GROTE MANNEN EN RANZIGE BOTER

Geplaatst op 15 november 2005 door Reinard Maarleveld
Hoe ver gaan historici om hun publiek te boeien? Heldenverhalen mogen weer, zo bleek op de Geschiedenismarathon.
De Geschiedenismarathon was een mooi initiatief van het Nationaal Archief. Op 29 oktober 2005 (Open Archiefdag) behandelden acht sprekers thema's uit de vaderlandse geschiedenis, van de oudheid tot de 21e eeuw. Daarbij hadden ze de vrijheid om zich te richten op een opvallende gebeurtenis uit de te behandelen periode. michiel de ruyter
 
Fik Meijer (hoogleraar Oude geschiedenis in Amsterdam) sprak over het tijdvak prehistorie tot begin van de middeleeuwen. Hij vergeleek de waardering in eigen land voor drie nationale helden: Arminius in Duitsland, Julius Civilis in Nederland en Vercingetorix in Frankrijk.
 
Daarbij toonde hij aan hoe de Galliër Vercingetorix in de Franse geschiedschrijving is uitvergroot tot nationale superheld. Meijer memoreerde dat president Mitterrand te kennen had gegeven begraven te willen worden op de berg waar Vercingetorix ten onder ging tegen Caesar.
 
De Duitse nationale geschiedschrijving heeft de Germaan Arminius onsterfelijk gemaakt naar aanleiding van diens overwinning in het Teutoburgerwald op de Romeinse generaal Varus. De verzuchting van Augustus bij het vernemen van de dramatische nederlaag is bekend: "Varus, Varus, geef me mijn legioenen terug."
 
In de Noordnederlandse geschiedschrijving is de Batavier Julius Civilis de held geworden (de Belgen hebben Ambiorix). Civilis was soldaat in het Romeinse leger maar begon een opstand. Meijer acht het niet uitgesloten dat Civilis betrokken was bij een machtsstrijd van Romeinse generaals na de gedwongen zelfmoord van Nero.
 
Maar, vertelde Meijer, Civilis is in vergelijking met Arminius en Vercingetorix maar een zeer bescheiden held. In Frankrijk kent iedereen Vercingetorix, maar veel Nederlanders hebben nooit van Civilis gehoord.
 
Een interessante gedachte die suggereert dat Nederlanders weinig op hebben met Grote Mannen (of Vrouwen) die symbool staan voor nationale deugden. Volgens Meijer zouden Nederlanders meer oog moeten hebben voor hun vaderlandse geschiedenis en ook voor de plaats waar die geschiedenis zich heeft afgespeeld (lieux de mémoire).
 
Moeten we in het onderwijs weer terug naar de klassieke heldenverhalen? Op de lagere school (tussen 1962 en 1968) hoorde ik over Michiel de Ruyter die het dek insmeerde met ranzige boter om zo de kapers te slim af te zijn. Meester vertelde over de dappere Lumey die met zijn vrijheidsdlievende watergeuzen de Spanjaarden Den Briel uitknuppelde. Boekdrukkunst en haringkaken waren exclusief Nederlandse uitvindingen die het leven in Europa ingrijpend veranderden.
 
Beelden die inspireerden, maar later toch niet bleken te kloppen. Maar, zo leren de moderne vakdidactici ons, de correctie van dat heldenbeeld kan tijdens de middelbare schooltijd plaatsvinden, in de bovenbouw van havo en vwo. Jonge kinderen zijn vooral gevoelig voor romantische verhalen. En om de belangstelling voor geschiedenis te stimuleren is het zelfs gewenst dat we vertellen over Grote Mannen en Ranzige Boter.
 
De maandag daarop nam ik de proef op de som. Ik klom voor het oog van de brugklas op de brug van mijn schip. Daar naderden bloeddorstige kapers! We hadden geen schijn van kans! Een geniale ingeving: naar boven met die Ranzige Boter! Ze luisterden ademloos. Het werkte!
 
Over drie jaar vertel ik ze wel weer dat het misschien niet helemaal waar is...
Bericht geplaatst in: artikel