MARSHALLHULP EN DE SOVJET UNIE

Geplaatst op 11 december 2003
Er is in de literatuur over de Koude Oorlog weinig onderzoek verricht naar de beweegredenen van de Sovjet-Unie en Oost-Europa om de Marshallhulp te weigeren. Er wordt door veel auteurs van uitgegaan dat het voor de Sovjet-Unie voor de hand lag de hulp te weigeren vanwege politiek-ideologische motieven.
Inleiding
Op 5 juni 1947 hield generaal Marshall (1880-1959), Amerikaans minister van buitenlandse zaken onder de toenmalige president Truman, een speech op de universiteit van Harvard, waardoor zijn naam voor eeuwig verbonden zou worden met het grootste Europese herstelprogramma tot nu toe: het Marshall Plan. (Generaal Marshall werd naamgever van het Marshall Plan, eerder European Recovery Program genoemd.)

In de Harvard-speech spoorde Marshall de landen van Europa aan een gezamenlijk herstelprogramma op te stellen en dit plan aan te bieden aan de Verenigde Staten. De Verenigde Staten zouden dan, als het plan door het Congres goedgekeurd werd, financiële hulp bieden om dit plan te realiseren en zo het herstel van Europa te bevorderen. Marshall nodigde in de speech alle landen van Europa, waaronder dus ook de Sovjet-Unie en de Oost-Europese landen, uit om deel te nemen aan deze onderhandelingen. Dit was onverwacht, aangezien de op 12 maart 1947 geformuleerde Truman-doctrine duidelijk gericht geweest was tegen de "communistische dreiging" die uitging van de Sovjet-Unie en Oost-Europa. Het is interessant om na te gaan wat de Verenigde Staten gemotiveerd kan hebben de Sovjet-Unie en de Oost-Europese landen toch een uitnodiging te sturen. Hadden de Verenigde Staten wellicht nooit serieus rekening gehouden met de mogelijkheid dat deze landen de hulp zouden accepteren?

Door deze gedachtegang geïnspireerd, is voor de volgende vraagstelling gekozen: Wat waren de redenen voor de Sovjet-Unie en Oost-Europa om de Marshallhulp te weigeren?

Er is in de literatuur over de Koude Oorlog weinig onderzoek verricht naar de beweegredenen van de Sovjet-Unie en Oost-Europa om de Marshallhulp te weigeren. “Terwijl de Amerikaanse motivatie voor lancering van het Marshall Plan tot vervelens toe is geanalyseerd, worden de verklaringen van de Russische afwijzing ervan gekarakteriseerd door kortheid en eenduidigheid." Er wordt door veel auteurs van uitgegaan dat het voor de Sovjet-Unie voor de hand lag de hulp te weigeren vanwege politiek-ideologische motieven.
Recent materiaal van het Cold War International History Project geeft echter een genuanceerder beeld.

Allereerst zal ik een korte beschrijving geven van de totstandkoming van het Marshall Plan, de doelen die de Verenigde Staten nastreefden met het Marshall Plan en de invloed van het Marshall Plan op de landen die de hulp wel accepteerden. Daarna zal ik een beeld geven van de redenen voor de Sovjet-Unie en Oost-Europa om de Marshallhulp te weigeren. De oprichting en invloed van de Cominform, het Russische initiatief dat werd gestart als reactie op het Marshall Plan, wordt in dit werk buiten beschouwing gelaten.

Tenslotte is het bij het bestuderen van literatuur over het Marshall Plan belangrijk na te gaan welke visie op de Koude Oorlog een auteur heeft. Binnen de literatuur over de Koude Oorlog zijn er drie historiografische scholen te onderscheiden; de orthodoxe, de revisionistische en de post-revisionistische school. Wilfried Loth geeft in "Die Teilung der Welt" een korte beschrijving van twee van deze stromingen, de orthodoxe en de revisionistische school. De orthodoxe school ziet de Koude Oorlog als het gevolg van reële en potentiële agressie van de Sovjet-Unie. Deze agressie valt uiteen in territoriale expansie en de ideologie, het communisme, als agressieve ideologie met klassenstrijd en strevend naar wereldrevolutie. De Verenigde Staten reageren in deze visie alleen op Russische agressie. De revisionistische school gaat er daarentegen van uit dat de Koude Oorlog ontstaan is door expansie van de Verenigde Staten die voortkwam uit het kapitalistische bestel. De Amerikanen moesten vanwege de kapitalistische structuur van hun land voortdurend op zoek naar nieuwe afzetgebieden, grondstoffen en invloedssferen; Stalin reageerde op deze expansie door Oost-Europa af te sluiten. De post-revisionistische school is een stroming die nog het dichtst bij de orthodoxe visie aansluit; de Koude Oorlog wordt gezien als een product van twee tegenover elkaar staande kampen. De post-revisionistische visie kan als meest recent opgekomen stroming gebruik maken van voorheen niet toegankelijk Russisch bronnenmateriaal.
{mospagebreak}
totstandkoming van het Marshall Plan
Direct na de Tweede Wereldoorlog werd in de Verenigde Staten gedacht, dat Europa onder andere door bilaterale leningen en hulp van het IMF en de door de Verenigde Staten gedomineerde UNRRA de naoorlogse crisis snel te boven zou kunnen komen. In 1947 bleek echter, dat de situatie in Europa nog weinig vooruitgang vertoonde; de industrie- en landbouwproductie lag nog steeds onder het peil van vóór de oorlog, de machines in de fabrieken waren aan vervanging of in ieder geval reparatie toe en er was een tekort aan arbeiders en grondstoffen. Inflatie zorgde tevens voor een dalende koopkracht onder de bevolking en de strenge winter van 1946-47 had een vergroting van het voedseltekort tot gevolg gehad.

In de eerste helft van 1947 werd het idee te streven naar Europese economische integratie steeds populairder. Over hoe deze integratie er precies uitzag, waren verschillende ideeën in de Verenigde Staten. Er was wel overeenstemming over de noodzaak van integratie; de Verenigde Staten waren bang, dat de communisten gebruik zouden kunnen maken van de steeds slechter wordende economische situatie in Europa om de macht naar zich toe te trekken. Deskundigen droegen om dit tegen te gaan drie verschillende strategieën voor: het eerste pad ging uit van het opzetten van één geïntegreerde markt, met dezelfde hoge levensstandaarden en politieke stabiliteit als in de VS, het tweede pad ging uit van de oprichting van supranationale instellingen om de integratie te bevorderen, het derde pad breidde het tweede pad nog verder uit met concepten waaronder het liberaliseren van de binnen-Europese handel. Het plannen van het opzetten van een Europees herstelprogramma werd door twee commissies geleid; de Policy Planning Staff (PPS) van Kennan en het State-War-Navy-Coordinating Committee (SWNCC). Mede op basis van een tussentijds rapport van de SWNCC kwam ook Kennan"s commissie tot de conclusie dat de Europeanen een gezamenlijk herstelprogramma op moesten stellen waar ieder lid deelverantwoording voor zou nemen. De Verenigde Staten zouden hulp verlenen bij het opstellen van het plan en financiële hulp om het plan uit te voeren. De conclusie van de commissie van Kennan en een memorandum van Clayton werden de uiteindelijke basis waarop Marshall"s Harvard-speech gebaseerd was.

Het opstellen van een gezamenlijk herstelprogramma verliep lange tijd moeizaam, omdat de verschillende Europese landen aanvankelijk vasthielden aan hun nationale programma"s; zij wilden deze niet ondergeschikt maken aan belangen van Europa als geheel. Nadat Molotov zich had teruggetrokken uit de onderhandelingen in Parijs, en uiteindelijk ook de Oost-Europese landen afzagen van deelname, werden de plannen toegespitst op West-Europa. De Organisation for European Economic Cooperation (OEEC) werd opgericht op 22 september 1947. Zestien landen, te weten België, Denemarken, Engeland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Turkije, West-Duitsland en Zweden, kregen uiteindelijk Amerikaanse Marshallhulp, die bijna $13 miljard zou bedragen in de periode 1948-51. Vanaf het moment van ondertekening van de verdragen tot het moment dat de Marshallhulp zou beginnen, deze periode wordt ook wel aangeduid als het "Marshall-gap", werden giften verstrekt met een totale waarde van $575 miljoen aan de landen die er het ergste aan toe waren: Frankrijk, Italië en Oostenrijk.

Marshall gaf in zijn Harvard speech aan, waarom hulp aan Europa onder andere gewenst was: “It is logical that the United States should do whatever it is able to do to assist in the return of normal economic health in the world, without which there can be no political stability and no assured peace. Our policy is directed not against any country or doctrine but against hunger, poverty, desperation and chaos."

De Verenigde Staten hadden verschillende hoofdmotieven om hulp te verstrekken aan de landen van Europa. Ten eerste zou het herstel van Europa bijdragen tot de hierboven genoemde politieke stabiliteit en vrede. In zijn Truman-doctrine had Truman al aangegeven welk gevaar honger en wanhoop opleverde: “The seeds of totalitarian regimes are nurtured by misery and want. They spread and grow in the evil soil of poverty and strife. They reach their full growth when the hope of a people for a better life has died." Via het Marshall Plan hoopten de Verenigde Staten politieke invloed te verwerven in voornamelijk West-Europa, hoewel de ontwerpers en de (latere) West Europese deelnemers van het Marshall Plan wel hoopten door heel Europa in de plannen te betrekken ook Oost-Europese landen uit de invloedssfeer van de Sovjet-Unie te halen. Parrish verwijst naar de werken van Leffler en Cromwell om dit te bewijzen: “Bidault and Bevin did indeed discuss (..) the possibility of luring some East European states away from Soviet tutelage with American economic aid." De Verenigde Staten wilden voorkomen dat de Sovjet-Unie heel Europa communistisch zou kunnen maken, hetgeen in Amerikaanse optiek de reeds bestaande problemen alleen nog maar zou verergeren en de politieke stabiliteit zou verstoren. “Langs economische weg zouden politieke stabiliteit en democratie in West-Europa gewaarborgd worden." Bovendien “zou een economisch sterk West-Europa een dam kunnen opwerpen tegen de op expansie berust lijkende Sovjet-Unie". Dit laatste argument was vooral in 1948 van belang na de communistische coup in Tsjecho-Slowakije.

Ten tweede wilde de VS met het Marshall Plan de afzetmarkt voor Amerikaanse producten vergroten; het was immers de bedoeling dat de producten die nodig waren voor het herstel op de Amerikaanse markt gekocht werden. In de herstelperiode zou de Amerikaanse markt op deze manier gestimuleerd worden. Ook president Truman verklaarde in zijn presentatie van het Marshall Plan aan het Congres, dat herstel van Europa tevens van essentieel belang zou zijn voor de Verenigde Staten.

Ten derde heerste er in de Verenigde Staten een gevoel van betrokkenheid bij de volkeren van het door de oorlog bijzonder zwaar getroffen Europa. “De Verenigde Staten voelden wel degelijk een humanitaire plicht om Europa de helpende hand te bieden in de economische wederopbouw. En de regering speelde sterk in op dat plichtsgevoel onder de bevolking om zo de noodzakelijke steun van de Amerikaanse belastingbetaler te winnen."

Robert Pollard vat de bovengenoemde doelstellingen van het Marshall Plan als volgt samen: “The Marshall Plan was all things to all men: humanitarian relief program, prop to American exports, weapon against international communism, antidote to West European radicalism, and instrument for European integration".
{mospagebreak}
De invloed van de Marshallhulp op de deelnemende landen
Het systeem achter het Marshall Plan was gebaseerd op twee pijlers. De verstrekte dollars zouden het voor de ontvangende landen mogelijk maken om meer goederen te importeren. Het was de bedoeling dat Europa de grondstoffen, metalen, machines, brandstoffen en chemicaliën die nodig waren voor het herstel kocht op de Amerikaanse markt. Hierdoor zou de economie van de Verenigde Staten tegelijkertijd gestimuleerd worden. De ontvangende landen moesten bovendien het equivalent van het bedrag dat zij in dollars ontvingen, in nationale valuta in een speciaal fonds storten. Vijfennegentig procent van de gelden van dit fonds mochten de regeringen vervolgens weer opnemen, mits zij dit aanwendden voor herstel en ontwikkeling van hun economieën. De overige vijf procent werd gebruikt om de administratie, informatieprogramma"s en technische hulpverlening te bekostigen.
Omdat de hoogte van de geboden hulp behoorlijk uiteenloopt, Spanje kreeg slechts $26,8 miljoen, tegenover koploper Engeland met $3,17 miljard, is de uitwerking en de uiteindelijke invloed van de Marshallhulp niet voor alle landen gelijk geweest. Niet alleen de hoogte van de verstrekte hulp, maar ook de efficiëntie waarmee de verstrekte gelden werden aangewend was belangrijk. Om de verschillende landen met elkaar te kunnen vergelijken qua efficiëntie, gaat Milward uit van de potentiële verveelvoudiging van het Bruto Nationaal Product van een land, ten opzichte van de uiteindelijk gerealiseerde verveelvoudiging.
Maar ook voor landen waar de Marshallhulp weinig directe verbetering betekende, hetzij omdat het hulpbedrag slechts een kleine stijging van het Bruto Nationaal Product veroorzaakte, had zij invloed, omdat deze landen indirect meeprofiteerden van het herstel van de landen er om heen.

Vooral in het eerste jaar waarin hulp werd verstrekt via het Marshall Plan (1948-1949) betekende de hulp een sterke stimulans voor de West-Europese landen. In dit jaar kreeg met name het nationale inkomen van de Europese landen een belangrijke stimulans. Het meest spectaculair was de stijging in Oostenrijk, waar het nationale inkomen met 14% steeg als gevolg van de Marshallhulp. Gerekend over de totale looptijd van het Marshall Plan werd de economie van Nederland het sterkst gestimuleerd. De totale bijdrage van het Marshall Plan aan de Nederlandse economie was ongeveer 3,5 tot 4,5 jaar groei van het Bruto Nationaal Product.

Het grootste deel van de verstrekte hulp werd gegeven in de vorm van subsidies (giften). De verstrekte leningen werden afgesloten met gunstige voorwaarden; tegen 2,5% rente en met een looptijd van 35 jaar, die pas inging in 1952. Een belangrijk criterium om te bepalen welke landen het meeste geld zouden ontvangen, bleek de hoogte van het tekort op de handelsbalans. Van het totaal aan geboden hulp ging het grootste deel, 24,4%, naar Engeland. Frankrijk volgde op de voet, met 20,2%.
{mospagebreak}
De bondgenoten groeien uit elkaar
Tijdens de Tweede Wereldoorlog hadden de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie als bondgenoten gestreden tegen de gezamenlijke vijand. Toen deze vijand uiteindelijk verslagen was, bleek al gauw, dat er van een bondgenootschap feitelijk geen sprake meer kon zijn, althans zeker niet in de bestaande vorm, omdat het bondgenootschap duidelijk een gelegenheidsformatie was geweest; “the alliance was never more than a marriage of convenience, marked by misperceptions, misunderstandings, and frequent outbursts of suspicion". Loth gaat nog verder, en noemt het wegvallen van de gezamenlijke vijand zelfs het startpunt van de confrontatie tussen de wereldmachten: “In dem gleichen Jahr 1945, in dem die Alliierten mit den Kapitulation Deutschlands (8.Mai) und Japans (14.August und 2.September) ihre militärischen Kriegsziele erreichten, brach die Kriegskoalition de facto auseinander, und die Konfrontation der beiden neuen Weltmächte bagann die internationale Politik zu bestimmen."

Hoewel de beide partijen in elkaar duidelijk een bedreiging zagen, moesten zij toch aan de onderhandelingstafel om belangrijke kwesties op te lossen. De langdurige onderhandelingen (bijna twee jaar!) over de verdragen met de voormalige satellietstaten van Duitsland, Bulgarije, Hongarije, Italië en Roemenië wekten van beide kanten argwaan op. De Sovjet-Unie wantrouwde de Geallieerden, omdat zij de bestaande Sovjet-dominantie van Oost-Europa weigerden te accepteren; de Verenigde Staten wantrouwden op haar beurt de Sovjet-Unie, omdat deze volgens haar veel verder wilde gaan dan alleen het creëren van een bufferzone. Het was feitelijk de instabiele internationale economische en politieke situatie in de belangrijkste landen van Europa die zowel de Verenigde Staten als de Sovjet-Unie deed geloven dat de toenmalige status quo instabiel was, en alleen door sterk optreden behouden kon worden.

Het belangrijkste twistpunt tussen de partijen bleek de kwestie Duitsland te zijn. De Geallieerden wilden het tijdelijk ingestelde bezettingssysteem in zones zo snel mogelijk opheffen, omdat een verdeeld Duitsland in haar ogen een belemmering voor de groei van de economieën van West-Europa zou betekenen. De Sovjet-Unie hechtte echter meer belang aan de Duitse herstelbetalingen en benadrukte het potentiële gevaar van een herenigd Duitsland; de Sovjet-Unie werd al twee keer eerder, in de beide wereldoorlogen, door de Duitsers onder de voet gelopen. De herstelbetalingen aan de Sovjet-Unie moesten uit de productieopbrengsten, met grondstoffen en via de ontmanteling van fabrieken worden betaald. De door de Sovjet-Unie gevoerde politiek ten opzichte van Duitsland was in strijd met de Amerikaanse plannen, want volgens de Verenigde Staten was het economische herstel van Duitsland essentieel voor het herstel van Europa. Economisch herstel van Duitsland was in de strategie van de Sovjet-Unie van secundair belang.

De Moskou-conferentie in maart en april 1948, die werd gehouden om de kwestie Duitsland op te lossen, werd door de starre houding van beide partijen een complete mislukking; er werd geen doorbraak bereikt: “The conference dragged on in deadlock for over three weeks, with each side repeating its arguments to its apparently deaf counterparts." Op 15 april had Marshall een gesprek met Stalin over de mislukte Moskou-conferentie. Marshall benadrukte in dit gesprek dat het gevaarlijk was, de kwestie Duitsland onopgelost te laten en gaf aan dat de Verenigde Staten die landen van Europa wilden helpen, waar verdere verslechtering van de economische situatie de democratie kon vernietigen. Stalin antwoordde, dat de Sovjet-Unie niet wilde afzien van herstelbetalingen van Duitsland. Tegelijkertijd zag hij wel mogelijkheden om de problemen op te lossen; deze mogelijkheden lagen echter volgens hem ergens in de toekomst. Dit antwoord van Stalin is negatief opgevat door de Verenigde Staten: “Stalins remarks gave the impression that he remained unswayed by Marshalls concern over the rapidly deteriorating situation in Europe, and his diffident attitude toward the economic implications of the deadlock over Germany convinced Marshall that Stalin was merely stalling, hoping that economic collapse in Western Europe would create conditions favorable to the further expansion of Soviet influence in the region." Het is echter ook mogelijk, dat Stalin de economische malaise in Europa onderschat had en probeerde tijd te winnen tot de Geallieerden een beter aanbod deden met betrekking tot de Duitse herstelbetalingen.
{mospagebreak}
Onderhandelingen over het Marshall Plan
Op 5 juni 1947 hield Marshall zoals gezegd zijn beroemde speech op de universiteit van Harvard, waarin de Europese landen werden aangemoedigd een gezamenlijk herstelprogramma op te stellen. Aangezien Marshall in zijn gesprek met Stalin op 15 april al duidelijke aanwijzingen had gegeven in de richting van eventuele hulp aan Europese landen, kan de inhoud van zijn speech geen echt grote verrassing voor Stalin geweest zijn. Molotov, de Russische minister van buitenlandse zaken, kreeg echter ook een uitnodiging om deel te nemen aan de onderhandelingen over het Marshall Plan. Gezien de lange tijd die zat tussen de speech en de Sovjet-reactie, denk ik dat de Sovjet-leiding door deze uitnodiging overdonderd was.

In de Sovjet-Unie wist men niet goed hoe het Marshall Plan beschouwd moest worden; was het een bedreiging of juist een buitenkans? De econoom Evgenii Varga kreeg van Molotov opdracht, het Marshall Plan te analyseren. Varga wees op het economische eigenbelang van de Verenigde Staten en waarschuwde dat de Verenigde Staten uit waren op politiek voordeel. Hoewel hij op de "imperialistische motieven" van de Verenigde Staten wees om zijn wantrouwen te laten blijken, sloot hij deelname aan het plan niet uit. Omdat de Verenigde Staten volgens zijn redenering wel hulp moesten bieden om de economische ondergang van Europa te voorkomen, was het wellicht mogelijk geld te krijgen zonder politieke consequenties. Parrish wijst er op, dat Varga"s rapport waarschijnlijk niet geheel in overeenstemming is met de werkelijke mening van de econoom; hij was naar alle waarschijnlijkheid positiever over het plan. Dit optimisme durfde hij echter niet te uiten, omdat hij bang was in ongenade te vallen bij het regime. Zijn werk was al eerder onderwerp van kritiek geweest.

De Russische ambassadeur in de Verenigde Staten, Nikolai V. Novikov, was een stuk negatiever over het Marshall Plan: “A thorough analysis of the Marshall Plan shows that, in the final analysis, it is directed toward the establishment of a West European bloc as an instrument of American policy".

Molotov schreef, na aanleiding van zijn eigen bestudering van het Marshall Plan en deze adviezen van Varga en Novikov, richtlijnen met de Sovjet-standpunten voor de conferentie. Het belangrijkste doel van de delegatie, stelde hij, was uitzoeken wat voor hulp de Verenigde Staten wilden bieden en om hoeveel hulp het ging. Bovendien moest de delegatie proberen het plan om te buigen naar meerdere bilaterale overeenkomsten, in plaats van een gezamenlijk programma; dit kon namelijk volgens de Sovjet-top gebruikt worden om een anti-Sovjet blok te vormen. De voorwaarden die de Verenigde Staten stelden aan de hulp, moesten aan bepaalde eisen voldoen: de soevereiniteit van de Europese landen moest gerespecteerd worden, en de hulp mocht geen economische afhankelijkheid tot gevolg hebben. Met betrekking tot de Duitse herstelbetalingen kreeg de delegatie de opdracht zich streng op te stellen.

De Verenigde Staten werden verrast toen Molotov de uitnodiging voor de onderhandelingen in Parijs aannam. De Verenigde Staten verwachtten en hoopten, dat de Sovjet-Unie niet zou willen participeren in het Marshall Plan. Het Amerikaanse Congres zou het Marshall Plan waarschijnlijk afkeuren als de Sovjet-Unie mee zou doen, om twee redenen: zuinigheid en principe. Deelname aan het Marshall Plan werd desalniettemin toch aangeboden aan de Sovjet-Unie, omdat het Marshall Plan hoofdzakelijk economisch en niet politiek van aard was en niet opgevat moest worden als anti-Sovjet. Bovendien was men van mening dat vermeden moest worden dat de Sovjet-Unie de Verenigde Staten de schuld konden geven van de deling van Europa: "It would be a colossal error for the United States to put itself in a position where it could be blamed for the division of Europe." Tenslotte moest de Verenigde Staten rekening houden met de aanzienlijke steun onder de bevolking die de Italiaanse en Franse communisten nog steeds genoten, ondanks het feit dat zij vlak vóór het Marshall Plan uit de regering gezet waren.

Enkele dagen vóór het congres, stuurde Molotov een telex naar de Russische ambassades in Joegoslavië, Polen en Tsjecho-Slowakije, waarin hij de ambassades opdracht gaf de regeringen van deze landen mee te delen, dat de Sovjet-Unie wilde dat zij aan het Westen aangaven, mee te willen doen aan de onderhandelingen. Alleen Polen en Tsjecho-Slowakije gaven gehoor aan deze oproep, en vroegen het Westen mee te mogen doen aan de onderhandelingen.
{mospagebreak}
Afwijzing van het Marshall Plan
Op 23 juni begonnen de besprekingen in Parijs tussen Molotov, Bevin (Engeland) en Bidault (Frankrijk) over het Marshall Plan. Molotov was vanaf het begin achterdochtig; hij vermoedde een complot dat er op gericht was, de Sovjet-Unie buiten het Marshall Plan te houden. Achteraf blijken Bevin en Bidault inderdaad geheime gesprekken gevoerd te hebben; de Sovjet-Unie had dus niet geheel ongelijk om het Westen te wantrouwen. De twijfel aan de kant van de Sovjet-Unie over de aard van het Marshall Plan werd tijdens de onderhandelingen in Parijs weergegeven door de grote delegatie die de Sovjet-Unie stuurde; de delegatie telde bijna honderd mensen. Dit is echter tevens een aanwijzing dat de Sovjet-Unie, ondanks haar wantrouwen, wel serieuze aandacht gaf aan het Marshall Plan.

Molotov deed aan het begin van de conferentie een voorstel: de Verenigde Staten zouden aan ieder land individueel kredieten moeten verlenen, zodat elk land zelf kon beslissen waaraan het die kredieten wenste te besteden. Dit voorstel werd door Bevin en Bidault niet serieus genomen; de Verenigde Staten zouden nooit akkoord gaan met dit voorstel. Marshall had in zijn speech al nadrukkelijk gewezen op het belang van economische samenwerking tussen de Europese landen. Het tegenvoorstel van Bevin, de oprichting van een overkoepelende organisatie geleid door Frankrijk, Engeland, de Sovjet-Unie en vier andere Europese landen, die een herstelprogramma moesten ontwerpen, werd door Molotov afgekeurd. Hij verklaarde, dat het Marshall Plan inbreuk zou maken op de soevereiniteit van de Europese landen, een scheiding binnen Europa bevorderde en niet bijdroeg aan het opzetten van een centrale regering van Duitsland. De Sovjet-Unie wees hierom deelname aan het Marshall Plan af, en Molotov verliet de conferentie. De weigering van het Marshall Plan door Oost-Europa en de SU zou in de praktijk net zo goed een deling van Europa betekenen, namelijk in landen die Marshallhulp accepteerden en landen die weigerden.

De door Molotov aangevoerde motieven om af te zien van deelname aan het Marshall Plan waren echter maar een deel van de waarheid; er waren namelijk tevens een aantal achterliggende redenen, waarom de Sovjet-Unie afzag van deelname. Ten eerste kon de Sovjet-Unie niet instemmen met het vrijgeven van de door de Verenigde Staten geëiste economische en financiële cijfers; de cijfers van de landbouwproductie werden al jarenlang vervalst; "openbaring daarvan zou een groot gezichtsverlies betekenen en misschien zelfs binnenlandse onrust veroorzaken". Bovendien zou het bekend worden van de zwakke economische situatie van de Sovjet-Unie strategisch gezien nadelig uit kunnen pakken.
Een reden die in het verleden door historici onterecht is aangevoerd als argument om de hulp te weigeren, is dat het aannemen van Marshallhulp een terugkeer naar de situatie van vóór de Tweede Wereldoorlog zou betekenen, toen er een ongelijkwaardige handel bestond. In de periode vóór de Tweede Wereldoorlog had Oost-Europa namelijk voedsel en grondstoffen aan het Westen geleverd, in ruil voor machines en consumptiegoederen. De Sovjet-invloed in Oost-Europa zou echter afbrokkelen door de instroom van de Marshall-dollars. In 1947 wilde echter noch de Sovjet-Unie, noch de Verenigde Staten de lucratieve Oost-West handel afbreken; beide partijen profiteerden van de handel. De economische machtspolitiek van de Sovjet-Unie zou bovendien zelfs mede-gerealiseerd kunnen worden door Westerse hulp; Westerse hulp kon zorgen voor sneller herstel van de Oost-Europese landen. Dit kan dus geen reden geweest zijn om de hulp te weigeren.

In feite waren er slechts twee redenen dat Molotov naar de conferentie in Parijs gegaan was: ten eerste wilde hij een beter zicht krijgen op de bedoelingen die de Verenigde Staten had met het Marshall Plan: “The primary objective of the Soviet delegation, according to the instructions, was to determine just what type of aid and on what scale the Americans were prepared to offer." Ten tweede wilde hij proberen er achter te komen waarom ook de communistische landen van Europa een uitnodiging hadden gekregen om deel te nemen aan de onderhandelingen over het Marshall Plan.

De Poolse en Tsjecho-Slowaakse delegaties waren echter, ondanks dat Molotov de conferentie verlaten had, nog steeds positief over deelname aan het Marshall Plan. Voor Tsjecho-Slowakije was het Marshall Plan van groot economisch belang, omdat zij op grote schaal grondstoffen importeerde uit West-Europa en 70% van haar handel met het Westen was. Een groot dilemma deed zich voor; accepteren van het Marshall Plan zou betekenen dat Tsjecho-Slowakije de Sovjet-Unie tegen zich zou krijgen, weigering van het Plan zou negatieve gevolgen kunnen hebben voor de relatie met de West-Europese landen. De positieve instelling van Tsjecho-Slowakije om deel te nemen aan de onderhandelingen werd verder versterkt doordat Molotov positief stond tegenover de verdere deelname van de Tsjecho-Slowaakse delegatie aan de onderhandelingen, ondanks dat de Sovjet-Unie zich terugtrok. De achterliggende gedachte hiervan was, dat Tsjecho-Slowakije de Westerse plannen kon dwarsbomen: "Czechoslovak participation would be useful, in order to demonstrate at the conference itself the unacceptability of the Anglo-French plan, prevent adoption of a unanimous decision [on that plan], and then leave the conference, taking as many delegates of other countries as possible." Ook de Westerse landen reageerden positief op het voornemen van Tsjecho-Slowakije om deel te nemen aan de vervolgonderhandelingen.

Vrij kort hierna besloot de Sovjet-leiding dat deelname aan de vervolgonderhandelingen door Tsjecho-Slowakije en Polen toch te gevaarlijk zou zijn. Wat precies geleid heeft tot deze plotselinge omwenteling, blijft onduidelijk. Parrish beschrijft dat dit tot gevolg had, dat er een Tsjecho-Slowaakse delegatie naar Moskou gestuurd werd, die niets anders kon doen, dan instemmen met de intrekking van de toezegging mee te willen doen aan de nieuwe onderhandelingen. In een aan de algemene vergadering voorafgaand geheim gesprek tussen Gottwald en Stalin was de zaak al beslist. Stalin noemde de beslissing om aan de onderhandelingen in Parijs deel te nemen “a question of friendship". “If the Czechoslovak delegation went to Paris, it would show that you want to cooperate in an action aimed at isolating the Soviet Union."

Zowel de Polen als de Tsjecho-Slowaken hadden weinig in te brengen door de ongelijke machtsverhouding met hun "grote broer" de Sovjet-Unie; zij durfden niets te doen dat tot een slechte relatie met de Sovjet-Unie zou kunnen leiden. “The Czechoslovaks, of course, both because of the power disparities in their relationship with the Soviet Union, and because they had already decided that they would take no action to antagonize the USSR, did not hesitate any further. They revoked their decision to participate in the Paris meeting. The available evidence indicates that the Polish government retracted its decision under similar pressure from Moscow" In het geval van Tsjecho-Slowakije kwam hier nog bij, dat het niet geheel afhankelijk wilde worden van Westerse steun, waarvan zij niet zeker wist dat die zou komen.

Achteraf gezien kan worden gesteld dat Tsjecho-Slowakije terecht twijfelde aan de daadkracht van het Westen, als het aankwam op concrete steun tegen de Sovjet-Unie; bij de communistische machtsovername in Tsjecho-Slowakije ondernam het Westen geen actie.

Druk vanuit Moskou lijkt uiteindelijk de belangrijkste reden geweest te zijn voor Polen en Tsjecho-Slowakije om af te zien van deelname: “The Soviet leaders exploited their considerable, if still incomplete, political influence in Eastern Europe to counter the lure of American reconstruction credits".

De beslissing om niet mee te doen aan het Marshall Plan is door verschillende historici gezien als een strategische blunder van Stalin. Door mee te doen of zich tenminste blijvend positief op te stellen had de Sovjet-Unie mogelijk kunnen profiteren van het Marshall Plan. Het Amerikaanse Congres zou, als de Sovjet-Unie en Oost-Europa meededen, het Plan waarschijnlijk afgekeurd hebben, omdat de Verenigde Staten zo"n grootschalige operatie niet aankonden en het bovendien ideologisch niet verantwoord was. Als het Marshall Plan alsnog aangenomen was, had de Sovjet-Unie mogelijk financieel voordeel kunnen behalen.
Het is echter maar de vraag of de Verenigde Staten in het geval dat de Sovjet-Unie het Plan gesaboteerd had, niet een nieuw hulpprogramma hadden opgesteld. Gezien de bijna symbolisch te noemen uitnodiging aan de Sovjet-Unie en Oost-Europa en het gemak waarmee het Marshall Plan doorgezet werd voor West-Europa, nadat de Sovjet-Unie en Oost-Europa zich hadden teruggetrokken, is het de vraag of de Verenigde Staten zich hadden laten dwarsbomen in hun poging West-Europa te redden.
{mospagebreak}
Conclusie
Het Marshall Plan werd door de Verenigde Staten gelanceerd in 1947, met als belangrijkste doelen het herstellen van de politieke stabiliteit en de bevordering van toekomstige vrede in Europa, het verwerven van politieke invloed, het tegengaan van communistische revoluties en het vergroten van de Amerikaanse afzetmarkt. Echter door deelname aan het Marshall Plan ook aan de Sovjet-Unie en de landen van Oost-Europa aan te bieden, ontstond een moeilijke situatie: wat zou er met het Marshall Plan gebeuren als zij werkelijk tot deelname besloten?

Van Sovjetzijde wist men aanvankelijk niet wat men aan moest met het Marshall Plan; was het een buitenkans om Westerse valuta binnen te slepen of een valstrik van de ideologische aartsvijand van het communisme? Na advies te hebben ingewonnen besloot Molotov naar de onderhandelingen in Parijs te gaan om een gerichter idee te krijgen met betrekking tot de bedoelingen van de Verenigde Staten met het Marshall Plan. Tsjecho-Slowakije en Polen werden aangemoedigd ook deel te nemen, zodat de Sovjet-Unie een machtsblok kon vormen tegenover het Westen. Molotov probeerde de onderhandelingen naar zijn hand te zetten, maar zijn plannen werden afgekeurd door Bevin en Bidault. Toen voor Molotov bleek dat hun standpunten onverenigbaar waren, protesteerde hij hevig dat het Marshall Plan de soevereiniteit van de Europese landen aantastte, een scheiding binnen Europa bevorderde en niet bijdroeg tot het opzetten van een centrale regering in Duitsland; de Sovjet-Unie verliet de conferentie, en dwong Tsjecho-Slowakije en Polen de onderhandelingen ook te staken.

Op de achtergrond hebben andere overwegingen een rol gespeeld; de belangrijkste motieven die meegespeeld hebben bij de afwijzing van het Marshall Plan waren dat de economische en financiële gegevens niet vrijgegeven konden worden omdat die al jaren vervalst werden en dat de strategische positie van de Sovjet-Unie zou kunnen worden aangetast als bekend werd dat het land er economisch slecht voorstond.

Aanvankelijk werden Tsjecho-Slowakije en Polen nog aangemoedigd om, ondanks dat de Sovjet-Unie zich had teruggetrokken uit de onderhandelingen, de besprekingen te blijven bijwonen; zij konden zo de Westerse plannen dwarsbomen en proberen nog meer landen van hun gelijk te overtuigen.
Plotseling besloot de Sovjetleiding, dat deelname van de Oost-Europese landen toch niet in het belang van de Sovjet-Unie was. Omdat de Sovjet-Unie grote invloed bezat in heel Oost-Europa en de Oost-Europese landen niet volledig op Westerse steun aangewezen wilden zijn, moesten Tsjecho-Slowakije en Polen uiteindelijk de plannen wijzigen en de toezegging voor deelname aan de vervolgbesprekingen intrekken. De politieke druk, die, zo wisten alle partijen, zo nodig ondersteund zou worden door tankdivisies, bleek te sterk voor de Oost-Europese landen.

In feite hebben de Verenigde Staten met het Marshall Plan een stap gezet richting een ontwikkeling, die zij met het Marshall Plan juist wilde voorkomen: de deling van Europa.
West-Europa ontving een aanzienlijke financiële bijdrage voor de wederopbouw, maar werd hiermee politiek en ideologisch gebonden aan de Verenigde Staten. De Oost-Europese landen weigerden, zoals gezegd onder druk, de Marshallhulp, en vormden hierdoor het tweede blok: het Sovjetblok. Door de hulp van de Verenigde Staten te weigeren, zwoeren de landen van Oost-Europa trouw aan de Sovjet-Unie.

Het feit dat de Verenigde Staten en de landen van West-Europa niet geprobeerd hebben, de Oost-Europese landen op andere gedachten te brengen, toen zij uiteindelijk de eerder gedane toezeggingen introkken, is een aanwijzing in de richting van acceptatie van deze deling van Europa.

De weigering van het Marshall Plan door de Sovjet-Unie en de landen van Oost-Europa betekende op korte termijn dat het grootste herstelprogramma van Europa tot nu toe, het Marshall Plan, zonder directe nadelige politieke consequenties toegespitst kon worden op West-Europa, zoals eigenlijk altijd de bedoeling geweest was. Op de lange termijn heeft het Marshall Plan bijgedragen tot het ontstaan van de op politiek-ideologische tegenstellingen gebaseerde machtsstrijd tussen twee supermachten, de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie: de Koude Oorlog.
{mospagebreak}
Literatuurlijst
-Berend, Ivan T., Central and Eastern Europe, 1944-1993: detour from the periphery to the periphery (Cambridge e.a. 1996)

-Carlyle, M. (ed.), Documents on international affairs 1947-1948 (Londen en Oxford 1952)

-Donaldson, Robert H. en Nogee, Joseph L., The foreign policy of Russia: changing systems,
enduring interests. (New York e.a. 1998)

-Dunbabin, J.P.D., International relations since 1945: a history.The Cold War: the great powers and their allies (Londen e.a. 1994)

-Feis, Herbert, From trust to terror. The onset of the Cold War, 1945-1950 (New York 1970) 225-264

-Gori, Francesca en Pons, Silvio (ed.), The Soviet Union and Europe in the Cold War, 1943-53 (Hampshire e.a. 1996) 208-221

-Grosser, Alfred, The western alliance: European-American relations since 1945 (Londen e.a. 1980) 59-95

-Havenaar, Ronald, Van Koude Oorlog naar nieuwe chaos (1939-1993) (Amsterdam 1993) 66-71

-Hogan, Michael J., The Marshall plan: America, Britain and the reconstruction of Western Europe, 1947-1952 (Cambridge 1987)

-Lieshout, Martijn van, "De "bedreiging" van het Marshallplan. Het Russische wantrouwen tegenover het Europese herstelprogramma.", Skript 1 (1988) 3-13

-Loth, Wilfried, Die Teilung der Welt 1941-1955 (München 1980)

-Milward, Alan S., The reconstruction of Western Europe 1945-1951 (Berkeley e.a. 1984)

-Pollard, Robert A., Economic security and the origins of the Cold War, 1945-1950 (New York 1985) 133-167

-Taubman, William, Stalin"s American policy: from entente to detente to Cold War (New York 1982)

-Ulam, Adam, Expansion and coexistence: Soviet foreign policy 1917-1973 (New York 1968)

-U.S. Department of State, Foreign relations of the United States (FRUS), 1947 vol.2 en 3 (Washington 1972)

-Cold War International History Project (http://cwihp.si.edu/):

-Scott D. Parrish en Mikhail M. Narinsky, Working Paper #9: New evidence on the Soviet rejection of the Marshall Plan, 1947: Two reports

Bericht geplaatst in: artikel