ASTERIX EN DE WAARHEID

Geplaatst op 30 november 2002
De lezer mag het boek ook niet beschouwen als een geschiedenis van de Galliërs: daarvoor graaft het niet diep genoeg en is het zeker niet voldoende gestructureerd.
De auteurs zijn resp. historicus en classica aan de Universiteit van Amsterdam. Ze leiden de lezer rond in de boeiende wereld van Asterix en Obelix, de wereldberoemde helden van Goscinny en Uderzo.

Deze didactische rondleiding gebeurt in woord en beeld ; concreet betekent dit : vlotte uitleg over het verleden, gecombineerd met fantasierijke tekeningen, fotos van archeologische voorwerpen en waarheidsgetrouwe reconstructies van toenmalige monumenten en voertuigen.

De behandelde onderwerpen zijn: de karakters van de hoofdpersonages; het uitzicht van hun dorpje ergens in Armorica (Bretagne - Normandië); de economische activiteiten die daar en elders in Gallië plaats vonden rond 50 v.C.; het profiel van de Romeinse veroveraars en de verschilpunten tussen Romeinen en Galliërs; eet- en drinkgewoontes en voorwerpen in de entourage van Asterix (in de vorm van een A- tot Z-overzicht).

Voor de leraar geschiedenis en Latijn bevat het boek veel bruikbare gegevens, zij het dan dat je ze zelf een beetje bij elkaar moet sprokkelen: het informeert over het militaire leven, het oorlogsgebeuren, de aantallen soldaten die telkens tegen elkaar vochten in de Gallische oorlogen, de dagelijkse bezigheden van de Kelten,hun beroepen en inkomsten, hun woningbouw, voeding, kleding, sieraden, lichaamsverzorging, homoseksulaiteit, de rol van de vrouw, de druïde, de bard en van het stamhoofd, de technische mogelijkheden en de beperkingen in die tijd .

De auteurs hebben Polybius, Plutarchus, Plinius, Posidonius, Suetonius, Caesar, Tacitus , Strabo e.a. Griekse en Romeinse schrijvers bestudeerd en zijn ook goed op de hoogte van de opgravingen, m.n. in Nederland.

Ze tonen aan dat de striptekenaars tamelijk dicht bij de historische werkelijkheid zitten. Uitzonderingen zijn o.m. het weglaten van het element homoseksualiteit en van wrede methodes om de toekomst te voorspellen, de verwijzingen naar wilde everzwijnen i.p.v. zelf gefokte varkens, de afkeer van vis, het dragen van te zware menhirs uit een vroegere periode (Prehistorie i.p.v. Oudheid) .

Soms doen Van Royen en Van de Vegt iets te veel inspanningen om Goscinny en Uderzo gelijk te geven: als ze ergens lezen dat Griekse halfgoden geen vis aten , mogen ze daar nog niet uit besluiten dat de Gallische kustbewoners ook zo waren.

Enkele andere punten van kritiek: de citaten zijn erg vrij vertaald; de bronvermelding gebeurt d.m.v. noten, die achteraan (175-179) terug te vinden zijn, maar per hoofdstuk telkens opnieuw genummerd zijn. De minder belangrijke tekeningen hebben wel een doorlopende nummering gekregen (180 - 184) en zijn veel vlugger op te sporen. Veel van de ca. 180 prenten uit diverse Asterix-strips komen over als leuke bladvulling, maar zijn niet functioneel en de kwaliteit van de afdruk is soms beneden peil. Een chronologisch overzicht van de vermelde wapenfeiten (uit ca. 600 tot 50 v.C. ), een duidelijkere geografische kaart met de woongebieden van de helden en een register zouden de didactische bruikbaarheid ook flink verhoogd hebben. De Franse uitgever heet "Les Editions Albert René" en niet "Alberta Revé" (p. 4) .

De lezer mag het boek ook niet beschouwen als een geschiedenis van de Galliërs: daarvoor graaft het niet diep genoeg en is het zeker niet voldoende gestructureerd.

Ondanks deze beperkingen, moeten we zeggen dat we het boek met veel genoegen gelezen hebben en dat we het ook aanraden voor bibliotheken van scholen en van leraren die met deze materie bezig zijn.
Bericht geplaatst in: boekrecensie