NIEUWE HISTORISCHE ROMAN VAN GILES FODEN

Geplaatst op 18 oktober 2005 door Jeannick Vangansbeke
Foden beschrijft de loop der gebeurtenissen met historisch besef en gevoel voor satire. Dat maakt zijn romans tot een historische geschiedschrijving van een duizelingwekkende virtuositeit.
Giles Foden debuteerde met Zanzibar, een politieke thriller over bomaanslagen op Amerikaanse ambassades, nog voor dergelijke aanslagen echt gebeurden.
 
Ook Ladysmith is een erg politiek boek, over Ieren en Schotten in het Zuid-Afrika van 1899 (vertaald als De belegering), een breed opgezette poging om de feiten van de Anglo-Boerenoorlog om te smelten tot een doorwrocht liefdesverhaal. Zelfs Mahatma Ghandi en Sir Winston Churchill worden opgevoerd in het boek.
 
Het is toch vooral met De laatste koning van Schotland over Idi Amin dat hij bekend werd. De Afrikaanse dictator wil het Schots separatisme steunen om zich ook eens te moeien met de Europese politiek want hij is het zat dat de Britten zich steeds moeien met Afrika’s politiek.
 
Giles Fodens literair innemende verhalen spelen zich af in Afrika, het laatste in de jaren 1915 en 1916 in Belgisch Congo. De Eerste Wereldoorlog werd ook op zee uitgevochten, tot zelfs op de binnenzeeën van Afrika. Probleem voor de Belgen om hun Britse bondgenoot te helpen om het overwicht te krijgen in hartje Afrika, was dat de Duitsers nog een grote oorlogsbodem liggen hadden op het Tanganyikameer, de Graf Götzen.
 
Die hadden ze in stukken vanuit Papenburg (Noord-Duitsland) tot daar gekregen. Eerst had de Belgische bevelhebber Tombeur om een duikboot gevraagd om het Duitse schip te kelderen. De Belgen hebben dan (weer in pièces détachées) watervliegtuigjes laten overkomen om de Götzen te bombarderen. Dat kostte een half miljoen toenmalige franken; piloot Collignon heeft dan een bombardement uitgevoerd dat als effect een brandje had.
 
Daarna gaan de twee versies uit elkaar.
 
De Duitsers zeggen dat ze uit schrik dat de Belgen de boot zouden kelderen, ze zelf de boot hebben laten zinken. Collignon rapporteerde dat hij de boot heeft geraakt en gekelderd. Dit Belgisch verhaal staat beschreven door kolonel George Moulaert, die de genietroepen leidde onder generaal Tombeur, in zijn boek La Campagne du Tanganyika.
 
Ondertussen was al in 1914 het enige Duitse vliegtuig gecrasht op zijn eerste vlucht; niettemin waren de geruchten in Centraal-Afrika zo sterk dat Nairobi meermaals luchtalarm kende. De twee pogingen om de blokkade van Dar es Salaam te doorbreken waren slechts erg gedeeltelijk gelukt. Hierover heeft Stefan Lamy (Eco-films) een documentaire gemaakt die ingekort op de VRT is uitgezonden, met het enige filmbeeld dat in Tabora is gedraaid in 1916.
 
In Cecil Scott Forester’s verfilmde roman The African Queen komt de ‘clearing’ van het Tanganyika meer eveneens aan bod, hij heeft zich met name gebaseerd op het verhaal van de twee motorboten die onder bevel van Lt. Cdr. G.B. Spicer-Simson RN, in februari 1916 vanuit Kaapstad per spoor en rivier waren aangevoerd.
 
Gezien Spicer-Simson, victoriaan in hart en nieren, rituele baden aan zijn Afrikaanse dragers van de Britse boot Toutou voorschreef, kreeg hij algauw de bijnaam Lord Belly Cloth. De naaktfoto’s die Duitse krijgsgevangenen bij zich hadden, schokten de puriteinse Britten.
 
Hoewel het ook bijzonder merkwaardige figuren waren, die de stof boden voor de roman van Foden, die beweert dat minister van kolonies Bonar Law bezeten was van de idee dat indien de Duitsers het overwicht kregen in Afrika, zij enorme aantallen Afrikaanse soldaten zouden inzetten aan het westelijk front (p. 46).
 
Foden beschrijft de onontkoombare loop der gebeurtenissen met historisch besef en gevoel voor satire. Dat maakt zijn romans tot een hedendaagse historische geschiedschrijving van een duizelingwekkende virtuositeit.
 
Mimi and Toutou Go Forth is soms ook onbetwistbaar grappig. Op de doortocht door Congo werd de stoet dragers en bemanningen van de Royal Navy ‘beschermd’ door de Belgische Force Publique-kolonne van luitenant Freiesleben die grapte (?) ‘dat wij gekomen zijn om Congo tegen de Navy te beschermen’ (Foden, 116-117).
 
De expeditie slaagde o.a. met hulp van de stoomboot Constantin de Burlay van de Vlaamse kapitein Blaes, die geen woord Frans of Engels sprak, maar wel ‘de hele Royal Navy African Expedition Force, zowel Afrikanen als Britten, het woord gotfer, gotfer … deed schreeuwen met intens genoegen’ (Foden, 136).
 
G. Foden, Mimi and Toutou Go Forth: The Bizzare Battle of Lake Tanganyika, London: Penguin, 2004
Bericht geplaatst in: artikel