1585

Geplaatst op 1 januari 2005 door Jos Martens
In 1585 veroverde de Spaanse veldheer Alexander Farnese Antwerpen na een lange belegering. Dit is een scharniermoment in de geschiedenis van de Nederlanden.
In 1585 veroverde de Spaanse veldheer Alexander Farnese Antwerpen na een lange belegering. Dit is een scharniermoment in de geschiedenis van de Nederlanden. Meestal beschouwt men deze datum als beginpunt voor de definitieve scheiding tussen de Zuidelijke Nederlanden en de latere Verenigde Provinciën.

Eigenlijk is de titel van dit boek lichtjes misleidend. Het gaat niet over de verovering van Antwerpen zelf, maar over de emigratie van voornamelijk Vlamingen en Brabanders tijdens de hele periode van religieus- politieke woelingen van de 16de eeuw en het begin van de 17de.

Ditmaal is het werk van rijksarchivaris, maritiem- en Antwerpenhistoricus Gustaaf Asaert niet gebaseerd op eigen archiefonderzoek, maar een veelomvattende poging tot synthese op basis van het bronnenonderzoek van anderen.

Vooraleer diepgaand in detail te treden, behandelt hij in enkele inleidende hoofdstukken het verschijnsel emigratie in historisch perspectief en in de geschiedschrijving van Noord en Zuid. In hoofdstuk V: De uittocht van tienduizenden (p. 33) rekent hij af met enkele hardnekkige misvattingen.
- Ten eerste was het protestantisme in de Nederlanden geen monopolie van de noordelijke gewesten. Tot 1566 telden het lutheranisme en het calvinisme meer aanhangers in het zuiden. Voor 1585 was Antwerpen zelfs de grootste protestantse stad van de Lage Landen. (Tegelijkertijd was zij ook de grootste katholieke stad.)
- Ten tweede was de uitwijking geen eenrichtingsverkeer van Zuid naar Noord. Afhankelijk van politieke en militaire omstandigheden keerden emigranten terug, of trokken verder van buitenland naar buitenland.
- Ten derde omvatte de term "protestantisme" verschillende denominaties, die elkaar regelmatig keihard bestreden.
- Ten vierde was de exodus niet alleen een protestantse aangelegenheid. Katholieken ontvluchtten de calvinistische regimes in Gent en Antwerpen; veel roomsen zochten een tijdelijke toevlucht in Keulen of andere steden in het huidige Duitsland; joden verlieten na 1585 Antwerpen voor Amsterdam.
- Ten slotte: in het "Spaanse leger" vormden de Spanjaarden een minderheid. In 1575 bestond het Spaanse leger in de Nederlanden uit 56.850 man infanterie, onder wie 25.420 Nederlanders, 23.600 Duitsers en slechts 7830 Spanjaarden, of 13,8%!

De vraag is natuurlijk: hoeveel mensen hebben de Nederlanden verlaten tijdens de lange 16de eeuw, de periode 1521-1630? Vlug gesteld, maar niet naar bevrediging te beantwoorden. Statistiek was geen bekommernis van die tijd. Daarbij was het een komen, gaan en terugkeren, wat de telling evenmin vergemakkelijkt. Naar schatting zouden tussen 1540 en 1573 ongeveer 50.000 emigranten de Spaanse Nederlanden zijn ontvloden. De Engelse historicus Geoffrey Parker schat het aantal vluchtelingen tijdens het bewind van Alva alleen al op 60.000. Recentelijker begroot Briels hun aantal op niet minder dan 150.000. Wat ook hun benadering weze, alle auteurs zijn het erover eens dat de emigratie voor het Zuiden in elk opzicht een ware aderlating en zelfs een catastrofale aderlating betekende.

De motivering om have en goed achter te laten was even verscheiden als de emigranten zelf. Vaak was ze religieus, vaak economisch en nog vaker gemengd. Religieuze standvastigheid was zeker geen algemene regel. Bekende namen in dit verband zijn Justus Lipsius en Christoffel Plantin, die van het protestanse Leiden naar het katholieke Zuiden terugkeerden. (Doch zij zijn zeker niet de enigen.) Hoeft het gezegd dat "have en goed" in de regel mee verhuisden? Vele vluchtelingen behoorden tot de economisch meest dynamische en welvarende lagen van de bevolking. En zeker na de inname van Antwerpen kregen zij die wilden vertrekken van Farnese ruimschoots de tijd om hun zaken te regelen.

Van dan af gaat de auteur over tot chronologisch en geografisch gedetailleerd onderzoek, het lezen meer dan waard. Uiteraard kunnen wij hem in dit beperkte bestek niet even gedetailleerd volgen. Telkens sta je verstomd over de omvang en de economisch-culturele impact van de migratie, zowel in Engeland (in een eerste fase) als in Duitsland en de Noordelijke Nederlanden. En kom je tot de conclusie dat de Gouden Eeuw van de Verenigde Provinciën effectief zwaar schatplichtig is aan de Vlamingen en Brabanders, die in deze "beroerlijke tijden" hun geboortegrond hebben verlaten.

In zijn epiloog waarschuwt Asaert voor zwart-wit denken en foutieve historische beeldvorming. "Toen Antwerpen, de grootste stad van West-Europa na Parijs en de metropool van het Westen, de helft van haar inwoners zag vertrekken, en dan nog de meest gedrevenen en actieven, lag een grote teloorgang op allerlei gebied voor de hand. Toch is hier enige nuancering geboden. De spectaculaire opgang van het noorden heeft het zuiden niet compleet leeggezogen en als een woestenij achtergelaten. Een spoedig herstel tekende zich af. Antwerpen bleef na 1585 ondanks alles een handelscentrum met internationale uitstraling, waar het artistieke en culturele leven een vruchtbare voedingsbodem vond. Op het vlak van de kunsten bereikte de stad in de eerste helft van de 17de eeuw zelfs een nimmer gekende bloei." (p. 325)


Referentie:
G. Asaert, 1585. De val van Antwerpen en de uittocht van Vlamingen en Brabanders
Tielt (Lannoo, 2004), 2de druk 24 x 15,5 cm, 373 blz., 19,95 EUR
Bericht geplaatst in: boekrecensie