SPORT, CULTURE AND THE MEDIA

Geplaatst op 15 juli 1999
In dit boek bestudeert hij de samenwerking tussen twee machtige culturele fenomenen van onze tijd, nl. de sport en de media.
De auteur is socioloog en als professor in media en culturele studies verbonden aan de universiteit van Newcastle in Australië. Zijn vorige twee boeken (1995/1998) handelden over sport als vrijetijdsbesteding.

In dit boek bestudeert hij de samenwerking tussen twee machtige culturele fenomenen van onze tijd, nl. de sport en de media.
Hij onderzoekt de rol die de media en de sport spelen in het dagelijks leven van zeer veel mensen en hoe die twee zichzelf onmisbaar hebben kunnen maken voor hun kijkers, beoefenaars en de velen die er op één of andere wijze hun brood mee verdienen.

Het boek bestaat uit twee delen. Deel I heet “Making media sport". Het beschrijft de opgang van de sportjournalistiek, de manieren waarop radio- en Tv-uitzendingen, kranten en weekbladen tot stand komen, de waarden en de praktijken van de personen die de uitzendingen, verslagen en commentaren verzorgen, de invloed van de politiek en de economie (sponsors), de gevolgen van het zogenaamde “media-sport-cultuur-complex".

Deel II kreeg als titel: “Unmaking the media sports text"; d.w.z. teniet doen. De aandacht gaat hier naar de verschillende vormen van sportverslaggeving: TV, fotografie, film, nieuws, live commentaren, creatieve sportjournalistiek, nieuwe technologieën zoals internet die ook voor sportgebeurtenissen bruikbaar zijn. De auteur wil hier vooral beklemtonen hoe groot de culturele macht en invloed is van sportfoto"s en sportpagina"s.

Maar hij maakt niet duidelijk wie wat teniet doet. Hij vindt live commentaar bij TV onnodig en zelfs belachelijk, omdat ze beschrijft wat de kijkers zelf ook zien (p. 98–103). Hier lijkt hij de bal flink mis te slaan: de meeste kijkers weten niet welke atleten of renners deel uitmaken van een kopgroep, wat hun capaciteiten of prestaties zijn, welke technische of tactische fout ze eventueel maken.

Tot de doelgroep van Rowe behoren zeker niet de gewone, actieve sportbeoefenaars. Komen wel in aanmerking: topsporters en hun managers, die producten van bedrijven kunnen promoten; personen in de sector van reclame en public relations; sportjournalisten, fotografen, technische medewerkers van kranten, sportweekbladen, radio, TV; overheidsinstanties die moeten inspelen op de behoeften van het sportminnend publiek; psychologen, huisartsen, sociologen, politicologen en politici, die willen weten wat hun cliënt of kiespubliek wenst en hoe een dag in het leven van een media-sport-consument eruit ziet.

Het taalgebruik is niet gemakkelijk, de woordenlijst achteraan is zeker geen overbodige luxe. De lay-out is te sober en verre van aantrekkelijk: sommige hoofdstukken lijken wel één doorlopende tekst. Hier en daar is dan ook nog een drukfoutje overeind gebleven (b.v. p. VIII: ummaking i.p.v. unmaking). De matte foto"s missen elke vorm van glans en helderheid. Hier kan de auteur nog veel leren van de publiciteitsjongens aan wie hij zelf een les wil geven.

David Rowe, Sport, culture and the media. (Buckingham 1999)
Bericht geplaatst in: boekrecensie