EUROPA

Geplaatst op 14 juni 2004
Per 1 mei 2004 zijn er tien nieuwe lidstaten bij de Europese Unie gekomen. Naast vreugde heerste er in de oude lidstaten van Europa overheerste vooral scepsis.
Per 1 mei 2004 zijn er tien nieuwe lidstaten bij de Europese Unie gekomen. Naast vreugde heerste er in de oude lidstaten van Europa overheerste vooral scepsis. Deze euroscepsis varieerde van de angst voor grote groepen Oost-Europeanen die de arbeidsmarkt zouden overspoelen tot de angst voor de vermindering van inkomsten uit de structuurfondsen van de EU. Maar ook in de nieuwe lidstaten waren de inwoners niet altijd even blij. Sommigen waren bang dat er een nieuwe overheersing zou komen, maar dan vanuit Brussel. De overheersing door de Sovjet-Unie is immers nog maar 15 jaar geleden. Ook waren de Oost-Europeanen bang dat de prijzen met de toetreding zouden stijgen. Gemengde gevoelens dus.
 
De EU staat in het Westen bij de meeste inwoners niet goed aangeschreven. De verkiezingsopkomst van 14 juni 2004 bevestigt de negatieve beeldvorming bij het grote publiek. De organisatie wordt meestal verweten dat zij niet krachtdadig op kan treden in de buitenlandse politiek, veel geld kost en op belangrijke momenten sterk verdeeld is en daardoor leidt tot zwakke compromissen. Voor de Europese Unie is het probleem dat veel van deze punten van kritiek blijken te kloppen. Desondanks kent de Europese Unie ook grote voordelen. Wie vroeger de grenzen met buurlanden over wilde steken voor vakantie weet nog hoeveel tijd er verloren ging. Deze tijdswinst werd in veel ruimere mate behaald in het handelsverkeer. Het belangrijkste voordeel van de EU is dan nog niet benoemd. Dankzij de Europese Unie behoren de verwoestende oorlogen uit de Europese geschiedenis tot het verleden. Desondanks staat de Europese Unie overwegend in een negatief daglicht en lijkt vooral een creatie te zijn van de politiek. In het volgende zal ik kort ingaan op het negatieve beeld en de historische achtergronden van de Europese Unie. Deze twee punten zijn nauw met elkaar verbonden.
In de ontwapening van de West-Europese landen liggen de wortels van de EU. Kort na het einde van de Tweede Wereldoorlog werd de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) opgericht. In het samenwerkingsverband tussen Frankrijk, Duitsland, Benelux en Italië werden niet voor niets deze twee grondstoffen opgenomen. Kolen en staal waren bij uitstek de grondstoffen die gebruikt werden voor de oorlogvoering. Door een controleorgaan op te richten dat deze grondstoffen beheerde werd de mogelijkheid op oorlog grotendeels beperkt. De creatie van de EGKS werd stond in 1951 onder grote druk van de Verenigde Staten. Aan het begin van de Koude Oorlog was er een grote behoefte aan een Europa dat samenwerkte met de Amerikanen tegen de Sovjet-Unie. Het primaire doel van de samenwerkende Europese landen was dus vooral gericht op het voorkomen van een nieuwe Europese oorlog én samenwerking in de Koude Oorlog. Een vastomlijnd plan voor de toekomst van de Europese samenwerking was er niet. Er waren wel ideeën over een Europese staat maar die werden nooit uitgevoerd omdat de landen nog steeds hun eigenbelang lieten prevaleren boven dat van het samenwerkingsverband. Slechts als er weinig belangen waren óf als er een grote druk op de landen stond werd er doorbraken geforceerd. Als voorbeeld kan de invoering van de euro dienen. Tot de invoering van deze gezamenlijke munt werd kort na de val van het IJzeren Gordijn besloten omdat de landen controle over elkaars monetaire politiek uit wilden oefenen.
 
Aan de voortgang van de Europese samenwerking heeft nooit een overtuigende visie gelegen. De Europese politici reageerden op situaties die en mogelijkheden die zich voordeden, maar nationalisme bleef altijd een belangrijke factor in de Europese politiek. Dit is de reden waarom wij nu met een moeilijk bestuurbare Europese Unie zitten. De landen hebben in de loop der tijden vele compromissen moeten sluiten die veel afbreuk hebben gedaan aan de politieke besluitvorming. Economisch gezien is de EU veel succesvoller geweest. De EU is een van de grootste handelsblokken ter wereld die niet onderdoet voor de kracht van de Verenigde Staten. Verder is de interne Europese handel flink gegroeid door het wegvallen van de handelsbarrières. Politiek is Europa echter een zwakke figuur in de wereldpolitiek. De zwakte komt vooral door het ontbreken van een krachtige leiding en het ontbreken van mogelijkheden daartoe. De kleine landen zijn vooral bang dat de grote landen de kleine landen weg zullen drukken. Vooral de onderlinge verdeeldheid wordt door de Europese bevolking gezien.
Daarom zal de Europese Unie een visie moeten ontwikkelen welke kant zij op wil. Met 15 leden was de Unie al moeilijk te besturen, maar een Unie van 25 leden wordt welhaast op de huidige manier onbestuurbaar. Ieder land heeft zijn eigen voorkeuren en wensen. Daar komt nog bij dat de EU economisch gezien sterk verdeeld is geraakt door de toetreding van de nieuwe leden. De nieuwe landen zijn bijna allemaal economisch veel armer dan de oude landen van de Unie. In het verleden is er daarom wel de theorie van het Europa van de ‘twee snelheden’ aangehaald. In dit Europa zou er een groep moeten komen die het initiatief zou nemen en de verdere integratie op zich zou moeten nemen. De tweede groep zou in een later stadium de uitgezette lijn volgen. Dit idee stuit echter op grote bezwaren bij de armere of kleinere lidstaten van de Unie. Deze landen zijn bang dat er een rijke kopgroep van landen zal ontstaan die alle macht naar zich toetrekken. Een nieuwe grondwet van de EU zou aan een groot aantal onzekerheden een einde moeten maken. Juist deze grondwet spatte vooralsnog uiteen op neiging van de lidstaten om hun eigen macht zoveel mogelijk uit te bouwen.
 
Geografisch begint de Unie de grenzen na de laatste uitbreiding de grenzen van wat normaal gesteld wordt als het continent Europa te bereiken. De Balkanlanden, Bulgarije en Roemenië staan al in de wachtkamer. Een groot probleem voor de beleidsmakers die de regie van de uitbreiding voeren, is Turkije. Dit land ligt voor 5% in Europa. Het is altijd een goede NAVO-partner geweest en miljoenen Turken wonen in Europa. De EU heeft min of meer door laten schemeren dat het land op termijn lid kan worden, maar dat er nog aan een groot aantal voorwaarden voldaan moet worden. De belangrijkste van deze voorwaarden zijn de mensenrechten. Turkije voert in het grensgebied met Irak nog altijd strijd tegen de Koerden. Hoewel deze reden altijd wordt aangehaald zijn er waarschijnlijk enkele andere veel belangrijker redenen die de toelating van Turkije vooralsnog tegenhouden. Economisch gezien loopt Turkije nog ver achter op het Westen van Europa. Zeker het oosten van Turkije is economisch gezien nog ver verwijderd van het westerse peil. De huidige uitbreiding bracht al een aantal economisch zwakke landen binnen de Unie en een groot land als Turkije zou een zware belasting betekenen voor de EU. Verder is de Unie toch bezorgd over het binnenhalen van Turkije omdat het moeilijk te voorspellen is wat voor problemen de nieuwe grenzen zullen brengen. Europa zou dan te maken krijgen met het vraagstuk van de Koerden. Ook zou Europa plotseling aan het Midden-Oosten grenzen met alle problemen van dien. Verder is Turkije Islamitisch en dat zou toch wrijving kunnen geven met de Christelijke EU. Tot slot is de gehele cultuur van Turkije in verschillend van die van het westen. Ook dat wordt gezien als een reden om de uitbreiding met Turkije tegen te houden.
 
Uiteindelijk kunnen we stellen dat de Europese Unie met hele kleine stapjes vooruit gaat in de richting van een staat. De stapjes worden vaak genomen aan de hand van compromissen. Desondanks is het duidelijk dat de Unie al een grote verbetering heeft doorgemaakt sinds de stichting in 1953. Een groot deel van Europa is aangesloten bij de Europese Unie. De kans op conflicten die uit de hand lopen is daarmee een stuk kleiner geworden. De EU staat voor nieuwe uitdagingen op het gebied van samenwerking. Door de dreiging van het terrorisme zijn de landen gedwongen om samen te werken op een van de meest heikele punten; de veiligheid. Maar ook staatkundig gezien moet de Unie voor zichzelf gaan beslissen hoe de toekomst er verder uit zal gaan zien. Een van de belangrijkste punten ter verbetering is de populariteit. De Europese Unie is voor veel mensen een onbekend terrein en onbekend maakt onbemind. Wil de Unie krachtiger op kunnen treden dan dient zeker de legitimiteit van de Unie verbeterd te worden. Voor de nationale en Europese politici dient er dus nog veel werk verzet te worden voordat Europa een her- en erkend bouwwerk is bij de eigen bevolking.
Bericht geplaatst in: artikel