HANNAH ARENDT, DAVID CESARINI EN INGE SCHOLL

Geplaatst op 18 oktober 2005 door Jeannick Vangansbeke
Jeannick Vangansbeke bespreekt Totalitarisme, van Hannah Arendt, Eichmann, de definitieve biografie van David Cesarini en De Witte Roos van Inge Scholl.
Arendt of Cesarini?
Wie de documentaire over Traudl Junge, een van de secretaresses van Adolf Hitler, of de film Der Untergang zag kent het verhaal. Toen Junge wandelde voorbij de gedenksteen voor de leden van de verzetsbeweging De Witte Roos kreeg zij een schok.
 
Ineens besefte ze dat jeugd en onervarenheid geen alibi waren voor onwetendheid. Hans en Sophie Scholl waren even oud als zij geweest. Terwijl de Scholls stierven voor de vrijheid van Duitsland, begon zij vol enthousiasme aan een baan bij de man die Duitsland de ondergang in dreef. Volgens Inge Scholl, de zus van Hans en Sophie, durfden miljoenen Duitsers niets te zeggen.
 
Ook Sophie geloofde dat De Witte Roos niet alleen stond. "Wat wij hebben gezegd en geschreven, denken heel veel mensen", zei ze kort voor haar onthoofding in de gevangenis van München-Stadelheim. Haar verzet was kort maar heftig. Pamfletten werden verspreid, slogans op de muren geschilderd, teksten riepen op tot passief verzet. Goethe en Schiller, Novalis, Aristoteles en Lao-Tse worden geciteerd, ook de bijbel. Maar hoe was het zover kunnen komen? Hoe populair was de jodenvervolging? Hoe uniek was ze? Was de organisator van de shoah een fanatiekeling en een monster of een uiting van het banale kwaad van alledag dat elk totalitair systeem kenmerkt, zoals Hannah Arendt betoogde?
 
Geen van beide, zegt David Cesarani. Eichmanns leven en werk (1906-1962) was veel ingewikkelder en onrustbarender dan de karikatuur die tot nu van hem werd getekend. In ieder geval was hij niet de belichaming van de banale totalitaire mens, Cesarani stoot niet alleen Arendt van haar voetstuk. Het Eichmann-proces in Israël droeg sterk bij tot de mythevorming, al geeft Cesarani toe dat dit meer door nalatigheid dan opzet gebeurde. Bijna een derde van het boek is aan het proces en Arendts boek erover gewijd. Misschien wil Cesarani niet alleen de tegenstrijdigheden en manipulaties tijdens dit unieke proces aantonen maar ook kritiek leveren op de beperktheden en mankementen van een oorlogsproces in het algemeen?

Hoewel Eichmann een centrale rol in de deportatie van de joden had gespeeld, was hij er nooit in geslaagd tot de policymakers van de Endlösung te behoren. Maar had hij gelijk toen hij zei dat hij nooit een jood vermoord had en nooit iemand de opdracht had gegeven een jood te vermoorden? Eichmann nam hier een loopje met de waarheid. Cesarani toont aan dat uit de handelsvertegenwoordiger in de vroege jaren dertig langzaam maar zeker een man groeide die weloverwogen beslissingen nam en bereid was zich voortdurend aan de veranderende beslissingen van zijn superieuren aan te passen tot hij ten slotte in een rabiate antisemiet veranderde die met grote toewijding en gedrevenheid de allerlaatste jood de dood in wilde jagen.
 
{mospagebreak}Daarom is Eichmann voor Cesarani het prototype van de 'génocidaire', iemand die in het volle besef van zijn verstand en met volledige medewerking van zijn geweten besluit om misdaden tegen de menselijkheid te begaan en voor die beslissing de volle verantwoording wil dragen. Zo komt Cesarani tot een sombere conclusie. Eichmann was "eerder gewoon dan afwijkend". Alleen als we dit willen inzien, kunnen we hem begrijpen, schrijft hij. Iedereen als 'génocidaire' dus?
 
Daarmee sluit de auteur nauwer aan bij Arendt dat je vermoedt als je de ongemeen giftige persoonlijke aanvallen op haar leest. Als Duitse jodin keek ze neer op de Galicische Ostjude Gideon Hausner die openbaar aanklager van Israël tegen Eichmann was en nam ze afstand van het hele zionisme. Cesarini noemt haar een raciste. De Deutschnationale achtergrond, bij uitstek in de protestantse familie Eichmann van Linz, had volgens Cesarini eigenlijk ook Arendt in de greep. Maar is deze stelling niet zelf een vorm van effectbejag?
 
Arendt nuanceerde het monster Eichmann door het in de geschiedenis te plaatsen, maar ze was een onzorgvuldig historicus, meent Cesarini. Goldhagen heeft volgens hem na 1996 het Arendtiaans paradigma doorbroken. Het resultaat is echter dat we nu met biografieën van Eichmann, Himmler, Hitler, Ribbentrop, het hele zootje om de oren geslagen worden, en dat we nu weten dat Eichmann geen nazi maar een fanatieke nazi was. Dat is misschien mooi om weten, maar het is lang geleden dat ik in een boek over de verbanden tussen kolonialisme, antisemitisme, genocide, nationalisme, oorlog en christendom of liberalisme als antidotum gelezen heb.
 
Arendt was niet ‘de ideologe van de koude oorlog’ zoals Cesarini schrijft, maar een gigantisch belezen filosofe die terecht de geschiedschrijving uit haar ambachtelijke Rankiaanse keurslijf wilde bevrijden. Wat zij in 1950 over Congo, Zuid-Afrika, Israël of asiel en denationalisatie schreef is nog actueel. Met haar geëngageerde boeken doorbrak ze precies het intellectueel klimaat waarin ze was opgegroeid. Als echte fenomenologe leidde de daad haar gedachten, ze ontsnapte op eigen initiatief uit het kamp van Gurs in Frankrijk in plaats van haar leven te verliezen in bespiegelingen over het lot dat haar overkwam. Dus toch maar Arendt opnieuw lezen?

Hannah Arendt, Totalitarisme, Boom, Amsterdam, 2005, 448 p., 39,90 euro.
David Cesarani, Eichmann, de definitieve biografie, Anthos/Manteau, Amsterdam/Antwerpen, 453 p., 24,95 euro.
Inge Scholl, De Witte Roos, Ambo, Amsterdam, 115 p., 14,95 euro.


 

Bericht geplaatst in: boekrecensie