VOEDSEL IS EEN WAPEN

Geplaatst op 1 januari 2005 door Tieneke de Vries
In 1921 werd Rusland geteisterd door een enorme hongersnood, als gevolg waarvan uiteindelijk ongeveer vijf miljoen mensen, het leven liet.
Inleiding
In 1921 werd Rusland geteisterd door een enorme hongersnood, als gevolg waarvan uiteindelijk ongeveer drie procent van de populatie, ongeveer vijf miljoen mensen, het leven liet. Arbeiders verzetten zich tegen de bolsjewieken tijdens de Kronstadt-opstand in februari en Lenin zag zich gedwongen concessies te doen. Hij stelde de Nieuwe Economische Politiek (NEP) in, volgens hem een noodzakelijke stap terug op de weg naar het communisme. De invoering van de NEP betekende een gedeeltelijke terugkeer naar een vrije markt. De honger bleef echter ook na invoering van de NEP en op 13 juli 1921 vroegen Gorki, een Russische schrijver en Tikhon, patriarch van de Russisch-orthodoxe kerk aan het buitenland om voedsel en medicijnen te geven.

Op 23 juli 1921 bood de Amerikaanse president Hoover als voorman van de American Relief Administration (ARA) hulp aan de All Russian Relief Committee (ARRC). De All Russian Relief Committee was een organisatie die op 21 juli 1921 was opgericht. Het doel van de organisatie was het verlichten van de hongersnood die de Sovjet-Unie op dat moment in zijn greep had. Het was een non-gouvermentele organisatie, waarin ook mensen die geen lid waren van de Socialistische Partij en zelfs oude tegenstanders van Lenin zitting hadden. De ARRC moest dienen als garantie dat de Sovjetunie geboden hulp zou geven aan de mensen voor wie die bedoeld was. De ARA was een Amerikaanse particuliere hulporganisatie. De ARA was op 23 juli 1921 al in andere landen actief, bijvoorbeeld in Polen. Hulp van de ARA bestond over het algemeen uit voedsel, dat met name bestemd was voor kinderen en zieken. Kenmerkend voor de hulp van de ARA was dat alleen werd geselecteerd op hoezeer de ontvanger de hulp nodig had.

Toen Hoover zijn hulp aanbood eiste hij dat medewerkers van zijn hulporganisatie onafhankelijk van de Sovjet-regering zouden kunnen opereren en dat Amerikaanse burgers in Sovjet-gevangenissen zouden worden vrijgelaten. Lenin was daarover woedend. Hij zag zich echter toch genoodzaakt de Amerikaanse hulp te accepteren, op de Amerikaanse voorwaarden. Op twintig augustus 1921 werden die voorwaarden vastgelegd in het Verdrag van Riga. Vervolgens heeft de ARA hulp gestuurd en miljoenen mensen gevoed. Tenslotte kondigde de ARA in juni 1923 aan de hulp aan de Russen te zullen beëindigen.

In dit onderzoek probeer ik een antwoord te vinden op de volgende vraag met betrekking tot Lenins betrokkenheid bij de ARA:

Hoe stond Lenin tegenover de hulp die de All Russian Relief Committee tussen 23 juli 1921 en juni 1923?

Die vraag wil ik beantwoorden door eerst antwoord te geven op de volgende vragen:
1. Waaruit bestond de Amerikaanse hulp en hoe was die georganiseerd?
2. In hoeverre werden de Amerikanen door Lenin gesteund of tegengewerkt?
3. Waarom was Lenin in eerste instantie gekant tegen de Amerikaanse hulp?
4. Hoe stond Lenin tegenover het vertrek van de Amerikanen?
Door voor alle perioden dat de ARA actief was in Rusland te onderzoeken hoe Lenin stond tegenover de ARA denk ik aan te kunnen geven wat over het geheel genomen zijn mening over de ARA was.

Het onderzoek zegt iets over in de mate waarin Lenin zich liet leiden door praktische en humanitaire overwegingen en in welke mate door de communistische ideologie; in hoeverre was Lenin bereid zijn ideologie de verlaten om ruimte te maken voor meer praktische overwegingen? Dat is interessant omdat het iets vertelt over hoe strikt Lenin de communistische ideologie volgde.
 
Inhoud en organisatie van de Amerikaanse hulp
Twintig augustus 1921 werd het Verdrag van Riga getekend. Partijen in het akkoord waren de American Relief Administration (ARA) en de Russische regering. In het Verdrag van Riga legden de ARA en de Russische regering de voorwaarden voor de Amerikaanse voedselhulp vast. De ARA beloofde dat zij zoveel zou doen als zij kon om het Russische volk te helpen, zolang de Sovjetregering zich aan die voorwaarden zou houden. De Sovjetregering verklaarde dat hulp van de ARA nodig was en ook gewenst werd door haar. Voorwaarden voor de hulp waren onder andere de volgende:
*Personeel van de ARA wordt toegelaten tot en krijgt bescherming in Rusland.
*Amerikaanse burgers in Russische gevangenissen worden vrijgelaten.
*De ARA kiest zelf haar Russische personeel, de Russische regering bemoeit zich daar niet mee.
*De ARA selecteert degenen die hulp krijgen, de hulp is in eerste instantie bedoeld voor kinderen, niemand wordt uitgesloten op basis van politieke overtuiging, geloof en dergelijke.
Vergelijkbare voorwaarden had de ARA ook al gesteld aan haar hulp in andere landen, zoals bijvoorbeeld Polen.

Al snel na de ondertekening van het Verdrag van Riga kwam de hulp op gang. Het belangrijkste bestanddeel van de hulp vormde het geven van maaltijden aan kinderen. Deze kinderen werden geselecteerd op basis van hun behoefte aan voedsel. De ARA maakte geen ander onderscheid. Naast kinderen kregen ook zieken voorrang. De maaltijden werden bereid in ARA-keukens en moesten daar ook worden opgegeten. Op deze manier konden de Amerikanen er zeker van zijn dat het voedsel de personen bereikte voor wie het bestemd was.

Naast de hulp aan kinderen gaf de ARA ook voedsel aan volwassenen. Dit voedsel was vaak graan. Dit graan mocht wel worden meegenomen. Nieuw in Rusland was dat de ARA zich ook ging bezighouden met medische zorg. Dat deed zij omdat in Rusland geen andere organisatie aanwezig was die zich daarmee bezighield. Medische hulp werd net als de voedselhulp gegeven aan diegenen die het het meeste nodig hadden. Tot slot gaf de ARA ook hulp in de vorm van "voedselpakketten". Standaard voedselpakketten konden door Amerikanen (en anderen) worden gekocht voor hun Russische vrienden en bekenden. Hier is dus sprake van persoonlijke hulp. Degenen met vrienden en bekenden in het buitenland waren vaak de vroegere welgestelden en intellectuelen. Daarom had de Sovjetregering grote moeite met deze vorm van hulp. De ARA probeerde er wel voor te zorgen dat de pakketten bij de juiste persoon terechtkwamen en slaagde daar bijzonder vaak in.

Uiteindelijk bereikte de ARA een groot deel van de Russische bevolking. Op haar hoogtepunt in augustus 1922 voedde zij dagelijks ruim tien miljoen mensen, zowel kinderen als volwassenen, verspreid over heel Rusland. Dat was op dat moment ongeveer zeven procent van de totale bevolking van Rusland.

Lenins opstelling tegenover de ARA voor de tekening van het Verdrag van Riga
Het Verdrag van Riga was getekend en uitgevoerd. Maar hoe kwam het zover en hoe was Lenins houding tegenover Amerikaanse hulp voordat het Verdrag van Riga was getekend?
Aanvankelijk wilde Lenin het buitenland niet om hulp vragen omdat hij geloofde dat die hulp de communisten toch zou worden geweigerd. Hij kon zich niet voorstellen dat een kapitalistisch land te hulp zou komen aan een land dat de wereldrevolutie nastreefde. Volgens hem waren communisten en kapitalisten immers natuurlijke vijanden. Uiteindelijk dwong de situatie Lenin er toch toe om hulp te vragen. Miljoenen mensen stierven immers van de honger en dat leidde ook tot opstanden, zoals de Kronstadt-opstand. Lenin moest iets doen om verdere opstanden te voorkomen. Het verzoek om hulp werd echter niet gedaan door de Russische regering, maar door Gorki en Tikhon, om gezichtsverlies van de regering te voorkomen mocht het buitenland weigeren hulp te geven. Nu hoefde de regering nog niet te erkennen dat hulp nodig was, voor men er zeker van zou zijn dat er hulp zou worden gegeven. Uit het Verdrag van Riga blijkt dat de Russische regering wel op de hoogte was van Gorki"s hulpvraag.

Hoover bood vervolgens namens de ARA al snel hulp aan. Hij stelde als voorwaarden dat de ARA onafhankelijk mocht opereren en dat Amerikaanse burgers die vastzaten in Russische gevangenissen werden vrijgelaten. Lenin was daarover woedend, hij zei: "Men moet Hoover straffen, hem publiekelijk in zijn gezicht slaan". Hoewel de voorwaarden die Hoover aan Rusland stelde min of meer gelijk waren aan die in andere landen waar de ARA actief was wond Lenin zich er toch erg over op.

Lenin was dus niet erg blij met de Amerikaanse hulp. Daarvoor had hij verschillende redenen. Ten eerste was de onafhankelijke positie van de ARA een aantasting van de macht van de Sovjetregering. Bovendien kon Lenin niet geloven dat de Amerikanen belangeloos handelden, zij moesten er op de een of andere manier op uit zijn de communisten schade te berokkenen. Deze opvatting komt voort uit zijn gebrek aan geloof in hulp van kapitalisten aan een communistisch land. Tot slot en dat was waarschijnlijk het ergst, een reden die voortborduurt op verdenking van de Amerikaanse motieven, maar concreter is. Met het Verdrag van Riga bleek dat het communistische Rusland de hulp van het kapitalistische Amerika nodig had. Het werd voor Lenin moeilijker het communisme te verspreiden als die communisten niet eens op eigen kracht Rusland konden voeden. Lenin had een grote angst voor de Amerikaanse invloed. Bij de onderhandelingen over het Verdrag van Riga werd door de Russische gezant Litvinov wel gezegd: "voedsel is een wapen". Lenin vreesde dat dit "wapen" effectiever zou zijn dan de wapens die in de burgeroorlog tegen de communisten waren ingezet. Bij een toespraak bij het afscheid van de ARA zei Cicerin het volgende: "de hulp van de ARA heeft voor Amerika een unieke plaats gemaakt in de harten van miljoenen van het Russische volk". Dat was precies waar Lenin bang voor was toen de ARA haar hulp aanbood.

Uiteindelijk werd Lenin door de hongersnood en dreiging van opstanden wel gedwongen de hulp van de ARA te accepteren. Maar hij was niet onverdeeld blij met die hulp, omdat hij er een bedreiging van de Sovjetregering in zag.

Lenins steun aan, dan wel tegenwerking van de ARA in Rusland tot de oogst van 1922
In een brief aan Cicerin schreef Lenin na de totstandkoming van het Verdrag van Riga: "de overeenkomst met Hoovers ARA voor hulp aan mensen die verhongeren is een echt voordeel". Hier leek Lenin een positieve mening te hebben over de ARA. In dit hoofstuk wordt beschreven in hoeverre hij die "nieuwe mening" daadwerkelijk aanhing en in daden omzette.

Kort na de sluiting van het Verdrag van Riga werd in augustus 1921 de ARRC opgeheven. De ARRC was immers opgericht om buitenlandse steun te krijgen en toen die eenmaal was verworven was de ARRC verder niet meer nodig. De oud-leden van de ARRC werden in sommige gevallen vervolgd. Dat leidde ertoe dat de ARA toen zij eenmaal aankwam grote moeite had mensen te vinden die voor haar wilden werken en daardoor moeilijker van start kwam. De bevolking was bang ook te worden vervolgd als zij voor de ARA zou werken. Dit houdt ook verband met de rode terreur, iedereen was bang iets te doen waarvoor hij zou kunnen worden vervolgd. Het hoeft echter niet zo te zijn dat de Russische regering ook beoogde het de ARA moeilijker te maken bij het werven van personeel toen zij de ARRC ophief, er kan sprake zijn van een onbedoeld gevolg.

Begin 1922 begon de Sovjetregering een campagne om alle kerkschatten te confisqueren. Met de opbrengst daarvan zou de hongersnood kunnen worden verlicht. Het doel van de actie was echter niet het verlichten van de hongersnood, maar een aanval op de kerk lanceren. Omdat de kerk het niet eens was met de onteigeningen kon de Russische regering zeggen dat zij de hongersnood niet wilde verlichten. Vervolgens kon zij de kerk aanvallen. De Russische regering bleek de hongersnood pas belangrijk te vinden en in de publiciteit te brengen op het moment dat de aanval op de kerk werd gelanceerd. Deze antikerkelijke actie levert de ARA uiteindelijk nauwelijks steun op, maar steun aan bestrijding van de hongersnood was dan ook niet het doel van de actie geweest.

Lenin vertrouwde de ARA niet. Op 23 augustus 1921 gaf hij instructies de Amerikanen te bespioneren. Russische werknemers van de ARA werden regelmatig vervolgd, tot de ARA dreigde de hulp te stoppen. De Russische regering keek hoever zij kon gaan, uiteindelijk heeft de ARA haar een halt toegeroepen, maar de Russische regering probeerde steeds zoveel mogelijk van haar macht te behouden en dus zo min mogelijk macht in te leveren aan de ARA.

De Russische regering droeg wel haar steentje bij aan de voedselsteun. Zij gaf de Amerikanen geld om voedsel te kopen. Wat dat betreft hielp zij de ARA. Deze hulp kwam echter pas tot stand nadat Hoover erop had gewezen dat de Russen geen buitenlandse hulp konden verwachten als ze zelf niet alles deden wat ze konden. De totale bijdrage van de Russische regering vormde ongeveer zestien procent van het budget van de ARA. Zij viel in het niet bij de Amerikaanse bijdrage.

Lenin bemoeide zich met de distributie van het voedsel, ondanks de geringe bijdrage van de Russische regering. Hij probeerde zoveel mogelijk voedsel naar de steden, met name Petrograd en Moskou, te krijgen. Vooral voedsel uit de Oekraïne wilde Lenin graag in de steden hebben. Daarbij speelde waarschijnlijk een rol dat de inwoners van de Oekraïne opstandig waren en dat Lenin het daarom niet zo"n probleem vond als de mensen daar verhongerden. De bolsjewieken vonden bovendien het verhongeren van boeren niet direct erg. Zelfs Gorki vond het niet direct een nadeel dat die "halfwilde, stomme, moeilijke mensen uit de Russische dorpen zullen uitsterven". Lenin wilde honger in de steden voorkomen, vanwege de grote bevolkingsconcentraties en specifiek in Petrograd en Moskou omdat daar ook de grote machtsconcentraties waren. Bovendien waren de stedelingen arbeiders en waren hun levens de bolsjewieken misschien meer waard dan die van de boeren. Maar de situatie in de steden was veel minder erg dan op het platteland. Waar in de steden nog voedsel te krijgen was, zij het tegen zeer hoge prijzen, was er op het platteland helemaal geen voedsel. De politiek van de ARA was eerst diegenen te voeden die het meeste behoefte hadden aan voedsel. Dat kwam dus neer op het voeden van het platteland. Lenin ging daar tegenin in zijn pogingen voedsel naar de steden te krijgen. Hij werkte de ARA tegen.

Opmerkelijk in het kader van de Russische steun aan de voedselhulp is dat Rusland na de oogst van 1922 graan ging exporteren. Hoewel de ergste hongersnood op dat moment over was had de Russische regering de ARA wel gevraagd te blijven helpen en er was plaatselijk ook nog wel hongersnood. Ondertussen exporteerde zij zelf graan. De motivatie daarvoor was dat Rusland geld nodig had om de industrie op te bouwen. Om daaraan te komen moest Rusland exporteren. De ARA bleef na de voedselexporten met name actief in de hulp aan kinderen, die niet direct uit graan bestond, de hulp aan volwassenen werd voor een groot deel beëindigd. Eigenlijk gebruikte de Sovjetregering de ARA zelf meer te kunnen exporteren. Zij had het geëxporteerde voedsel ook kunnen aanwenden om de hongersnood te bestrijden die plaatselijk nog wel aanwezig was, maar dit deed zij niet. Kamenev zei dat de voedseloverschotten door transportproblemen niet naar gebieden met voedseltekorten konden worden gebracht, maar ARA-voedsel voor die gebieden met voedseltekorten kwam binnen in de havens waaruit de Russen exporteerden. De bewering van Kamenev was dus niet juist. De ARA stond er vanaf de oogst van 1922 alleen voor. Zij werd geduld door de Russische regering, zolang zij van pas kwam. Aanvankelijk was de ARA noodzakelijk geweest, maar dat was na 1922 niet langer het geval.

Lenin"s opstelling tegenover de ARA na de oogst van 1922
Na de oogst van 1922 had de Russische regering besloten voedsel te gaan exporteren. De Amerikanen waren er op dat moment nog niet allemaal van overtuigd dat de hongersnood voorbij was. De Sovjetregering verspreidde tegenstrijdige berichten. Aan de ene kant verwachtte zij een oogstoverschot en wilde zij exporteren, en aan de andere kant zei zij dat de Amerikaanse hulp nog steeds nodig was. Daarom zetten de Amerikanen de hulp nog een winter voort. Daarna lieten ze op vier juni 1923 de Sovjetregering weten hun hulp stop te zetten. Voor 1923 werd op dat moment opnieuw een oogstoverschot voorspeld, zowel door de Sovjetregering als door de Amerikanen zelf.

De beslissing van de Sovjetregering om voedsel te exporteren heeft zeker een rol gespeeld bij het besluit de hulp te beëindigen. Het werd na dat besluit bijna onmogelijk voor de ARA nog fondsen te werven. Mensen wilden geen geld uitgeven aan voedsel voor een land dat zelf voedsel exporteerde. De Russische regering zal zich gerealiseerd hebben dat de voedselexport de positie van de ARA uiteindelijk onhoudbaar zou maken. Zij waren er dan ook op uit om de Amerikaanse hulp zoals die op dat moment bestond te beëindigen.
Mogelijk wilde de Russische regering wel voortzetting van de hulp, maar dan in een andere vorm. Na de oogst van 1922 werden de pogingen van de regering om het Verdrag van Riga te schenden talrijker en hardnekkiger. Uiteindelijk wilde zij of het vertrek van de ARA, of aanpassing van het Verdrag van Riga. Zij wilde af van de ARA als onafhankelijke organisatie, maar als de middelen van de ARA aan de Sovjets werden overhandigd dan had zij daar geen problemen mee. Voor de ARA was dit onaanvaardbaar en dus wilde de Sovjetregering de ARA weg hebben.
Bij het afscheid van de ARA werden de ARA en haar leden uitvoerig bedankt door Russische hoogwaardigheidsbekleders. Zij betoogden zo uitgebreid hun dank omdat Amerika eigenlijk het enige land was dat met leningen zou kunnen helpen de Russische industrie op te bouwen. Het was daarom van belang voor de Sovjetregering om de Russen te vriend te houden.

Conclusie
Lenins houding tegenover de ARA was er een van onwilligheid. Hij wilde helemaal geen hulp van de ARA. Die hulp ging namelijk in tegen zijn ideologie. Het was hulp van kapitalisten aan communisten, terwijl zij vijanden hoorden te zijn. Doordat de kapitalisten de bevolking hielpen vormden zij een bedreiging voor het communisme in Rusland. Lenin geloofde dat de Amerikanen daar opuit waren. Omdat hij zich niet kon voorstellen dat de Amerikanen de Russen belangeloos hielpen, geloofde hij dat de Amerikanen een verborgen agenda hadden, die de belangen van de Socialistische Partij zou schaden.

Lenin accepteerde de Amerikaanse hulp uitsluitend vanwege de dreiging van opstanden. Voor hem was het accepteren van de hulp iets negatiefs, maar als de Sovjetregering omver zou worden geworpen dan zou dat nog erger zijn. Hij werd dus door de situatie gedwongen de hulp te accepteren.

Bij Lenin speelden humanitaire overwegingen geen rol. Hij was er niet op uit zoveel mogelijk mensen te redden. Lenin wilde onrust in de steden voorkomen, dat was zijn hoofddoel. Door te streven naar een andere hulpverdeling dan die hij nastreefde had Lenin meer verhongerden kunnen helpen, maar het helpen van verhongerden was niet zijn doel.

Lenin wilde de steden in de hand houden, als hij een keer actief de ARA hielp dan was het met dat doel voor ogen. Vaker echter hinderde hij de ARA als hij probeerde voedsel van het platteland weg te halen. De steun van de Russische regering was beperkt en moest min of meer worden afgedwongen. Daarnaast probeerde de Russische regering de grenzen van het Verdrag van Riga steeds verder te verschuiven. Aanvankelijk moest zij haar pogingen beëindigen als de ARA dreigde de hulp stop te zetten, maar na 1922 werden de aanvallen van de Russische regering op het Verdrag van Riga steeds hardnekkiger. Dit heeft ertoe geleid dat de positie van de ARA in Rusland onhoudbaar werd. Ook de voedselexporten zorgden ervoor dat de ARA eigenlijk niet meer kon functioneren. Lenin was hiervan op de hoogte, maar het maakte hem niet uit.

Al met al denk ik dat Lenin steeds heeft geprobeerd de ARA zoveel mogelijk voor zijn eigen doeleinden te gebruiken. Lenin vond de ARA niet nuttig als zij zoveel mogelijk mensen van de hongersnood redde, maar wel als hij haar kon gebruiken om onrust te bezweren. Zijn doelstellingen waren dus niet humanitair en zeker ook niet ideologisch, ze waren zuiver pragmatisch, gericht op het behoud en de versterking van zijn macht en de macht van zijn partij. Lenin hielp alleen bij het doel van de ARA, zoveel mogelijk mensen redden, als dat hem van pas kwam. Toen na 1922 de dreiging van crises voorbij was had Lenin de ARA niet meer nodig. Hij had de Amerikanen eerder alleen toegelaten omdat de situatie hem daartoe dwong. Toen de ARA nadat de crises waren bezworen weigerde zich te voegen naar de eisen van de Russische regering moest ze vertrekken. Als Lenin de ARA niet voor zijn doeleinden kon gebruiken was ze niet nuttig en dus ook niet welkom.
Bericht geplaatst in: artikel