EENE OPENBARE SCHOOL

Geplaatst op 20 november 2005 door Joop Walhain
Het lezen van een toneelstuk is een werkvorm die verwant is aan hoorspel, tribunaal en simulatiespel.
I Inleiding
 
I.1 Playreading: doelstellingen
Het lezen van een toneelstuk is een dramatische werkvorm die verwant is aan hoorspel, tribunaal, rollenspel en simulatiespel.
 
Het lezen van toneelstukken - we kunnen daarbij denken aan Plato (Menoon), Elckerlyc, Shakespeare (Julius Caesar), Bredero, Friedrich Schiller (Nathan der Weise), Bertolt Brecht (Het kruis van krijt) - kan gebruikt worden voor de volgende
doelstellingen:

1- om een thema te introduceren, interesse te wekken en de leerlingen tot nieuwsgierigheid en het stellen van vragen te brengen
2- om spelenderwijs kennis over te dragen
3- om historische vaardigheden te oefenen
 
Dit toneelstukje kan voor alle drie de doelstellingen gebruikt worden:
1-Het kan dienen om de Schoolstrijd aan de orde te stellen.
2- Het kan dienen om historische kennis -in dit geval de protestantse visie op de openbare school- over te dragen.
3- Het kan dienen om zich in te leven in verschillende levensbeschouwelijke visies en de discussie uit de vorige eeuw actueel te maken.
 
Het geheel is bedoeld voor leerlingen uit de bovenbouw van havo en/of vwo.
 
I.2 Toelichting bij het stuk "Eene Openbare School"
De liberale revolutie van 1848 had de vrijheid van godsdienst vastgelegd en het beginsel dat geen gezindheid mocht worden gekrenkt. In 1854 werden deze uitgangspunten nader geregeld in een wetsontwerp, waarvan artikel 4 luidde:
 
De openbare scholen zijn ingericht voor kinderen van verschillende godsdienstige gezindheden. De onderwijzers van deze scholen onthouden zich van iets te onderwijzen, te doen of toe te laten, kwetsend voor de godsdienstige begrippen van eenigerlei gezindheid. (gezindte = geloofs- of levensovertuiging)
 
Guillaume Groen van Prinsterer, die in de Kamer de ideeën van het protestants-christelijke deel van de bevolking het duidelijkst verwoordde, verzette zich heftig tegen de openbare scholen waarin kinderen van alle geloof en levensovertuiging werden samengebracht.
Waartoe dat volgens de antirevolutionair Jan de Liefde zou leiden werd verwoord in de onderstaande Samenspraak geschreven in 1854.
 
I.3 Jan de Liefde
Jan de Liefde (1814-1869) was aanvankelijk doopsgezind predikant te Woudsend en Zutphen. Later liet hij zijn vrijzinnige opvattingen varen en opteerde hij voor de kinderdoop.
 
In 1844 vestigde hij zich als evangelist te Amsterdam. Door zijn arbeid ontstond de vereniging 'Tot heil des volks' (1855) en in 1856 een 'Vrije evangelische gemeente'.
 
De Liefde was bevriend met verschillende Réveilmannen (Groen van Prinsterer, Da Costa, Heldring e.a.) en hij werd een trouw bezoeker van de bijeenkomsten der 'Christelijke Vrienden' in 1854.
(Uit: W. van der Zwaag, Om de schat van Christus bruid: vaderlandse kerkgeschiedenis sinds Réveil en Afscheiding. Kampen 1984. Blz 70-71)
 
I.4 Historische begrippen
Historische begrippen die via 'Eene Openbare School' aan de orde komen.
• De schoolstrijd
• Soevereiniteit in eigen kring
• De protestants-christelijke bezwaren tegen de levensbeschouwelijke 'zouteloosheid' en vervlakking in de openbare school
 
I.5 Aanpassing voor gebruik in de klas
Deze samenspraak is ingekort voor gebruik in de klas. Woorden en begrippen die in 1854 gemeengoed waren, maar nu vergeten zijn, zijn vertaald naar de 21ste eeuw
De oorspronkelijk tekst staat in: T.M. Gilhaus, Memorietafel van het christelijk onderwijs. Kampen 1975. Blz 98 e.v. (Cahiers voor het christelijk onderwijs)
 
I.6 Benodigde voorkennis voor het lezen van 'Eene Openbare School'

1 De bruiloft te Kana
De bruiloft te Kana is een verhaal uit de Bijbel, waarin Jezus zijn eerste wonder doet. Uit het evangelie volgens Johannes. Hoofdstuk 2 vers 1 tot en met 10:
En de derde dag werd er een bruiloft gevierd te Kana in Galilea. De moeder van Jezus was er tegenwoordig; ook Jezus en zijn leerlingen waren ter bruiloft genodigd. En toen er gebrek kwam aan wijn, sprak de moeder van Jezus tot Hem: Zij hebben geen zijn meer. Maar Jezus zeide haar: Vrouw, wat is er tussen Mij en u? Nog is mijn uur niet gekomen. Zijn moeder sprak tot de bedienden: Doet, wat Hij u zeggen zal.
 
Daar waren nu zes stenen kruiken, elk van twee of drie maten inhoud, die er voor de joodse reiniging waren geplaatst. Jezus zei hun: Vult de kruiken met water. Zij vulden ze tot boven toe. Toen sprak Hij tot hen: Schept er nu uit en breng het naar den hofmeester. Zij brachten het.
 
Zodra nu de hofmeester van de wijn geproefd had, dat wijn was geworden (hij wist niet waar die vandaan kwam; maar de bedienden, die het water hadden geschept wisten het wel), riep de hofmeester den bruidegom en zeide tot hem: Iedereen schenkt eerst de goede wijn en als men goed gedronken heeft, dan de mindere soort; maar gij hebt de goede wijn tot nu toe bewaard. Zo deed Jezus zijn eerste wonder te Kana van Galilea.
 
2 Fransiscus Gomarus
Fransiscus Gomarus was een vermaarde en streng gereformeerde theoloog uit het begin van de zventiende eeuw, toen de Tachtig-jarige Oorlog nog gaande was. Hij was de leider van de 'contra-remonstranten'.
 
3 Concilie van Trente
Tijdens het Concilie van Trente (1545-1563) werd het protestantisme van Luther en Calvijn veroordeeld als ketterij door de katholieke Kerk.
 
4 Synode van Dordrecht
Aan het begin van de 17-de eeuw, nog tijdens de 80-jarige Oorlog en daarna, kwamen de protestantse kerken van de Noordelijke Nederlanden herhaaldelijk in Dordrecht bijeen voor vergaderingen en beslissingen omtrent het geloof. Op de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619) werd de gereformeerde leer vastgelegd. Voor de voorstanders van het christelijk onderwijs was deze geloofsbelijdenis van groot belang.
 
5 Varkensvlees
Volgens de joodse spijswetten, gegeven door Mozes, is het joden verboden om varkensvlees te eten. Varkensvlees is onrein.
 
6 Maria
Maria, de moeder van Jezus, wordt door protestanten niet met speciale aandacht vereerd, maar volgens de katholieken is zij een heilige, een vrouw die nooit enige zonde of kwaad heeft gedaan.

I.7 Rollen
1 De schoolopziener
2 De bovenmeester
3 De ondermeester
4 De predikant
5 De kinderen
6 Piet Gomaar (een protestants-christelijke leerling)
7 Mozes Cohen (een joodse leerling)
8 De rabbijn
9 De pastoor
10 Willem van Trente (een katholieke leerling)
11 Jan van Dordt (een protestantse leerling)
12 Piet Schalk (een katholieke leerling)

I.8 Mogelijke lesprocedure
Om te voorkomen dat leerlingen overvallen worden door de opdracht een rol te moeten vertolken in een toneelstuk en daardoor onrustig en haperend voorlezen, valt het aan te bevelen om de tekst van te voren aan de acteurs mee te geven.
 
Zij kunnen hun tekstfragmenten met markeerstift aanduiden en zich voorbereiden op een soepele, misschien zelfs dramatische voordracht. De schouwburgbezoekers lezen of luisteren mee.
 
Downloads
I Inleiding(deze bladzijde) (PDF)
Bericht geplaatst in: artikel