meer dan twee miljoen zeelieden zijn een verschrikkelijke dood gestorven aan scheurbuik. 
 Illustratie: Geheugen van Nederland.nl

Reizen over zee, dat was een paar eeuwen geleden een onzeker avontuur. Een schip kon in een storm terechtkomen, op de rotsen lopen, door zeerovers worden overvallen, of last hebben van aanhoudende windstilte, waardoor het dagen- of wekenlang doelloos ronddobberde. Voedsel en drinkwater waren tijdens die maandenlange reizen aan bederf onderhevig, zo getuigt een fragment uit de geschiedenismethode Er is geschied:
"Drinkwater werd bewaard in houten vaten. Het duurde niet lang of het werd groen en begon te stinken. De maaltijd bestond uit hard scheepsbeschuit, erwten of bonen en gezouten vlees. Halverwege de reis was het meeste al bedorven. Geen wonder dat er ziekten uitbraken aan boord. Vooral de scheurbuik was gevreesd."
 
Als een zeeman getroffen werd door scheurbuik, dan had zijn laatste uur geslagen. Het is een afschuwelijke ziekte, waarbij het bindweefsel degenereert, met bloedend tandvlees als gevolg, loszittende tanden, en een naar verrotting ruikende adem. Andere symptomen zijn  apathie door bloedarmoede en lichamelijke zwakte. Oude wonden gaan open en breukvlakken van geheelde botbreuken laten weer los.  Als de ziekte niet behandeld wordt, leidt het tot een langzame en uiterst pijnlijke dood. Historici hebben voorzichtig geschat dat scheurbuik voor meer doden op zee zorgde dan stormen, scheepsrampen, zeeslagen en alle andere ziekten bij elkaar. Meer dan twee miljoen zeelieden zouden aan scheurbuik zijn bezweken in het tijdperk van de
zeilvaart. 

Juist omdat de ziekte zoveel doden onder zeelui veroorzaakte zou je denken dat de scheepsautoriteiten er alles aan gelegen was om de ziekte snel onder controle te krijgen.  Maar niets is minder waar: het leven van een gewone zeeman was in die tijd van nul en generlei waarde. Het heeft uiteindelijk eeuwen geduurd voordat er een oplossing was voor dit medisch raadsel, zo blijkt uit het boek ‘Scheurbuik’ van Stephen R. Bown. Hij beschrijft hierin hoe het middel tegen scheurbuik wordt gevonden, verloren raakt en opnieuw wordt ontdekt.

James Lind, scheepschirurgijn in dienst van de Britse marine, toont in 1747 aan dat de gangbare behandelingen met zeewater, azijn en vitrioolelixer geen remedie bieden, en sinaasappels en citroenen wel. Maar het ontbreekt Lind aan invloedrijke contacten bij zowel de marine als onder medici en dus wordt er nauwelijks iets met zijn bevindingen gedaan. Bovendien past de remedie van Lind niet in het gangbare medische denken, waarin de theorieën van de beroemde Nederlandse arts  Herman Boerhaave de boventoon voeren. Boerhaave ziet ziekte als een vorm van onbalans tussen de lichaamsvochten bloed, slijm, gele en zwarte gal. De ideeën van Lind, die op proeven uit de praktijk gebaseerd zijn, passen niet in die theorie. Het gebruik van citroensap raakt in de loop van de achttiende eeuw zelfs helemaal uit de gratie. Een ramp voor zeelui, want juist in de achttiende eeuw neemt het scheepvaartverkeer in omvang toe. Dat betekent langere reizen met grotere schepen met meer zeelui aan boord. Scheurbuik neemt steeds ernstiger vormen aan.
 
Als James Cook rond 1775 aantoont dat verse groente en fruit scheurbuik kunnen voorkomen, weet scheepsarts Gilbert Blane de overheid over te halen om schepen met voldoende citroensap te bevoorraden. Blane kent het onderzoek van Lind en weet dankzij zijn goede connecties de hoge heren ervan te overtuigen dat scheurbuik meer slachtoffers maakt dan zeeslagen. Hiermee komt de oplossing voor scheurbuik in zicht. Tegenwoordig hoef je zelfs geen sinaasappels en citroenen meer te eten om de ziekte te voorkomen, en kun je gewoon volstaan met de inname van vitamine C-tabletten. Die tabletten bevatten ascorbinezuur, en die benaming is afgeleid van het woord anti-scorbitum, Latijn voor anti-scheurbuik.   

Meestal is het saai om een onderzoeksverslag te lezen, maar Bown weet de zoektocht naar een oplossing voor scheurbuik tot een boeiend jongensboek te weven. De hier en daar archaïsche vertaling doet daar niets aan af. Bown start zijn boek met de beschrijving van een scheurbuikslachtoffer: “Arthur James was te zwak om de mast en het want in te klauteren, zelfs niet staat een lijn aan te sjorren of een gescheurd zeil te repareren” en zo zit je meteen in het onderwerp. Soms draaft de schrijver een beetje door, bijvoorbeeld wanneer het gaat om de begrafenisrituelen aan boord van een schip. Bown beweert dat ontbindende lijken op katholieke Franse of Spaanse schepen in het grind onderin het ruim gestouwd werden tot het schip terugkeerde in de thuishaven en de doden in hun geboortegrond begraven konden worden.  Dat klinkt niet erg aannemelijk. Navraag bij een aantal maritieme musea leert dan ook dat overleden scheepslieden altijd zonder al te veel plichtplegingen overboord gezet werden, ongeacht of het om Spaanse, Portugese, Engelse of Nederlandse schepen ging.  Het is een kleine uitglijder in een boek vol indrukwekkende zeeslagen en levendige beschrijvingen van de omstandigheden aan boord in het tijdperk van de zeilvaart. Zo levendig, dat je het gevoel krijgt dat je er zelf bij bent, dat je het natte hout van het schip bijna kunt ruiken!

Stephen R. Bown
Scheurbuik – Hoe een chirurg, een zeeman en een gentleman een oplossing vonden voor het grootste medische raadsel van het tijdperk van de zeilvaart
Uitgeverij Ad. Donker, Rotterdam, 2004
240 pagina’s
ISBN 90 6100 569 8 
€ 29,90
 
Zelf een keertje oude scheepsjournalen zien? Dat kan! Het Nationaal Archief organiseert rondleidingen achter de schermen voor groepen tot maximaal 15 personen. De rondleiding voert ook langs het depot van het VOC-archief, waar de bezoeker met eigen ogen de instructies van een scheepschirurgijn of een scheepsjournaal kan inzien.
Meer informatie 


Bron: Nationaal Archief, Illustratie uit het scheepsjournaal van Abel Tasman
 
                  
 
 
 
 
Bericht geplaatst in: boekrecensie