EASTER 1916: THE IRISH REBELLION

Geplaatst op 4 januari 2006 door Jeannick Vangansbeke
Charles Towshend stelling in Easter 1916: de Britse liberale regering stond de militarisering toe van Ierland, wat eindigde in het bloedig treffen van Pasen 1916 en de burgeroorlog.
Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog circuleerden er massaal goedkope Belgische jachtwapens in Ierland (zie het archief van het ministerie van buitenlandse zaken, Correspondance Politique GB 1913, livre 8, 1125/179).
De Lalaing, Belgisch ambassadeur in Londen, berichtte dat conservatieven en liberalen ongeveer even sterk waren, maar Asquith premier kon blijven dankzij de steun van 80 Ierse nationalisten (idem, 783). Overigens hadden die laatsten dan weer last van een snel groeiende belangengroepering van Ierse boeren die met de conservatieven samenwerkte: zij hadden geen geen zin in Home Rule maar wel in bescherming tegen buitenlandse concurrentie.
De gematigde Ierse nationalist Redmond dreigde daarom fijngeknepen te worden tussen de extreem linkse chauvinisten en het rechtse All for Ireland, schreef de ambassadeur (idem, 955/493).
Die Belgische bronnen bevestigen de stelling die Charles Towshend opbouwt in Easter 1916: op een bijna ridicule wijze stond de Britse liberale regering de militarisering toe van Ierland, wat eindigde in het bloedig treffen van Pasen 1916 en de burgeroorlog die leidde tot de proclamatie van de Ierse Vrijstaat in 1922.
Na lessen getrokken te hebben uit het verzet tegen de Home Rule (zelfbestuur) wetten in 1886 en 1894, ontwikkelde het Ulsterse protestantse verzet zich tot een massabeweging die bovendien tot de tanden gewapend was (p. 32). In juli 1914 vielen de eerste doden, toen het uitbreken van de wereldoorlog het inter-Ierse geweld tijdelijk stopte.
Ondertussen probeerde sir Roger Casement, die na 18 maanden in Duitsland verbleven te hebben om Ierse krijgsgevangenen op te roepen tegen Engeland te vechten, met een duikboot terug te keren naar Ierland om de Paasopstand uit te stellen. Hij werd gearresteerd en opgehangen. 
Hij kreeg in 1965 in Ierland een staatsbegrafenis in Dublin, zo vertelt het de traditie. Ook Nederlandstalige auteurs als Daniel Vangroenweghe, doen dit zo, in Rood rubber, p.163 e.v.
De reputatie van Casement en Morel was na de Ierse opstand niet meer te redden; ook een ‘luciede’ diplomaat als Paul Cambon schreef dat ‘Casement sinds het begin van de oorlog in Berlijn verbleef en ongetwijfeld op hun loonlijst staat’. Erg veel succes had Casement overigens niet met zijn wervingscampagne, om tal van redenen.
Casement kreeg bijvoorbeeld geen toestemming van de Duitsers om te rekruteren op de wijze die hij verkoos: door individueel mensen aan te spreken. Enkel toespraken tot een massa werden hem toegestaan door de Duitse control freaks, die dan ook al vlug de Ierse rebel ontgoochelden.
Townshend hecht evenwel weinig geloof aan de versie van de feiten die wil dat een Duitse duikbootcommandant, diezelfde die de Lusitania zonk, werd ingeschakeld om Casement naar Ierland te brengen om de rebellie tegen te houden en wijst op Rogers laatste brieven die een opstand tegen de dienstplicht gerechtvaardigd noemden.

Michael Collins, de rebellenleider die beroemd werd door de gelijknamige film, klaagde dat de Paasopstand van 1916 een Grieks drama was geweest (p. 355) maar dat was nu juist de bedoeling, meent Townshend: in een stad als Dublin, bezeten van toneel en drama, won je zo aan sympathie. Door in volle oorlog de Britten uit te dagen wonnen de extreem linkse chauvinisten zoals ambassadeur Lalaing hen had genoemd het pleit dankzij de opzettelijk opgevoerde dramatische vertoning van de martelaren die toepasselijk op Pasen Ierland deden herrijzen!


Charles Townshend, Easter 1916: the Irish rebellion, London: Penguin/Allen Lane, 2005, 442 p.

Bericht geplaatst in: boekrecensie