EERSTE WERELDOORLOG

Geplaatst op 19 februari 2005
De herdenking van WO II gaat gepaard met een toegenomen belangstelling voor de WO I. Ook in Nederland neemt de interesse toe, nadat er 80 jaar nauwelijks aandacht aan geschonken werd.
De herdenking van de Tweede Wereldoorlog gaat gepaard met een toegenomen belangstelling voor de eerste. Ook in Nederland neemt de interesse toe, nadat er tachtig jaar nauwelijks aandacht aan geschonken werd. Bovendien zijn het daar vooral amateurhistorici, terwijl de academische historiografen het voorlopig laten afweten. Er is ook een Studiecentrum Eerste Wereldoorlog opgericht, dat de publicatieachtstand in snel tempo aan het inhalen is. Busreizen naar West-Vlaanderen en Noord-Frankrijk zijn in trek, ook in schoolverband. We gaan eerst naar Londen. In de jaren ’70 begonnen historici van het Imperial War Museum interviews af te nemen van veteranen uit de Eerste Wereldoorlog. Ze deden dat in Groot-Brittanië, Duitsland, Amerika, Australië, Canada en België. Dertig jaar later verwerkte Max Arthur de interviews tot een boek.
 
Max Arthur, Vergeten stemmen uit de Grote Oorlog
Hij geeft eerst een overzicht van de voorbereidingen, waarmee Frankrijk al in 1871 begonnen was. Hij geeft cijfers van de strijdkrachten van Frankrijk, Duitsland, Engeland en Rusland. Hij vergeet dus enkele tenoren. Bij het begin van elk oorlogsjaar, overloopt hij de stand van zaken op verschillende fronten. Dan komen telkens de getuigenissen van mannen en vrouwen die toen erg jong waren: 16 à 20 jaar.
 
We geven een aantal voorbeelden: een Frans student vertelt hoe in zijn familie gesproken werd over de verloren provincies Elzas en Lotharingen, hoe die gebieden op landkaarten met een rouwkleur gemarkeerd werden en hoeveel enthousiasme er telkens was wanneer bij de mobilisatie gescandeerd werd “Op naar Berlijn”. De oorlog, zo dachten ze, zou twee, hooguit drie maanden duren.
 
Een Brits student meldde zich vrijwillig aan bij het leger, in de overtuiging dat hij vóór
7 oktober weer in Cambridge op de universiteitsbanken zou zitten.
Een Duitse jongen zag soldaten enthousiast opstappen, getooid met bloemen en vergezeld van fanfares, wapperende vlaggen en op zijn beurt in de overtuiging dat Duitsland zeer snel zou winnen.
 
Andere Duitse bataljons deden het dan weer heel stil, zonder muziek en zonder enthousiasme.
In Belgische dorpen maakten ze mee dat de burgemeesters smeekten om de handen van kinderen niet af te hakken. Blijkbaar was de bevolking daar geïndoctrineerd met zulke gruwelverhalen.
 
Een schoolmeisje vertelt over de val van Brussel op 20 augustus 1914. Burgemeester Adolphe Max komt er niet in voor. Anderen vertellen over de eindeloze rijen vluchtelingen, waarover onlangs nog een afzonderlijk album verschenen is (Siegfried Debaeke, Vluchten voor de oorlog. Belgische vluchtelingen 1914 – 1918).
 
Arbeidsters in munitiefabrieken klagen dat hun werk zo gevaarlijk was en dat ze dan nog uitgescholden werden op straat, omdat ze iets meer verdienden dan anderen.
 
De slagvelden die ter sprake komen liggen in West-Vlaanderen, Frankrijk,Turkije
(Gallipoli of Gelibolu) en op de Atlantische Oceaan. In feite waren er een pak meer.
Menig soldaat klaagt dat hij niet getraind was voor de orlogsvoering zelf en dat hij op het terrein in twee weken meer moest leren dan in twee jaar opleiding, als ze al opgeleid waren.
Aangrijpend zijn de getuigenissen over Kerstmis 1914. De Duitsers begonnen “Stille Nacht” te zingen, de Engelsen volgden. Er kwam een ontmoeting, die mogelijk was doordat nogal wat Duitsers Engels kenden. Engelse kranten hadden alleen maar kritiek op deze korstondige en eenmalige verbroedering.
 
Opmerkelijk zijn de zware straffen die soldaten kregen voor ogenschijnlijk lichte vergrijpen. Voor het missen van een naamafroeping werd een Canadees een week lang dag en nacht vastgebonden aan een wagenwiel, in de koude winter. Een bangerik, die zich verstopte tijdens twee of drie aanvallen, werd door zijn eigen makkers geëxecuteerd.
 
Gruwelijk waren de eerste gasaanvallen in 1915. Men beschermde zich toen door te urineren in een zakdoek en die voor het gezicht te houden en natte klei op de huid te plakken.
Andere problemen waarmee de legers kampten waren: luizen, vlooien, ratten, infecties, dode kameraden en paarden die dagenlang bleven liggen, gebrek aan dokters en tandartsen, voedselschaarste op het terrein en in het moederland, modder, koude, het loodzware graafwerk, vriendinnen die per brief lieten weten dat ze een andere vriend hadden leren kennen, de dagelijkse, deprimerende lijsten van slachtoffers in de kranten.
 
Enkele opmerkingen: de getuigenissen zijn in meerderheid Brits. Russen, Turken, Oostenrijkers ontbreken helemaal. Idem voor neutrale landen zoals Nederland: hoe konden zij de vluchtelingen opvangen, hoe stonden ze tegenover Duitsland dat hen gespaard had? Iets meer stemmen uit die gebieden en ook uit België hadden de oorlog in een ruimer perspectief kunnen plaatsen.
Het taalgebruik is niet altijd even sereen: “een vent”of “die knul” horen eerder thuis in de gesproken taal.
 
Het boek is mooi uitgegeven, maar het is een jammerlijke vergissing dat men de foto’s en het uitgebreide register van de Engelse editie hier weggelaten heeft. Wanneer men dan generaal Joffre (p. 55) beschrijft als groot, zwaar, lijvig, met peper- en zoutkleurig haar en hangsnor, dan is het leuker als je hem ook kunt zien. Een verklarende woordenlijst van de technische termen ontbreekt eveneens.
 
Deze persoonlijke getuigenissen kunnen wel een goede aanvulling vormen bij het zakelijke handboek van Luc De Vos dat we eerder al besproken hebben. (Luc De Vos, De Eerste Wereldoorlog)
 
H.P. Willmott, Eerste Wereldoorlog. Vertaling van First World War
Van een heel andere aard is het rijkelijk geïllustreerde album van Willmott. Bijna nergens vind je zoveel foto’s, tabellen, statistieken, portretten, tijdlijnen, kaarten en ander didactisch materiaal over alle aspecten van het oorlogsgebeuren als hier. Het zijn er veel meer dan in het even dikke “1914-1918” van Jay Winter ( 1977). De illustraties spreken hier boekdelen, de tekst is beknopt.
 
Het album is zeer afwisselend en veelzijdig: tabellen over bevolking, productie van steenkool en ijzer, spoorwegen in Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland, Oostenrijk-Hongarije, USA, resp. in 1875, 1900, 1913. Rusland steekt er bovenuit in bevolking: van 80 naar 170 miljoen of een verdubbeling in 40 jaar. Dat aantal daalde in de 20ste eeuw door twee wereldoorlogen, wandaden van Stalin en een negatieve bevolkingsgroei. Engeland en nadien de USA stonden op kop bij steenkool en ijzer, de USA bij spoorwegen, Duitsland nergens.
 
Op tijdlijnen zien we de volgorde van de oorlogsverklaringen, de gebeurtenissen op de vele fronten en in vele landen, telkens op meer plaatsen dan in vorig boek, want hier komen de USA, Rusland en het Midden-Oosten ook aan hun trekken.
 
Foto’s tonen alle mogelijk legermateriaal, medische instrumenten, kentekens van de verschillende legers, aanvoerders en koningen, het Kerstbestand van 1914, de gasaanvallen, voedselbonnen, ersatzproducten, uitgehongerde kinderen in Oostenrijk – Hongarije en Duitsland, vrouwen in de fabrieken, Edith Cavell, het dagelijks leven achter de frontlinies, steden zoals Brussel en Ieper, de slachting onder de Armeniërs in 1915 – 1917, omdat ze door de Turken verdacht werden van collaboratie met de Russen, woedende mensen in Duitsland na de ondertekening van Versailles, de Russische revolutie en Burgeroorlog.
 
Op kaarten staan o.a. het Schlieffenplan, de troepenbewegingen op vele plaatsen in West- en Oost-Europa, in het Osmaanse Rijk, in de Stille en Atlantische Oceaan; de grenzen in Europa en het Midden-Oosten vóór en na de oorlog.
Het boek eindigt met een tabel van het aantal doden, waarbij Rusland de kroon spant, net zoals in de Tweede Wereldoorlog.
 
Enkele opmerkingen: op de kaarten van 1918 is niet duidelijk aangegeven wat er veranderde t.o.v. 1914; de verklarende woordenlijst is onvolledig en verwijst niet naar de vele didactische afbeeldingen elders in het album; ook het register verwijst daar niet naar.
 
We ronden dit overzicht af met een detailstudie over Turnhout vóór, tijdens en net na de Eerste Wereldoorlog:
 
Sam van Clemen, Turnhout tijdens de Eerste Wereldoorlog
Historicus Sam Van Clemen publiceerde in 2003 al een gelijksoortig werk over zijn stad in de Tweede Wereldoorlog. Ook deze keer overstijgt hij met lengtes het niveau van de gemiddelde heemkundige publicatie, zowel door zijn wetenschappelijke en veelzijdige aanpak als door de verwijzingen naar de Vlaamse, Belgische, Nederlandse en mondiale context. Het is een herwerking van zijn eindverhandeling aan de K.U.L.
 
Van Clemen geeft eerst een sociaal-economisch en politiek profiel van de stad en de regio vóór de oorlog: de papierindustrie, speelkaarten (m.n. Brepols), tijk- en kantnijverheid, tabak, diamant, de politieke partijen en aanverwante verenigingen. Dan volgen de organisatie van de Belgische defensie en van het Rode Kruis, de oorlogsdreiging.
 
Zijn chronologisch oorlogsverslag stelde hij samen aan de hand van drie dagboeken en enkele dag- en weekbladen. Hij wisselt het ook nu af met portretten van Turnhoutenaars die ook buiten hun gemeente bekendheid genoten, zoals de latere VNV-er Ward Hermans en andere volksvertegenwoordigers.
 
Hij toont ook beelden van de dodelijke hoogspanningsdraad aan de Nederlandse grens, het smokkelen in Nederland, Baarle-Hertog dat als enig Belgisch dorp grotendeels ontsnapte aan de bezetting; hij spreekt over het activisme, frontblaadjes die hier gedrukt werden voor de soldaten aan de IJzer, krijgsgevangenen in Duitsland, het verdrag van Versailles.
 
Hij eindigt met gedetailleerde lijsten van gesneuvelde soldaten, burgerslachtoffers en aangehoudenen, telkens met de reden en de duur erbij.De bibliografie is grondig, de registers betreffen personen, straten, instellingen, organisaties en gebouwen. Het boek is dus in alle opzichten af.
Eén detail: bij foto’s van het vroeger ziekenhuis in de Warandestraat of van het oude stadhuis had zeker mogen staan wanneer ze plaats moesten maken voor het Cultureel Centrum en voor het huidige stadhuis.
 
Referenties:
Max Arthur, Vergeten stemmen uit de Grote Oorlog. Vertaling van: Forgotten voices of the Great War. Uitgeverij Roularta, Roeselare, 2004. 368 p. ISBN 90 5466 586 6; € 22.
 
Siegfried Debaeke, Vluchten voor de oorlog. Belgische vluchtelingen 1914 – 1918. Uitgeverij Davidsfonds, Leuven en In Flanders Fields Museum, Ieper, 2004.143 p.; foto’s, bibliografie.ISBN 90 5826 2820; € 30.
 
Luc De Vos, De Eerste Wereldoorlog. Uitgeverij Davidsfonds, Leuven, 2003.191 p.; kaarten, foto’s, schema’s, bibl. ISBN 90 5826 226 X; € 20.
 
H.P. Willmott, Eerste Wereldoorlog. Vertaling van First World War. Uitgeverij Lannoo/ Spectrum, Tielt / Utrecht, 2004. 319 p.; kaarten, foto’s, tabellen, graf., reg.
ISBN 90 774 4503 X; € 37,95.
 
Sam van Clemen, Turnhout tijdens de Eerste Wereldoorlog. Uitgeverij Brepols, Turnhout, 2004.241 p.; foto’s, tab., bibl., registers.ISBN 90 5622 0594; € 30.
Bericht geplaatst in: boekrecensie