SOVJETINVAL IN AFGHANISTAN

Geplaatst op 16 oktober 2001
Hoe kwam de Sovjet-Unie terecht in Afghanistan en waarom was een van de sterkste militaire machten ter wereld niet in staat om een relatief kleine tegenstander binnen korte tijd te verslaan.
Inleiding
Eind 1979 viel de Sovjet-Unie Afghanistan binnen. De supermacht had echter vanaf het begin grote moeite met het verslaan van de tegenpartij. In dit stuk zal ik ingaan op de vraag hoe de Sovjet-Unie terechtkwam in Afghanistan en waarom een van de sterkste militaire machten ter wereld niet in staat was om een relatief kleine tegenstander binnen korte tijd te verslaan. Afghanistan was oorspronkelijk een land dat bedoeld was als bufferstaat tussen het koloniale rijk van Engeland en Rusland. Het was een kunstmatige creatie op de landkaart, met als gevolg dat de grens dwars door etnische bevolkingsgroepen heenliep. Zo kon het gebeuren dat dezelfde bevolkingsgroep gespleten werd in een Afgaans deel en een Pakistaans deel. Dit gegeven is een verklaring voor het feit dat Afghanistan veel steun kreeg en krijgt van bepaalde Pakistaanse broederstammen. Zo is er de Pashtunstam (de belangrijkste etnische groep) die zowel in Pakistan als Afghanistan woont. Maar ook binnen Afghanistan zelf zijn er verschillende etnische groepen samengevoegd. Een bepaald nationaal type "Afgaan" is er dus ook niet. De bevolking wordt verder nog verdeeld in de twee hoofdrichtingen die er in de Islam zijn: Soennieten en Sjiieten. Dit alles zorgde ervoor dat er wat bevolking betreft al veel verdeeldheid was.

Maar ook geografisch kent het land veel problemen. Grote delen van het land zijn volkomen onvruchtbare woestijn en gebergte. De bergen zorgen er verder voor dat communicatie zeer lastig verloopt, maar ook dat het centrale gezag haar taak vaak niet uit kan voeren. In iedere vallei is er een plaatselijke heerser in de vorm van een stamhoofd of een geestelijk leider. Beslissingen in de landelijke omgeving worden genomen door deze leiders die samenkomen tijdens vergaderingen, de Jerga. Vaak zorgen de verschillen voor moeilijk oplosbare problemen die ook het centrale gezag niet op kan lossen omdat het op het platteland nu eenmaal geen macht heeft. In het verleden zijn er wel regeringstroepen de bergen ingestuurd die echter meestal niet succesvol waren. Slechts in de steden had de regering echt gezag over de bevolking.

Hoewel de Afganen weinig respectvol voor regeringsgezag zijn, geldt dat niet voor hun geloof. Voor de Russische inval in Afghanistan waren er ongeveer 250.000 geestelijke leiders en onderwijzers. Deze geestelijken hadden en hebben in de Afgaanse maatschappij een zeer belangrijke rol en beheren vaak bestuursfuncties. Hun macht berust voor een groot deel op hun vermogen om te kunnen lezen. Een groot goed aangezien het merendeel van de Afgaanse bevolking analfabeet is. De geestelijken zijn in hun opvattingen vaak zeer conservatief en wijzen de Westerse manier van leven geheel af.

De economie van Afghanistan draait voor het grootste gedeelte om de landbouw. Ongeveer 80% van de bevolking is daarin werkzaam. De oogsten zijn vaak mager door de slechte grond en zorgen daarom voor weinig buitenlandse valuta. De industriële productie kan ook niet veel aan de economie bijdragen. Slechts 0,3% van de exporten komt voor uit de industrie. Dit heeft als gevolg dat Afghanistan een van de armste landen ter wereld is.
{mospagebreak}
Politieke oriëntatie is in Afghanistan slechts aan een hele kleine minderheid besteed. Deze kleine groep was vooral links georiënteerd. Zij richtten in 1965 de Democratische Volkspartij van Afghanistan op. Onvrede heerste er binnen deze partij vooral tegen de vele regeringsvormen die Afghanistan al had gehad.
Begin 1978 werd de kracht van de partij duidelijk toen er grote demonstraties georganiseerd konden worden tegen de regering in Kaboel. In reactie hierop werden een aantal leiders van de Volkspartij gearresteerd. De Afgaanse regering had de kracht van de Volkspartij echter onderschat: vele hoge militairen waren lid van de Volkspartij en via een militaire coup namen delen van het leger de macht over. Op 28 april 1978 maakte de nieuwe linkse regering in Kaboel haar machtsovername bekend. De Sovjet-Unie maakte al snel op 30 april bekend dat de nieuwe regering in Kaboel werd erkend.

De linkse regering kreeg echter al spoedig te maken met gewapend verzet. Onder andere van guerrillagroepen die al vanaf 1973 streden tegen de regering met als doel de stichting van een fundamentalistische Islamitische republiek. Veel verzet kwam er ook van de gewone bevolking. De nieuwe richtlijnen die de linkse regering had uitgevaardigd waren in de ogen van conservatieve bevolking veel te vergaand: herverdeling van het land, gelijkheid van etnische minderheden, emancipatie voor vrouwen en een opleiding voor iedereen. De oppositie, Islamitisch, conservatief of separatistisch, tegen de Volkspartij won door deze nieuwe regels steeds meer aan kracht. Gecombineerd met het al eerder geconstateerde ontbreken van centraal gezag in grote delen van het land, had dit tot gevolg dat de regering in Kaboel steeds minder draagvlak had. De Volkspartij wendde zich daarom onder andere tot de Sovjet-Unie. Al ver voor de linkse machtsovername van 1978 waren er nauwe contacten tussen de Sovjet-Unie en Afghanistan. Economische hulp en het verbeteren van bijvoorbeeld de Afgaanse infrastructuur waren de belangrijkste onderdelen van de Sovjethulp. De roep om hulp resulteerde op 5 december 1978 in een Sovjet-Afgaans vriendschapsverdrag. Afghanistan trad toe tot het Sovjetkamp. Dit verdrag werd door de regionale machten met groot wantrouwen bekeken. Het dreigde de regionale machtsbalans te verstoren. Al snel doken er dan ook geruchten op dat China de Afgaanse rebellen voorzag van grote hoeveelheden wapens.
Begin 1979 breidden de opstanden tegen de regering in Kaboel zich steeds verder uit. Het regeringsleger moest vele kleine nederlagen accepteren. Door onderlinge verdeeldheid was het leger ernstig verzwakt en de ongemotiveerde soldaten hadden grote moeite met de fanatieke Moedjaheddien en andere opstandelingen. De Moedjaheddien waren de zogenaamde "heilige strijders" die na uit uitroepen van de Jihad een bijzondere status hadden verkregen. Mochten zij sneuvelen in de strijd dan zouden zij rechtstreeks naar de hemel gaan. Door interne strijd binnen leger en Volkspartij verloor de regering in Kaboel steeds meer terrein aan de rebellen. De Sovjet-Unie bood daarom aan het bevriende regime rond april militaire hulp aan. T-62 Tanks en enkele vliegtuigen en helikopters werden aan de Afgaanse regering verstrekt. Het aantal Sovjetadviseurs steeg na de hulp ook snel. Begin 1979 waren er nog zo"n 1000 adviseurs, rond de zomer waren het er al 5000. Voor het Afgaanse leger hielp deze steun echter weinig. Het leger demoraliseerde verder en soms liepen hele eenheden over naar de rebellen.
{mospagebreak}
Begin september besloot het Kremlin dat de situatie in Afghanistan niet verder mocht verslechteren. De interne partijstrijd had al geleid tot enkele moorden binnen de partij en het leger verloor nog verder terrein. Men besloot daarom tot militaire voorbereidingen. Een groot probleem daarbij was echter dat het Russische leger vooral geconcentreerd was in een eventuele oorlog tegen het Westen. Daar lagen dan ook de beste troepen. De militaire districten van Turkestan en Centraal Azië beschikten over enkele zwakke divisies die ook niet op volle sterkte waren. De troepen die Moskou op de been bracht tegen Afghanistan bestonden dan ook vooral uit "derde golf" troepen, reservisten die slechts een beperkte militaire opleiding hadden genoten. Goed getrainde troepen werden vrijwel niet overgebracht omdat men vreesde voor een Westerse aanval.

Op 22 december viel het Russische leger Afghanistan binnen met als doelen een einde maken aan de interne partijstrijd en het stoppen van de opmars van de opstandelingen. De strategie van het invallende leger was echter geheel verkeerd. Men had de troepen uitgerust voor een conventionele oorlog zoals die tegen het Westen gevoerd zou moeten worden. En dus kreeg de invallende macht beschikking over luchtafweereenheden, tanks en anti-tankformaties. Dit, terwijl de rebellen geen vliegtuigen hadden en slechts een klein aantal tanks. De Russische tanks waren bovendien van beperkt nut in het bergachtige landschap. Tot slot hadden de Russische divisies een zeer rigide structuur, die een flexibel optreden kleine groepjes rebellen niet mogelijk maakten. Als geheel kregen de divisies ook nog eens beperkte doelen mee, zoals het beschermen van verbindingswegen of steden. Een actief optreden tegen de opstandelingen was er dus niet bij.
Al deze factoren droegen er aan bij dat het Russische leger zeer grote problemen kende bij de inval in Afghanistan. Slechts door ervaring kon men de aanvangfouten herstellen. Ervaring die het Russische leger in de jaren tachtig meer dan genoeg kreeg. Dit was echter een zaak die veel tijd vergde. Tijd die de Sovjet-Unie eigenlijk niet had aangezien er een sterke politieke druk kwam vanuit de wereldopinie, maar ook vanuit de eigen bevolking. Steeds meer protesten kwamen er tegen de heilloze oorlog die ook veel Russische soldaten het leven kostte.
Bericht geplaatst in: artikel