30 JARIGE OORLOG

Geplaatst op 28 september 2005
De 30-jarige oorlog (1618-1648) begon als een godsdienstoorlog tussen protestanten en katholieken in de Duitse gebieden....

In november 1618 brak in het Duitse Rijk de Dertigjarige Oorlog uit. De oorlog begon als een klein conflict tussen de Standen van Bohemen en de Duitse keizer, maar de lokale brand spreidde zich al snel uit over het hele rijk. De eerste stapnaar oorlog was de onwettige verkiezing van Frederik V van de Pfalz als koning van Bohemen. De "oude" koning van Bohemen eiste echter zijn rechten op en zocht steun bij Maximiliaan van Beieren en de katholieke liga. De verenigde troepen van de katholieken versloegen in 1620 Frederik, die gesteund werd door een unie van protestantse mogendheden. Na deze nederlaag vluchtte Frederik en de Boheemse opstand kwam daarmee ten einde. 

De oorlog leek daarmee afgelopen, maar in 1620 ging de oorlog verder in de Pfalz. De vernietiging van de protestantse unie was het doel van de Spaanse troepen onder keizerlijk bevel. Dit doel werd in 1621 bereikt toen de Protestantse Unie onder keizerlijke militaire druk zichzelf ophief. Hoewel Frederik militair verslagen was, waren enkele van zijn protestantse bondgenoten dat nog niet. Christian von Braunschweig en Ernst von Mansfeld zetten de oorlog voort in Nedersachsen. Onder deze twee aanvoerders werd het land van Nedersachsen leeggeplunderd. Deze strijd duurde tot ongeveer 1623 en kende een specifiek element; namelijk dat van geloofsoorlog. De Dertigjarige Oorlog gold door dit element als laatste van de godsdienstoorlogen op het Europese land. Begin jaren dertig was het thema geloof vrijwel geheel uit de oorlog verdwenen en de oorlogvoerende partijen streefden alleen nog politieke doelen na. 

De keizer had de oorlog tot dan toe binnen de grenzen van het Duitse rijk weten te houden, maar rond 1625 kreeg de oorlog een internationaal karakter met het ingrijpen van de Deense koning Christian IV in de gevechten. Christian zag zijn kans schoon om, gebruikmakend van de binnenlandse problemen van de keizer, zijn invloed in Noord-Duitsland te verstevigen. De plannen van de Deense koning zouden waarschijnlijk grote kans op slagen hebben gehad, ware het niet dat de keizer met het verslaan van de protestantse opstandelingen in 1626 zijn handen weer vrij had gekregen. Christian IV werd in enkele militaire confrontaties verslagen en moest in 1629 afzien van ingrijpen in het Duitse Rijk. 

De militaire successen van de keizer aan de zuidelijke grenzen van het Lutherse Zweden gaven de Zweedse koning Gustav II Adolf een welkome afleiding om militair in te grijpen in het Duitse Rijk. In 1630 landde de koning in het noorden van Duitsland en begon in 1631 een veroveringstocht door Duitsland die hem zelfs in München bracht. Na aanvankelijke successen werden de Zweden, gesteund door Frankrijk, teruggedreven. 

In 1635 kreeg de oorlog een Europees karakter toen Frankrijk het strijdperk binnentrad. De Fransen wilden de omsingeling van Frankrijk door de Habsburgers doorbreken en zagen in de Dertigjarige Oorlog een welkome gelegenheid daartoe. De deelname van Frankrijk verlengde de oorlog tussen de uitgeputte partijen met nog dertien jaar. In 1648 besloten de oorlogvoerende landen dan toch tot een vrede over te gaan. Dat jaar werd de vrede van Westfalen getekend en na 30 jaar kwam er weer vrede in binnen de grenzen van het Duitse Rijk. De oorlog was een enorme demografische en economische aderlating voor de Duitse staatjes waardoor andere staten zoals Engeland, Frankrijk en de Nederlandse Republiek konden gaan domineren in Europa.

Bericht geplaatst in: artikel