GAUDí

Geplaatst op 16 november 2001
In 2002 vierde Barcelona de 150ste verjaardag van de geboorte van zijn grootste architect, Antoni Gaudí i Cornet. De Sagrada Familia nog is nog steeds niet af...
In 2002 vierde Barcelona de 150ste verjaardag van de geboorte van zijn grootste architect, Antoni Gaudí i Cornet. In 1852 werd hij geboren in Reus (Tarragona), maar vanaf 1868 tot 1926 leefde hij meestal in Barcelona.

De Sagrada Familia nog is nog steeds niet af: ze staat nu al 120 jaar in de steigers en in 2007 zal(enkel) de binnenruimte klaar zijn om er de eerste misvieringen op te dragen. Architect Jordì Bonet hoopt dat dan alle koepels en versterkingen af zullen zijn. En pas in 2021 zullen Bonet en/of zijn opvolgers kunnen zeggen dat het meesterwerk van Barcelona volledig af is.

De katholieke kerk heeft niet gewacht op de opening van de kerk om Gaudí te huldigen. In maart 2000. zette het Vaticaan het licht op groen voor de zaligverklaring van de vrome kunstenaar, die fervent katholiek was en zijn Sagrada Familia beschouwde als een ode aan zijn geloof.

Historici en kunsthistorici hebben evenmin gewacht.In september 2000 verscheen al een eerste prachtalbum met bijdragen van Joan Bergós i Massó, Maria Crippa (Joan Bergós i Massó, Joan Bassegoda I Nonell, Maria Antonietta Crippa, Marc Llimargas, Gaudí. Der Mensch und das Werk. (Leuven 2000)) e.a.

Deel I (p. 9-46) handelt over de mens Gaudí, het grotere deel II (47-309) over zijn werk. Deel I verscheen al een eerste keer in het Spaans in 1954, maar is nu bijgewerkt. Deel I is dus eerder summier, maar geen nood: Gijs van Hensbergen (Gijs van Hensbergen, Gaudí. The biography. (Brussel 2001)) zorgt voor de aanvullingen.

Het begint met ingewikkelde bijdragen van deskundigen, die ieder op hun manier hun respect voor Gaudí verwoorden en vroegere visies op hem bespreken. Voer dus voor specialisten.

Daarna volgt het biografisch gedeelte: bevattelijk voor iedereen. Het behandelt zijn jeugd in een landelijk dorpje, lagere school en verdere opleiding aan de academie in Barcelona, zijn start als architect. Allemaal korte stukjes. De analyse van zijn persoonlijkheid en van zijn geloof is diepgravend.

Deel II bestaat uit twee hoofdstukken:

I) een grondige ontleding van zijn modernistische stijl en van de evolutie daarin (47-80).

Die stijl was vernieuwend, grenzenoverschrijdend, plastisch. We hoeven maar te verwijzen naar de genoemde Sagrada Familia en naar andere alom bekende meesterwerken zoals Park Güell, Palau Güell (beide voor zijn vriend en sponsor Eusebi Güell, industrieel, 1846-1918). Verder de herenhuizen Casa Battló met een dak in de vorm van een drakenrug, eveneens voor een industrieel; en Casa Milà of La Pedrera (de steengroeve) , aan de Passeig de Gracia. In die Casa Milà is door de eigenaar, de spaarbank Caixa Catalunya, de Espai Gaudí" ondergebracht . Dit is een permanente tentoonstelling over het leven en werk van de auteur.

Gaudí weerspiegelt ook de industriële, mechanische en sociale omwentelingen van zijn roerige tijd (einde 19de begin 20ste eeuw) . In zijn werk vloeien mechanische, geometrische en artistieke elementen harmonieus in elkaar, ze vormen een organische synthese en de veelkleurige keramiek is daarbij het opvallendste decoratief element.

Andere decoratieve elementen zijn de bizarre schoorstenen, golvende daken, paraboolachtige bogen (afgeleid van de door hem bewonderde gotiek), glas-in-lood, mozaïeken, vreemdsoortige dieren, zoals draken om Park Güell te bewaken.

De technische en kunsthistorische analyse is zeer grondig en betreft ook iets minder gekende of buiten Barcelona gelegen gebouwen, zoals de Casa Vicens op de Carrer de les Carolines , de Villa Quijano in Comillas / Santander, de Casa Fernández Andrés of Casa de los Botines in León, het bisschoppelijk paleis in Astorga, de restauratie van de kathedraal van Palma de Mallorca, het Col"legi de Santa Teresa de Jesús of Colegio Teresiano , het landhuis Bellesguard, de Casa Calvet (alle drie weer in Barcelona).

Ook zijn niet-gerealiseerde projecten worden voorgesteld (79-80).

Hoofdstuk II is het meest uitgebreid (47-309). Professioneel kunstfotograaf Marc Llimargas laat de lezer/kijker hier ten volle genieten van zijn en Gaudí "s meesterwerken.

De meeste gebouwen krijgen 5 à 12 pagina"s uitzonderlijk mooie kleurenfoto"s van groot formaat. Park Güell krijgt zelfs 38 pagina"s, de crypte van de kerk van Colonia Güell 24, Casa Milà 34, de Sagrada Familia 44. In totaal zijn het er 343 !

De uitleg is hier beknopt, maar de foto"s spreken wel voor zich, zeker na de lectuur van hoofdstuk I.

Wie in de Barcelonese wijk Eixample en elders de bouwwerken bezocht heeft, krijgt hier een uitzonderlijke kans om deze dagen opnieuw te beleven. Meer nog: je krijgt hier méér te zien dan ter plaatse, want voor Llimargas is alles toegankelijk, voor ons bepaalde gebouwen niet en hij neemt ons ook mee naar alle plaatsen buiten Barcelona, inclusief Palma de Mallorca, waar je vanuit Barcelona niet meteen naartoe gaat.

Wie nog niet ginds geweest is, kan zijn reis hiermee grondig voorbereiden. Een absolute aanrader dus en een ideaal boek om als cadeau te geven of te krijgen.

Een paar aanmerkingen: ik mis een overzichtelijke chronologische tabel van het leven en werk van de kunstenaar, een kaart van Spanje met alle locaties waar zijn monumenten te bezichtigen zijn en een register.

Een tweede eerbetoon is het album van Maria CRIPPA (Maria Antonietta Crippa, Daniel Girald Miracle, Marc Llimargas, Gaudí. Interieurs, Möbel, Gartenkunst (Leuven 2001)), ook medewerkster aan vorig boek. Het verscheen bij dezelfde uitgever, specialist in kunstboeken.

Het is even mooi, maar minder imposant. Hier zien we nl. niet de indrukwekkende gebouwen in hun geheel, wel in hun fijne details en in hun zorgvuldige afwerking.

Gaudi toont hier zijn talenten als designer en scheppend kunstenaar van verfijnde binnenruimtes. Hij ontwierp niet enkel de kerken, maar ook stedelijke herenhuizen en landelijke villa"s, waarvoor hij ook het grootste deel van de binnenkant ontwierp.

Hij koos getalenteerde kunstvaklui, die met hun handvaardigheden zijn ingewikkelde projecten en fantasieën moesten verwezenlijken.

Dit deden ze in uiteenlopende materialen: hout (meubels, lambriseringen, cassetten), smeedijzer (traliewerk voor vensters, balustrades voor balkons), glas, keramiek.

Maar welk materiaal ze ook moesten kneden, snijden, bakken of smeden, de eindproducten getuigden van een buitengewone zin voor vormgeving, waarin je de hand van Gaudi telkens herkent.

Gaudi had ook groene vingers, want de “Engelse" tuinen waarin zijn paleizen ondergebracht zijn, sluiten naadloos aan bij zijn bouw- en sierstijl.

De werken die hier besproken en van prachtige foto"s voorzien worden, zijn: El Capricho, Casa Vicens, Finca Güell, Palau Güell, Bodegas Güell, Casa Calvet, Bisschoppelijk paleis in Astorga, Casa Botines, Bellesguard, Park Güell, Casa Batlló, Casa Milà en enkele minder bekende werken.

Er is ook een keuze uit zijn geschriften bijgevoegd (p. 101-108); de architect vertelt daarin welke materialen hij gebruikt voor de diverse gebouwen, waarom en wat hij verwacht van die kunstwerken.

De bibliografie (247-248) is chronologisch opgesteld: van 1902 tot 2001. Een register ontbreekt.

Een derde hommage is de uitvoerige biografie van Gijs van Hensbergen (Gijs van Hensbergen, Gaudí. The biography. (Brussel 2001)), een Engelsman met Nederlandse roots en kennis van het Nederlands.

Met voldoende zelfvertrouwen spreekt de schrijver over “de" i.p.v. “een" biografie. Het is wel de eerste niet-Spaanstalige levensbeschrijving. De toekomst zal uitwijzen of hij gelijk heeft. Want nogal wat bronnenmateriaal van en over Gaudí is in 1936 verloren gegaan. Inbrekers hebben toen het archief in Gaudí "s crypte genadeloos en zinloos vernietigd. Van Hensbergen vertelt alleszins veel meer dan het beknopte biografisch overzicht in het eerste boek (Joan Bergós i Massó, Joan Bassegoda I Nonell, Maria Antonietta Crippa, Marc Llimargas, Gaudí. Der Mensch und das Werk. (Leuven 2000)).

Zowat alle aspecten van Gaudí als mens en als kunstenaar komen aan bod: zijn jeugd in Reus (Tarragona, ca. 100 km ten zuiden van de Catalaanse hoofdstad); de bescheiden resultaten op de lagere school; de invloed die zijn vader als koperslager op hem uitoefende; zijn jeugdige, megalomane plannen om een vervallen klooster in Poblet te restaureren; zijn architectuurstudies in Barcelona en de bekende leermeesters die hij daar had (o.a. Viollet-le-Duc); de invloed van deze woelige industrie-, haven- en proletariërsstad op Gaudí; zijn beginjaren als vernieuwend en alternatief architect; het modernisme, een variant van de Art Nouveau, dat uitgroeide tot expressiemiddel van het Catalaanse nationalisme, waarvan Josep Puig i Cadafalch, Lluis Domènech i Montaner en Gaudí toonaangevende culturele exponenten waren; maar bij Gaudí primeerde de kunst op het politiek engagement, wanneer hij een keuze moest maken; zijn tegenslagen en ontgoochelingen in de liefde: twee vrouwen lieten hem ongelukkig achter voor andere mannen, waarna hij zich helemaal overleverde aan de kunst en op latere leeftijd aan het katholieke geloof.

Naarmate hij meer uitstraling kreeg als architect, kwamen ook meer welgestelde fabrikanten hem opzoeken: De Comillas, Battló, Güell e.a.

Güell werd zijn grote sponsor en levenslange vriend. Van hem kreeg hij de meeste opdrachten. En deze leven nog voort in het park en het herenhuis met die naam.

Van Hensbergen bespreekt ook de werken van Gaudí en heeft daarbij veel oog voor de technische capaciteiten van de artiest: hij maakte niet enkel mooie en extravagante dingen, maar zorgde ook dat ze functioneel waren.

Van Hensbergen beschrijft hem ook als mens: aanvankelijk een werelds student, vol hybris, op "t einde één en al vroomheid en soberheid. Die vroomheid en die soberheid namen extreme vormen aan: hij woonde het laatste jaar van zijn leven in de kerk die verre van af was; op zijn karig menu van noten, rozijnen, fruit, rauwe groenten en veel water kan een normaal mens niet overeind blijven; de kledij waarin de graatmagere man rondzwierf toen een hevige trambestuurder hem op 7 juni 1926 overreed, was compleet versleten; de onderbroek werd met spelden opgehouden.
Hij belandde in een ziekenhuis voor armen, daar voelde hij zich thuis en hij wou niet dat de stad hem overplaatste naar een luxueuzere privé-kliniek.

Toch is het verre van zeker dat Gaudí ook zo arm was als hij eruit zag en zoals meestal aangenomen wordt. De krant La Vanguardia beweerde vorig jaar dat een kopie van zijn testament teruggevonden is. Het origineel sneuvelde bij een anarchistische aanslag op het notariskantoor waar het bewaard werd. De kopie zit in een kerkelijk archief. Uit die kopie zou moeten blijken dat hij 3.000.000 BF bezat (of fl. 164.00 of € 75.000), een woning in Park Güell, een landhuis, twee stukken grond en nog veel baar geld. Bij zijn dood schonk hij alles aan de kerk.

Gaudí was ook controversieel. George Orwell en Pablo Picasso moesten van hem niets hebben en zegden dat ook openlijk, Gaudí hield trouwens ook niet van Picasso. Orwell (p. XXXI) noemde in zijn “Homage to Catalonia" de Sagrada Familia “één van de lelijkste gebouwen ter wereld" en vond dat “de anarchisten in 1936 hun slechte smaak toonden door vele kerken wel op te blazen en deze te laten staan". Maar de Sagrada overleefde de Spaanse Burgeroorlog, nadat ze ook al overeind was gebleven in de zgn. “Tragische Week" van 1910, toen muitende arbeiders in Barcelona kloosters vernielden en priesters doodden.

Franco onderdrukte het Catalaanse nationalisme en zweeg Gaudí dus dood, maar Salvador Dalí bewonderde hem mateloos, Walter Gropius, Frank Lloyd Wright en Le Corbusier eveneens en dat geldt ook voor de meeste kunstliefhebbers van de laatste decennia.

En deze bewondering is wereldwijd: van overal komen toeristen naar Barcelona om zijn kunstwerken te bekijken. Die kunst heeft ook het voordeel niet elitair te zijn, zodat men niet per se een kenner moet zijn om ervan te genieten.

De foto"s zijn mooi, maar ze staan in bundeltjes ongenummerd tussen p. 58 en 59, 170 en 171, 234 en 235, zodat er niet naar verwezen kan worden.

De chronologische tabel (303-310) gaat van 1298 / 1329 tot 1384 en dan van 1833 tot 1936. Jammer dat 1384 tot 1832 en 1936 tot nu ontbreken.

Het register is bijna compleet, uitgezonderd de verwijzingen naar genoemde foto"s; en Gropius, Orwell, Wright staan op p. XXXI i.p.v. p. XXI.

De noten en de bibliografie zijn uitgebreid en veeltalig. De andere hier besproken werken staan er nog niet in.

De plattegrond van Gaudí "s Barcelona (p. XX-XXI) en van Gaudí "s Catalonia (XXII-XXIII) zijn zeer wel gekomen.

Het boek van Gijs van Hensbergen leest aangenaam. Laten we hopen dat deze in Zuid-Engeland wonende Nederlander het ook nog eens vertaalt in het Nederlands.

Wie zijn bezoek aan Spanje en Barcelona echt goed wil voorbereiden, doet er goed aan ook het polyvalente handboek van Kees van Dooren (Kees van Dooren, Spanje. Handboek over land, cultuur en bevolking. (Antwerpen 2000)) door te nemen. Het is het enige Nederlandstalige werk dat Spanje en de Spanjaarden zo uitgebreid, vanuit zoveel gezichtshoeken en grondig beschrijft.

Voor de helft bestaat het uit kunst, van Altamira tot heden, zouden we kunnen zeggen: prehistorie, Romeinse, Visigotische, Romaanse, Gotische, Moorse, hun lange Gouden Eeuw, tot vandaag. En hierin krijgt het modernisme van Gaudí en Domènech i Montaner een prominente plaats. De andere helft gaat over bijna alles, behalve literatuur (en sport). Ik citeer selectief: aardrijkskunde, staatsinrichting, regionalisering, justitie, politie, sociale instellingen, morele normen, gedrag, levensopvattingen, volkskarakter, opvoeding, onderwijs, gezinssituaties, ontspanning, economie en hun geslaagde inhaalbeweging. Sport is belangrijk voor vele Spanjaarden, maar hier wordt ze karig bedeeld: weinig over voetbal, niets over wielrennen en atletiek (p. 90).

Sommige aspecten komen in twee fasen ter sprake in plaats van bij elkaar: aardrijkskunde en geografische streken / steden, economie en cultuur in het algemeen en van de deelgebieden. Maar voor de rest is Van Dooren perfect geslaagd in zijn doel: de lezers inzicht verschaffen in de culturele rijkdom en veelzijdigheid van zijn geliefd land.

En wie nog meer wil weten, kan de stevige bibliografie verder uitpluizen. Ze is ingedeeld per thema In die bibliografie ontbreken de studies 1-2-3, wsch. omdat ze nadien verschenen zijn. Dat geldt ook voor Steven Adolf: Spanje achter de schermen. Uitgeverij Prometheus, A"dam / Standaard, Antwerpen, 2001. Verder mis ik er bij “Land en Volk" (398-399): Helen Wattley Ames: Spain is different. Uitgeverij Intercultural Press, Yarmouth, 1992 en Jimmy Burns Marañon: Barça: a people"s passion. Uitg. Bloomsbury, London, 1999; bij “Geschiedenis" (p. 400) : Robert Lemm, Geschiedenis van Spanje. Uitg. Arbeiderspers, Amsterdam / Singel, Antwerpen, 1997 en Paul Preston, Franco. A biography. Uitg. Harper Collins, London, 1993; bij “Kunst" (403-407) : de prachtig geïllustreerde Capitool Reisgids Spanje. Uitg. Van Riemst, Houten / Standaard, Antwerpen , 1997 en Mireille Madou, De weg naar Santiago de Compostela. Uitg. Davidsfonds, Leuven, 1999.

En het dubbele register zorgt ervoor dat iedereen alle personen en zaken/begrippen snel terugvindt. Je kunt bij de lectuur wel best een kaart bij de hand houden, want die ontbreekt in deze monovolume-encyclopedie.

Verder zijn er tabellen, o.a. met de verkiezingsuitslagen van 1977-2000 (p. 34), foto"s en prenten (helaas enkel zwart-wit), twee minuscule kaartjes (p. 8).

In de bijlagen (395-397) staat een opsomming van de grondwetten van 1812 tot 1978 en van de 17 autonome gebieden.

De doelgroep: bezoekers, overwinteraars, bedrijfsmensen, studenten, personen die hier cursussen Spaans volgen, telkens in de veronderstelling hun belangstelling verder reikt dan stranden en disco"s.

De hierboven besproken boeken zijn:

1. Joan Bergós i Massó, Joan Bassegoda I Nonell, Maria Antonietta Crippa, Marc Llimagas, Gaudí. Der Mensch und das Werk. (Leuven 2000)

2. Maria Antonietta Crippa, Daniel Girald Miracle, Marc Llimargas, Gaudí. Interieurs, Möbel, Gartenkunst (Leuven 2001)

3. Gijs van Hensbergen, Gaudí. The biography. (Brussel 2001)

4. Kees van Dooren, Spanje. Handboek over land, cultuur en bevolking. (Antwerpen 2000)
Bericht geplaatst in: boekrecensie