WONDEREN

Geplaatst op 20 oktober 2003
Gregorius van Tours heeft de wonderen van de heilige Martinus beschreven. Die bestonden voornamelijk uit genezingen van langdurig zieken, zoals verlamden, blinden en kreupelen.
Inleiding
In de tijd van bisschop en historicus Gregorius van Tours (539-594) genoten wonderen verricht door heiligen een hoog aanzien onder de bevolking. Bisschoppen vertelden de bevolking dat deze wonderen geïnterpreteerd moesten worden als directe ingrepen van, al dan niet overleden, heiligen in het aardse leven. De heilige verrichtte deze ingrepen in naam van God en vormde zo de schakel tussen God en de bevolking op aarde. Gregorius van Tours heeft de wonderen van de heilige Martinus beschreven. Deze wonderen bestonden voornamelijk uit genezingen van langdurig zieken, zoals verlamden, blinden en kreupelen. De zieken werden genezen na een gebed, nachtwake of aanroep van de heilige Martinus. Door deze wonderen grotere bekendheid te geven, versterkte Gregorius ook zijn eigen bisschoppelijke positie, want het was Gregorius als bisschop die namens de heilige Martinus met de aardse bevolking contacten onderhield. De volgende vraag is hierdoor van belang bij het bekijken van wonderen : Werd aan wonderen bekendheid gegeven om de heiligenverering te bevorderen, of was het achterliggende doel puur het vergroten van de persoonlijke macht van de bisschop? dit artikel is eigendom
{mospagebreak}De bisschop in de middeleeuwen
Het ambt van bisschop stond bovenaan de maatschappelijke ladder, het was de top van de "cursus honorum". Om deze positie te verkrijgen, waren er drie stadia die doorlopen moesten worden. Dit waren de verkiezing tot bisschop, het verkrijgen van toestemming van de koning en tenslotte inwijding in het ambt. Bij de verkiezing van een nieuwe bisschop, ging de strijd tussen drie groepen: dynastieke families, lokale favorieten en koninklijke kandidaten. Hoewel het mogelijk was om door middel van het doorlopen van de kerkelijke hiërarchie bisschop te worden, waren het in de regel mensen met een hoge adellijke afkomst die het ambt van bisschop gingen bekleden, vaak na een wereldlijke carrière, bijvoorbeeld als graaf. Behalve afkomst speelde ook scholing en bestuurlijke ervaring een belangrijke rol.

Als een bisschop eenmaal was aangesteld, was het voor hem van belang om zijn positie te handhaven en zo mogelijk uit te breiden. Een koning kon zijn macht handhaven door geweld te gebruiken om zo eventuele tegenstanders te liquideren, maar de bisschop kon zich alleen beroepen op zijn rol als geestelijke. Giselle de Nie geeft aan waar de moeilijkheid lag voor de kerk: “Because the church had been forbidden to use armed violence, she was forced to find other ways to defend her interests. The church needed to show that the superior, heavenly authority whose representative on earth it claimed to be, was in effective control of events" Het bleek dat ook een bisschop middelen had om zijn macht effectief te behouden en te vergroten. Hij kon steunen op wonderen van heiligen en relikwieën van overleden heiligen. Voordat een heilige of een relikwie door de bevolking als heilig erkend werd, moest bewijs van echtheid geleverd worden in de vorm van het verrichten van wonderen. Echter ook de bisschoppen zelf wilden overtuigd worden; Gregorius zelf erkende een zijden mantel die eens om het Kruis gewikkeld gezeten had pas als relikwie, nadat het water waarin het gewassen was genezende kracht bleek te hebben. Wanneer een heilige of een relikwie eenmaal door de bevolking en de bisschop als heilig erkend was, bezat de bijbehorende bisschop een krachtig machtsmiddel.

De hoofdreden dat de bisschop met heiligen en relikwieën zo"n grote macht verwierf, was dat in de samenleving ten tijde van Gregorius van Tours religie invloed uitoefende op alle aspecten van het leven van de bevolking. De bisschop kon de macht van wonderen gebruiken om mensen te beïnvloeden door ze te wijzen op voorgangers die door de heilige gestraft waren; “intimidation by a saint could be an important social instrument." God treedt, via de heilige, op als wreker voor de geestelijkheid; bisschoppen dreigden regelmatig met het iudicium Dei, het oordeel van God, en Deo ultio of ultio Divina, de wraak van God. De Nie zegt dat dit “het enige wapen was voor de ongewapende bisschop in een gewelddadige samenleving". Raymond van Dam voegt hier aan toe, dat “de cultus rondom relikwieën het Christendom hielp zich te consolideren en uit te breiden“. Wonderen werden voorzien van vergelijkbare Bijbelse gebeurtenissen, waardoor de wonderen aansloten bij het theologische standpunt van de Katholieke kerk.

De macht van een bisschop werd weliswaar door overleden heiligen bevorderd, maar de levende heiligen waren een bedreiging. Een levende heilige was namelijk niet door de bisschop of keizer aangesteld en erkend, maar door de bevolking als heilig erkend, als afgezant van God. Een voorbeeld van een levende heilige was Vulfolaic. Vulfolaic had als kind grote bewondering ontwikkeld voor de heilige Martinus. Hij kreeg een relikwie in de vorm van stof uit de graftombe van Martinus. Het stof droeg hij in een klein doosje om zijn nek. Er gebeurde een wonder; het doosje puilde uit, er kwam steeds meer stof. Door het wonder geïnspireerd, werd Vulfolaic een pilaarheilige. Hij kreeg steeds meer aanhangers en hij zette de bevolking op om het standbeeld naast hem te vernietigen. De lokale bisschoppen raakten zo hun macht grotendeels kwijt, want zij waren hun lokale heilige kwijt. Vulfolaic schikte zich uiteindelijk naar de wil van de bisschoppen en bracht het in de kerkelijke hiërarchie uiteindelijk tot deken. De kerk probeerde levende heiligen te incorporeren, zodat ze dezelfde rol konden gaan spelen als overleden heiligen. Wanneer dit niet lukte, werden zij gestraft met excommunicatie of als "valse profeet" aangemerkt.

{mospagebreak}Conclusie
In eerste instantie is men geneigd te denken dat wonderen en relikwieën door de bisschoppen puur gebruikt werden om hun persoonlijke positie te handhaven of uit te breiden. Doordat bisschoppen als aardse vertegenwoordigers optraden voor heiligen, die op hun beurt in naam van God optraden, breidde hun persoonlijke macht zich inderdaad uit door de toename van heiligenverering en het vereren van relikwieën. De vraag is of, individuele gevallen daargelaten, deze machtsuitbreiding het hoofdmotief was van de bisschoppen, en of zij deze uitbreiding gebruikten om op grote schaal eigen voordeel te behalen. Hier sluit ik mij aan bij Giselle de Nie, die aangaf dat het dreigen met Goddelijke wraak het enige machtsmiddel is waarmee de kerk zich in de Frankische samenleving staande kon houden. Mijn antwoord op de in de inleiding gestelde vraag is daarom tweeledig; aan wonderen werd door de bisschoppen bekendheid gegeven om de heiligenverering direct te bevorderen en de macht van de kerk indirect. Bisschoppen erkenden niet zomaar elk wonder of elke heilige, ook zij wilden bewijs zien van heiligheid. Hoewel er natuurlijk voorbeelden aan te geven zijn, waarbij bisschoppen hun verkregen macht misbruikt hebben, denk ik dat de kerk zonder de heiligencultus niet had kunnen overleven in de Frankische samenleving.
{mospagebreak}Literatuurlijst

- Dam, Raymond van, Leadership and community in late antique Gaul (Berkeley/Los Angeles/London 1985) 179-201

- Geary, Patrick J., Before France and Germany. The creation and transformation of the Merovingian world (New York/Oxford 1988) 119-139, 237-238, 244-245

- Nie, Giselle de, Views from a many-windowed tower. Studies of imagination in the works of Gregory of Tours (Amsterdam 1987) 268-272, 276-280, 283-287

- Tours, Gregorius van, "The miracles of the bishop St.Martin" 2.25-2.28 en 4.3-4.6 in : Raymond van Dam, Saints and their miracles in late antique Gaul (Princeton,1993), 240-241, 242-243

Bericht geplaatst in: artikel