GESPREKKEN MET HITLER

Geplaatst op 1 januari 2006
Hermann Rauschning gaf in 1939 het boek ‘Gespräche mit Hitler’ uit nadat hij al eerder ‘Die Revolution des Nihilismus’ had uitgebracht. Beide boeken waren bedoeld als waarschuwing tegen het Nationaal-Socialisme en waren geschreven door iemand die de partij van binnen uit kende.
Rauschning was in Danzig senaatsvoorzitter geweest, bij Hitler ontvangen, maar hij werd in 1934 uit de NSDAP gezet wegens meningverschillen. Deze achtergrond is van belang voor de lezer, want constant moet er een afweging gemaakt worden over de objectiviteit van de schrijver ten opzichte van bepaalde personen of gebeurtenissen. Is een bepaalde beschrijving met opzet negatief vanuit rancune of was de persoon in kwestie inderdaad zo verderfelijk als geschetst wordt?

"Of ze in historische zin echt waren, raakte hem volstrekt niet. De innerlijke waarheid werd er niet minder overtuigend om."

Uit deze ene zin, door Hermann Rauschning in de mond van Hitler gelegd, spreekt de hele geest van het boek "Gesprekken met Hitler". Na ruim 60 jaar heeft uitgeverij "De Prom" het boek weer uitgegeven, nadat het door de Nederlandse regering in maart 1940 verboden werd wegens passages die "opzettelijk beleedigend, althans beleedigend waren, voor het hoofd van den bevrienden Staat van het Duitsche Rijk, Adolf Hitler".

Hermann Rauschning gaf in 1939 het boek "Gespräche mit Hitler" uit nadat hij al eerder "Die Revolution des Nihilismus" had uitgebracht. Beide boeken waren bedoeld als waarschuwing tegen het Nationaal-Socialisme en waren geschreven door iemand die de partij van binnen uit kende. Rauschning was in Danzig senaatsvoorzitter geweest, bij Hitler ontvangen, maar hij werd in 1934 uit de NSDAP gezet wegens meningverschillen. Deze achtergrond is van belang voor de lezer, want constant moet er een afweging gemaakt worden over de objectiviteit van de schrijver ten opzichte van bepaalde personen of gebeurtenissen. Is een bepaalde beschrijving met opzet negatief vanuit rancune of was de persoon in kwestie inderdaad zo verderfelijk als geschetst wordt? Dit is bijvoorbeeld van toepassing op Forster, de SA-leider van Danzig. Deze man wordt als niet al te slim afgebeeld en Rauschning is duidelijk geen grote vriend van Forster. Achteraf bezien is dit niet zo vreemd want Forster was in Danzig een van de grootste concurrenten van Rauschning, die streden om de macht in de vrijstaat. Het plaatje van Hitler is moeilijker te plaatsten. De ene keer is Rauschning diep onder de indruk van de persoonlijkheid van de Führer, de andere keer beeldt hij hem af als een dagdromend persoon zonder realiteitszin. Dit is overigens niet vreemd. Van vele personen is het bekend dat zij naar Hitler toe gingen met het idee om hem flink de waarheid te zeggen en dat als zij eenmaal bij hem waren, zij gedwee naar de Führer luisterden.

De "Gesprekken met Hitler" hebben lange tijd gegolden als een boek van grote waarde voor de historici: Rauschning was immers zelf, aantoonbaar, bij Hitler op audiëntie geweest en had op die manier dus informatie uit de eerste hand kunnen verkregen. Het boek is dan ook veelvuldig als originele bron aangehaald in studies over het Nationaal-Socialisme. Aan deze authenticiteit kwam een einde toen Wolfgang Hänel in 1984 met bewijsmateriaal aankwam waaruit duidelijk werd dat de verscheidene dialogen tussen Hitler en Rauschning afkomstig waren bronnen zoals bijvoorbeeld Mein Kampf, redevoeringen en Rauschnings eigen boek "Die Revolution des Nihilismus". Het vermoeden had altijd wel bestaan, maar nu werd er bewijs op tafel gelegd. Vanaf dat moment had het boek als bron vrijwel afgedaan. De informatie was immers niet daadwerkelijk uit Hitlers mond opgetekend.

Vanuit deze achtergrond bezien kan de lezer het boek op twee verschillende manieren lezen: allereerst kan men de mening toegedaan zijn dat het boek een vervalsing is van de historische waarheid en dus blijft er slechts een aardig verhaal over. Een veel interessantere manier om het boek te lezen is als men de voorwaarden en oordelen opzij zet en leest wat Hitlers ideeën zijn. De diepere gronden van het boek dus. Aan de hand van een vraag- en antwoordgesprek geeft Hitler zijn mening aan Rauschning over de verschillende vraagstukken met betrekking tot het de problemen van de jaren dertig. De Duitse politiek, het toekomstige benodigde Lebensraum, het Joodse en het katholieke vraagstuk, de verhouding met Engeland, Frankrijk, Polen en Europa in het algemeen, kortom het hele Nationaal-Socialistische spectrum komt aan bod. Dit vraag- antwoordmodel heeft wel iets weg van middeleeuwse pamfletten waarin tweegesprekken werden gevoerd om bepaalde standpunten duidelijk te maken.

Het knappe van de "Gesprekken" is dat Rauschning erin slaagde de originele Hitleriaanse retoriek te imiteren. Hoewel er dus een aantal passages letterlijk overgenomen zijn uit redevoeringen geldt dat niet voor allemaal en de eigen passages verliezen nauwelijks aan kracht. De lezer krijgt een goed inzicht in de ideeënwereld van het Nationaal-Socialisme en de waarschuwing die de politiek eigenlijk nooit heeft gehoord, wordt heel duidelijk naar voren gebracht. Wie Hitler overigens vóór 1933 serieus genomen zou hebben, had de "Gesprekken met Hitler" niet nodig, want middels Mein Kampf had Hitler al eerder beslist geen blad voor de mond genomen. Wel heeft Rauschning bepaalde punten van de ideeën van Hitler aangedikt om die te verduidelijken.

Niet alleen de politieke ideeën van Hitler worden duidelijk uit de doeken gedaan door Rauschning, maar ook het idee dat Hitler had over het voeren van politiek. Diens gebrek aan scrupules, opportunisme en daardoor de volledig andere manier van het bedrijven van politiek. Verdragen werden gesloten omdat ze nodig waren, daarna werden ze zonder pardon verbroken. Het pact dat Hitler kort na zijn aantreden als Rijkskanselier met Polen sloot en daarmee de wereld volkomen verraste, is daar een goed voorbeeld van.

Het belangrijkste punt van het boek is dus niet zozeer de historische inhoud, als wel de zeer geslaagde beschrijving van de gevaren van het Nationaal-Socialisme voor de toekomst. Het citaat waar ik mee opende is dus bijzonder goed van toepassing op de "Gesprekken met Hitler": het is niet de historische zin waar het om draait, het is slechts de innerlijke waarheid die geldt.

Rauschning, H., Gesprekken met Hitler (Amsterdam 2003)

Bericht geplaatst in: boekrecensie