BEELD VAN DE KRUISTOCHTEN

Geplaatst op 11 augustus 2005 door Reinard Maarleveld
Een goed beeld van hoe het er aan toeging in een kruisleger geeft Thea Beckman in het boek De Gouden Dolk. In dit boek beschrijft zij de tocht van de jongen Jiri naar het heilige land.
In het rijk dat de Arabieren in de 7e en 8e eeuw veroverden lag ook de stad Jeruzalem. Deze stad was voor de zowel voor de christenen als voor de joden en moslims een heilige stad. Vele pelgrims bezochten de stad om het graf van Christus te bezoeken.
In de 10e eeuw ging het gerucht dat pelgrims werden lastig gevallen in het Heilige Land door de Seldsjoeken, een volk dat de macht had veroverd in het gebied dat we tegenwoordig Turkije, Syrië, Iran en Irak noemen. De paus riep eind 11e eeuw (1095) op om Jeruzalem op deze barbaren te veroveren.
 
Zijn oproep werd met enthousiasme ontvangen. In 1096 vertrok een groot leger vanuit Frankrijk, Duitsland en Italië naar het Heilige Land. Niet alleen ridders namen deel aan de tocht ook het gewone volk uit de steden en boeren gaven gehoor aan de oproep. Velen geloofden dat ze dit in opdracht van God moesten doen (Deus li volt: God wil het) maar er waren ook mensen bij die hoopten rijk te worden of die het gewoon een spannend avontuur vonden.
 
Er waren er ook bij die nogal wat misdaden op hun kerfstok hadden en zo aan hun straf probeerden te ontkomen.Dit enorme leger vertrok uit West-Europa te voet en te paard via Hongarije, Servië, Bulgarije, Constantinopel het rijk van de Seldsjoeken binnen. De mensenmassa was onderweg moeilijk in bedwang te houden. De kruistocht viel uiteen in een ridderleger en een volksleger.
 
Dit volksleger trok plunderend door Europa. Velen stierven al ver voor het Heilige Land bereikt was. Het ridderleger had meer succes. In 1099 bereikte het leger Jeruzalem en veroverde de stad. Alle inwoners werden vermoord, niet alleen de islamieten maar ook de joden.
 
Na deze kruistocht volgen er meer:
tweede kruistocht 1147-49
derde kruistocht 1189-92
vierde kruistocht 1202-04
vijfde kruistocht 1228-29
zesde kruistocht 1248-54
zevende kruistocht 1270
 
(In 1212 vertrekt er ook een kinderkruistocht , duizenden jongens en meisjes worden misleid en in Marseille naar Alexandrië verscheept om als slaven verkocht te worden.)
 
In 1270 vindt de laatste kruistocht plaats. Al met al zijn de tochten geen succes. Af en toe wordt er steden veroverd en kleine koninkrijkjes gesticht maar deze verdwijnen in de loop der tijd. Vaak door onderlinge ruzies of omdat ze niet bestand zijn tegen aanvallen van de Arabieren.
 
 
{mospagebreak}
Thea Beckman: De Gouden Dolk

Een goed beeld van hoe het er aan toeging in een kruisleger geeft Thea Beckman in het boek De Gouden Dolk. In dit boek beschrijft zij de tocht van de jongen Jiri naar het heilige land. De tekst is niet letterlijk overgenomen maar hier en daar aangepast om een goed lopend kort verhaal te krijgen. Moeilijke woorden heb ik zoveel mogelijk vervangen door makkelijker te begrijpen woorden.
 
Het kruisleger
Koenraad II, koning van Duitsland is ongeveer vijftig jaar oud en een onaangenaam mens. Zijn grootste fout is zijn wantrouwige natuur. Hij is er van overtuigd dat iedereen erop uit is hem te bedriegen. Bang dat koning Louis van Frankrijk zal proberen zich op te werpen als de grote leider van de Tweede Kruistocht is Koenraad met zijn leger van zeker honderdduizend man eerder vertrokken dan de Fransen en heeft hij de Donau al bereikt eer het Franse leger te Metz compleet is.
 
Als koning Louis hoort dat de Duitsers hem ver vóór liggen, breekt hij eveneens op. Intussen stuurt hij koeriers naar alle delen van zijn rijk om de nog steeds toestromende groepen mensen te waarschuwen dat het leger reeds onderweg is en bij Straatsburg de Rijn zaloversteken om dwars door de Duitse landen naar Hongarije te gaan.Door de vlakte van het Rijndal stroomt een brede rivier van wagens, ruiters, voetknechten, ezels, paarden, bedelaars, handelaars, handwerkslieden, boeren, vrouwen.
 
En dat alles wemelt door elkaar, haalt elkaar in, marcheert gezamenlijk op, de ene groep wat sneller dan de andere en uit die langgerekte massa stijgt een enorm geluid op. Een gezoem en gegrom, alsof duizend bijenvolken tegelijk zijn uitgezwermd. Onder hun voeten stuiven stofwolken op die nooit tijd krijgen zich neer te leggen. Boven die wolken uit schitteren vaandels en banieren in het zonlicht, blinken de punten van pieken en lansen, zie je de hoofden van paarden en muilezels knikken.
 
Wanner de wind even stof uiteenblaast, zie je een krakende ossenkar, een ridder in volle glorie van zijn wapenrok, of armoedig geklede mensen met kapotte voeten, gewapend met knotsen en hooivorken, die moeizaam hun weg zoeken in het platgetreden spoor.Een jaar geleden was door de organisatoren van de kruistocht afgesproken dat iedereen die met de oorlog tegen de heidenen niets te maken had, zou thuis blijven. De jacht werd verboden, het was de kruisridders niet toegestaan hun honden en valken mee te nemen. Troubadours, kunstenmakers, vrouwen en kinderen- die moesten achterblijven.
 
Dat voornemen was verstandig maar wie houdt zich eraan? De koningin niet. Die laat zich vergezellen door hofdames, dichters en dienstmaagden. En wie had al die hongerige armen, bedelaars, prostituees, marskramers en echte pelgrims moeten weerhouden zich ongevraagd bij de reusachtige legertros aan te sluiten? Al die mensen dragen een rood kruis op de linkerschouder ten teken dat zij er ook bij horen. Om plunderingen te voorkomen heeft koning Koenraad ervoor gezorgd dat er opslagplaatsen met levensmiddelen zijn achtergebleven voor de Fransen, voor zover zijn eigen leger niet alles heeft kaal gegeten.
 
Verder moeten de kruisvaarders leven van wat zij zelf hebben meegebracht of wat het zomerseland opbrengt. Waar zij ook komen stijgen onmiddellijk de prijzen tot sterrenhoogte. Een groot deel van koning Louis' leger, hoe krijgshaftig het er ook moge uitzien bij de eerste aanblik, bestaat uit weggelopen horigen, halfverhongerde boeren, struikrovers, kermisgasten met beren, bellen en tingeltangels, uit schorem zonder middelen van bestaan.
 
De paus en de heilige Bernard hebben het beloofd: wie bij deze tocht omkomt gaat
regelrecht naar de hemel. Waaro0m dan thuis blijven, al die thuislozen? Waarom bedelen in de smerige straten van de steden, tussen de hutten van de lijfeigenen, in armoedige dorpen? Liever gaan ze de lange weg naar het Heilige Land, waar rijkdommen te veroveren zijn.
 
In die geweldige, verschuivende mensenmassa wordt getrouwd en gestorven, gehandeld. Gevochten, gevrijd en gestolen. Koning Louis tracht vergeefs de orde te handhaven. Gesnapte dieven worden opgehangen, vechtersbazen moeten een stuk van hun oor of neus missen, maar het is onbegonnen werk om enige orde te scheppen in die tienduizenden opeengepakte mensen, die van de hand in de tand leven. Vandaag niets te eten? Steel het dan. Vandaag niets te drinken? Pak het af van iemand die nog een kruik bier heeft. Je vrouw kwijtgeraakt? Doet er niet toe, vrouwen genoeg in deze menigte……..
 
 
 


Bericht geplaatst in: artikel