RUUD LUBBERS

Geplaatst op 21 februari 2005 door Klaas Kornaat en Reinard Maarleveld
Hij begon als jong en talentvol minister van economische zaken in het kabinet-Den Uyl (1973 - 1977). Vervolgens werd hij afgeschreven als een vazal zonder ruggengraat...
De politieke carrière van Ruud Lubbers (1939) werd gekenmerkt door grote schommelingen in aanzien en populariteit. Hij begon als jong en talentvol minister van economische zaken in het kabinet-Den Uyl (1973 - 1977). Vervolgens werd hij afgeschreven als een vazal zonder ruggengraat, nadat hij vier jaar lang het kabinet-Van Agt overeind hield in de Tweede Kamer (1977 - 1981).
 
Hij kwam in 1982 ijzersterk terug als premier. Gepokt en gemazeld in het politieke bedrijf won hij de verkiezingen van 1986 en 1989 en ontwikkelde hij een unieke status als leider, die eigenlijk boven de partijen stond.
 
Verrassend genoeg wist hij zijn positie als deskundig staatsman na 1993 niet te handhaven en werd hij veroordeeld tot een anoniem bestaan als kleurloos academicus; verschillende hoge, prestigieuze functies gingen aan zijn neus voorbij.
 
Zijn onverwachte uitverkiezing in 2000 tot Hoge Commissaris van de Vluchtelingen van de Verenigde Naties leek een geschenk uit de hemel. Lubbers kon zich alsnog bewijzen als staatsman van internationale allure. Na de publicatie van een rapport over vermeende ongewenste intimiteiten moest hij in februari 2005 ontslag nemen. Een tragisch einde van een indrukwekkende politieke loopbaan.
 
Rudolphus Franciscus Marie (Ruud) Lubbers werd op 7 mei 1939 geboren in een rooms- katholiek ondernemersgezin in Rotterdam. De middelbare schooltijd bracht Ruud door op het katholieke jongens-internaat Canisius in Nijmegen. Na het behalen van het gymnasium-b diploma studeerde hij in Rotterdam economie (1957 - 1962). Tijdens zijn studententijd ontpopte hij zich als bestuurder en politicus bij de studentenvereniging Sanctus Laurentius.
Na de afronding van zijn studie (en een korte periode in militaire dienst) stapte hij over naar het familiebedrijf Hollandia Machinefabrieken, waar hij begon als directiesecretaris. In 1965, op 25-jarige leeftijd, was Ruud Lubbers directeur van een miljoenenonderneming. Hij bewoog zich soepel in allerlei besturen en colleges van katholieke ondernemers. Zo was hij voorzitter van de Jonge Christelijke Werkgevers en bestuurslid van het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond (NCW).


Ruud Lubbers, voorzitter van de katholieke werkgevers in de metaalindustrie, schetst de perspectieven voor 1973
 
 
 
Als KVP-er sympathiseerde hij met de progressieve idealen van de linkervleugel, maar hij stapte uiteindelijk niet over naar de PPR (Politieke Partij Radicalen, voortgekomen uit de KVP). De band met het katholieke establishment was daarvoor te sterk.
Toen Ruud Lubbers in 1973 toetrad tot het team van Joop den Uyl was hij voor het grote publiek een onbekend bestuurder. Het kabinet-Den Uyl belandde al snel in zwaar weer. Een internationale oliecrisis leek het begin van een explosieve stijging van de werkloosheid en een diepe recessie. Lubbers ging niet mee in de ambitieuze plannen van den Uyl om de samenleving te hervormen. "Het was niet goed duidelijk waar hij politiek stond. Hij passeerde Boersma (minister van Sociale Zaken) rechts en Duisenberg (minister van financiën) links, naar het zo uitkwam. Hij deed het meer voor het spel dan voor de knikkers." (raadadviseur J. Margés in NRC Handelsblad, 11) Hij werd in het kabinet al snel gewaardeerd om zijn grote werklust en enorme dossierkennis. Daarin leek hij voor de buitenwacht eigenlijk meer op Joop den Uyl dan op zijn collega- ministers. Partijgenoot en collega-minister Dries van Agt, die zich ontwikkelde tot grote tegenspeler van de socialistische premier, had dan ook geen hoge pet op van de saaie vakman Lubbers. In het kabinet-Van Agt - Wiegel (1977 - 1981) was voor Lubbers geen plaats. Wel mocht hij vice-fractievoorzitter worden van het CDA, onder leiding van Willem Aantjes.

Hoewel van Agt en Lubbers elkaar niet lagen hielp Lubbers het eerste kabinet Van Agt naar de eindstreep. Omslag Elsevier, 5 september 1981
 
Tijdens het eerste kabinet-Van Agt (1977-1981) liet Lubbers zich van een heel andere kant zien. Eerst stond hij nog in de schaduw van de leiders van de drie oorspronkelijke ‘bloedgroepen' binnen het CDA (Kruisinga/CHU, Andriessen/KVP en Aantjes/ARP). Binnen enkele jaren vielen deze ‘concurrenten' echter weg. Aantjes verliet de politiek nadat bekend werd dat hij jarenlang feiten over zijn oorlogsverleden verzwegen had. Andriessen en Kruisinga kenden een korte, ongelukkige carrière als minister en verdwenen uit beeld. Plotseling kreeg Lubbers de kans waar hij op had gewacht. Hij werd fractievoorzitter van een verscheurd CDA.
De fractie was hopeloos verdeeld. Sommigen zagen in premier Van Agt de grote voorvechter van de conventionele idealen, anderen waren teleurgesteld over het gebrek aan visie en de overmaat aan dogmatiek. Lubbers had te maken met een aantal fractieleden dat zich beriep op het recht af te wijken van het partijstandpunt. Deze ‘loyalisten' brachten het kabinet, en daarmee fractieleider Lubbers, regelmatig in een lastig parket. Als een volleerd evenwichtskunstenaar presenteerde Lubbers zich beurtelings als woordvoerder van fractie en regering.
Zo zorgde hij er hoogstpersoonlijk voor dat het kabinet-Van Agt de vier jaar volmaakte. Het tweede kabinet-Den Uyl kwam er definitief niet. Lubbers werd door vriend en vijand gezien als vazal van de zeer populaire Dries van Agt, die zo'n kundige beschermengel wel kon gebruiken.

Politiek tekenaar Frits Muller beeldde Lubbers af als aap op de schouder van marskramer Van Agt. HP 5 juli 1980
 
Eind 1982 verraste Van Agt vriend en vijand door uit de politiek te stappen. Opeens was Lubbers premier. De kenners gaven hem weinig kans. Zijn ploeg bestond niet bepaald uit zwaargewichten en ook het leiderschap van Lubbers werd niet hoog aangeslagen. Toch ontpopte hij zich in korte tijd als een zeer bekwame minister-president.
 
Veel meer dan zijn voorganger Van Agt liet hij beleid en resultaten voor zich spreken. Hoewel hij, samen met zijn minister van financiën Ruding, zware bezuinigingen doorvoerde, onder het motto no-nonsense, en het terugdringen van het begrotingstekort als ‘heilige taak' opvatte, werd hij door velen gewaardeerd en moesten zelfs zijn politieke tegenstanders erkennen dat er op de prestaties van Lubbers niet veel viel af te dingen. Binnen vier jaar groeide Lubbers uit tot grote leider van de aanhangers van de ‘nieuwe zakelijkheid'.


Tom Jansen tekende Lubbers als nietsontziende uitperser van het volk. Trouw, december 1982
De vermoeide idealist Den Uyl, die de teloorgang van de sociale politiek met lede ogen had aangezien, was in 1986 geen partij voor de dynamische Lubbers, die ogenschijnlijk moeiteloos een grote verkiezingsoverwinning behaalde. Uitzinnige leden van het CDA droegen hun held op handen: Lubbers was een winnaar die de tijden van interne verdeeldheid snel deed vergeten.
Een van de moeilijkste problemen in zijn eerste regeringsperiode was de door de NAVO gewenste plaatsing van Amerikaanse kruisraketten op Nederlands grondgebied, ter afschrikking van de Sovjet-Unie. Massale demonstraties maakten duidelijk dat veel Nederlanders tegen waren. Ook de PvdA voerde fel actie tegen mogelijke plaatsing, terwijl het CDA intern verdeeld was. Binnen de NAVO werd de Nederlandse opstelling uiterst kritisch bekeken. Uiteindelijk werd besloten (1984) om alleen tot plaatsing over te gaan wanneer de Sovjet-Unie zou doorgaan met het plaatsen van SS20-raketten. Vriend en vijand prezen Lubbers voor het realiseren van dit onmogelijk geachte compromis.
 
Peter Van Straaten in VN, 1 oktober 1983
 
Het tweede kabinet Lubbers (1986 - 1989) was opnieuw een coalitie tussen CDA en VVD. De samenwerking met de liberalen begon slijtageplekken te vertonen. Het imago van Ruud Lubbers veranderde. Van keiharde saneerder ( het Amerikaanse blad Time had hem voorzien van de bijnaam Ruud Shock) werd hij de man die zich bezorgd maakte over "de aantasting van de rechtsorde en de kwaliteit van de samenleving."(NRC handelsblad, 64). Justitie moest misstanden harder kunnen aanpakken. Tegelijkertijd, zo vond Lubbers, werd de democratie overbelast doordat de samenleving in het verleden teveel had toegestaan en de overheid teveel hooi op de vork had genomen. De gezondheidszorg, de belastingregeling en de WAO moesten op de helling.
Nadat in de eerste kabinetsperiode de RSV- enquête minister van economische zaken Van Aardenne vleugellam heeft gemaakt, sneuvelden nu de bewindslieden Van Eekelen en van der Linde in het onderzoek naar de moeizame fabricage van een nieuw paspoort. De irritaties tussen CDA en VVD liepen verder op door meningsverschillen over de financiering van het Nationaal Milieu Beleidsplan (NMP) en begin mei 1989 viel het kabinet.
Campagnefoto 1989
Campagnefoto 1989
 
Ook in zijn derde kabinet (1989 - 1994), nu met de PvdA als coalitiepartner en Wim Kok als vice-premier, streefde Lubbers naar meer orde en veiligheid in de samenleving. Het grote aantal niet-werkenden noemde hij verontrustend ("Nederland is ziek"). Hij pleitte voor hogere boetes, strengere straffen en "kampementen" voor jeugdige criminelen.
De plannen voor herziening van de WAO zetten veel kwaad bloed en brachten ook Kok (als leider van de PvdA) ernstig in de problemen. Maar Kok was het met Lubbers eens dat het aantal niet-werkenden in de samenleving kleiner moest worden. Zijn verkiezingsleuze ("tijd voor een ander beleid") kon hij daarmee echter niet waarmaken.

Kok en Lubbers serveren "weer gehakt!". Jos Collignon in de Volkskrant, 16 september 1992
 
Nederland was in juli 1991 voorzitter geworden van de Europese Gemeenschap en presenteerde een plan voor nieuwe stappen op weg naar een federaal Europa. In september werd dit plan door alle lidstaten (behalve België) rigoureus verworpen, zodat er op de valreep van het voorzitterschap naar een alternatief moest worden gezocht.
Lubbers was door zijn langdurig premierschap kind aan huis bij de groten van de Europese politiek (Thatcher, Mitterand en Kohl) en slaagde er in met behulp van "zijn befaamde torentjes-techniek; bilateraaltjes; onderonsjes en de biechtstoelprocedure (een gesprek onder vier ogen)" (NRC Handelsblad, 105) voor een compromis te zorgen. In het provinciehuis van Maastricht werd in december 1991 de basis gelegd voor een Europese monetaire en politieke unie. Lubbers leek zijn kandidatuur om in 1994 Jacques Delors op te volgen als voorzitter van de Europese Commissie te hebben versterkt.
 
Lubbers had al in 1989 te kennen gegeven niet voor een vierde maal premier te willen zijn. Reeds in december 1989 liet hij weten CDA-fractieleider Elco Brinkman als zijn opvolger te zien en in 1992 herhaalde hij die boodschap. De verhouding tussen Brinkman en Lubbers verslechterde echter snel toen Brinkman in januari 1993 dreigende woorden over een kabinetscrisis (naar aanleiding van de WAO-plannen van het kabinet) van Lubbers moest inslikken. Lubbers liet doorschemeren dat hijzelf misschien toch moest aanblijven als premier. Partijvoorzitter Van Velzen schoof Brinkman vervolgens openlijk naar voren als de nieuwe kandidaat-premier van het CDA.
 
Vanaf dat moment ging het mis. Opiniepeilingen maakten duidelijk dat het CDA afstevende op een zware nederlaag. Lubbers werd steeds vaker betrapt op twijfelachtige uitspraken over zijn waardering voor Brinkman als nieuwe leider van het CDA. De langst zittende premier van Nederland leek geen afstand te kunnen doen van de macht, waardoor hij nationaal en internationaal zijn reputatie van groot staatsman schade berokkende.
 
De verkiezingsuitslag van mei 1994 was vernietigend voor het CDA. Debutant-lijstrekker Brinkman verloor 20 van de 54 zetels, waarmee zijn politieke doodvonnis getekend leek. Een volgend drama voltrok zich in juni op het Griekse eiland Corfu. De Europese regeringsleiders lieten daar Ruud Lubbers keihard vallen als kandidaat-opvolger van Jacques Delors. De Duitse bondskanselier Kohl en de Belgische premier Dehaene hadden zich van Lubbers afgekeerd.

In 1992 leek Lubbers nog onpasseerbaar. NRC Handelsblad over de aanstaande voorzitter van de Europese Commissie, 2-11-1992
 
Een onverwachte kans op eerherstel diende zich in 1996 aan toen de Belgische secretaris- generaal van de NAVO, Claes, moest opstappen wegens betrokkenheid bij een omkoopschandaal. Lubbers werd genoemd als kandidaat, maar weer kon zijn voordracht, ondanks een intensieve lobby van de Nederlandse regering, niet rekenen op brede steun. De Spanjaard Solana werd benoemd.
 
Zijn uitverkiezing in 2000 tot Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties bood hem de kans alsnog uit te groeien tot een staatsman van internationale allure. Een affaire over vermeende handtastelijkheden en de publicatie van een intern VN-rapport hierover in The Independent maakten zijn positie echter onhoudbaar. In februari 2005 was zijn politieke carrière definitief voorbij.
 
Lubbers was als politicus een omstreden figuur. Sommigen zagen in hem een machiavellist, iemand die geen loyaliteit voelde met personen, maar zich uitsluitend bezighield met het "managen" van de BV Nederland. Daarbij steunend op een legendarische dossierkennis, een onnavolgbare werklust en de wil om altijd te winnen. Zijn stijl was ondoorzichtig, verwarrend, improviserend, maar steeds gericht op het zoeken naar een compromis. Dat zoeken, aldus de tegenstanders van zijn beleid, speelde zich bij voorkeur af in de beslotenheid van het Torentje, waar, vaak in zeer kleine kring, deals werden gesloten. Helderheid en openheid pasten niet in de strategie van de premier. Hetgeen onder meer tot uitdrukking kwam in zijn bijzonder taalgebruik, waarbij de term "positieve grondhouding" een klassieker werd.
 
Vooral voor het gevoerde beleid in zijn eerste kabinetsperiode oogstte hij echter veel lof, ook in het buitenland. Het in 1982 gesloten akkoord van Wassenaar (nu algemeen gezien als de basis voor het beroemde poldermodel) was mede onder zijn leiding tot stand gekomen. Ook het compromis over de kruisraketten-kwestie werd in brede kring gewaardeerd. De frisse en energieke ("no nonsense") uitstraling leek in het tweede kabinet-Lubbers verdwenen, terwijl in het derde kabinet-Lubbers maatschappelijk zeer omstreden plannen met betrekking tot de gezondheidszorg en de WAO voor een grote druk op de coalitie met de PvdA zorgden.
 
Politiek gezien, zo gaf hij in februari 1999 in het tv-programma Buitenhof toe, was het verstandiger geweest om de coalitie voortijdig op te blazen. Nu sleepte het CDA zich moeizaam voort naar een steeds groter wordende verkiezingsnederlaag. Maar, zei Lubbers in het interview, op advies van vriend en politiek adviseur Jan de Koning had hij het niet gedaan. Het was immers niet in het landsbelang. De val van Brinkman werd zo ook de val van Lubbers.
 
Daarom kon Ruud Lubbers niet de kroon dragen die voor hem gereed leek te liggen: het voorzitterschap van de Europese Commissie. Een eerbewijs dat hij (na 12 jaar in het centrum van de macht te hebben gestaan) misschien wel verdiend had. Nu restte hem, als karige beloning, slechts een betrekking als hoogleraar.
 
In dat licht was zijn uitverkiezing in 2000 tot Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties een kans om alsnog zijn sporen te verdienen in de wereldpolitiek. Een incident, waarbij hij handtastelijk geweest zou zijn tegenover een medewerkster, groeide in 2004 uit tot een rel.
 
Zijn sterkste wapen, de vaardigheid altijd een compromis te kunnen bereiken, liet hem in de steek. Waarschijnlijk buiten zijn schuld: de Verenigde Naties stonden al lange tijd onder internationale druk als gevolg van beschuldigingen van machtsmisbruik en corruptie. Een nieuwe affaire, ditmaal over ongewenste intimiteiten, kon VN-baas Khofi Anan niet gebruiken. Lubbers moest in februari 2005 zijn biezen pakken. Een tragisch einde van een carrière die gekenmerkt werd door grote schommelingen in aanzien en populariteit.
 
 
Een oproep van de premier, september 1989
 
Literatuur:
Robbert Ammerlaan (redactie), Afscheid van Ruud Lubbers. Baarn, 1994
Klaas Kornaat, De pen in de aanslag: 100 jaar belasting in de politieke prent. Den Haag, 1995
Mark Kranenburg, Kees van der Malen (redactie), NRC Handelsblad. Het tijdperk Lubbers (1982 - 1994). Rotterdam, 1994
Niels Rood (redactie), Het succes van Lubbers: hoe word ik minister-president? Amsterdam, 1989
Bericht geplaatst in: artikel