NEDERLANDSE SOLIDARITEIT MET CUBA

Geplaatst op 12 januari 2004 door Jerrol Renfurm
De Cubaanse revolutie inspireerde de bevrijdingsbewegingen in de Derde Wereld en sprak in de jaren zestig en daarna tot de verbeelding van linkse groeperingen in de Westerse wereld.
Inleiding
De Cubaanse revolutie was een radicale ingreep in de machtsverhoudingen in de wereld. Bijna kwam het vanwege Cuba tot een wereldoorlog tijdens de rakettencrisis in 1962. De Cubaanse revolutie inspireerde ook de bevrijdingsbewegingen in de Derde Wereld en sprak in de jaren zestig en daarna tot de verbeelding van linkse groeperingen in de Westerse wereld.

Er is in Nederland altijd grote betrokkenheid geweest bij Cuba. Van 1961 tot 1971 heeft Maria Snethlage zich ingezet om via het Cuba-bulletin informatie over het revolutionaire proces door te geven. In 1968 werd daarnaast Het Comité van solidariteit met Cuba opgericht, door een groep kunstenaars, schrijvers en intellectuelen, die dat jaar naar het culturele congres in Havana was geweest. Hieraan namen bekende Nederlanders deel. Onder hen bevonden zich de voorzitter van het Comité Harry Mulisch, penningmeester Jaap van Ginneken, componist Peter Schat en journalist van de Groene Amsterdammer, Wouter Gortzak. Doel van het Comité was om Cuba, dat door de Verenigde Staten gewurgd werd, als een paradijs weer te geven. De leden wilden bereiken dat er handels-en culturele betrekkingen met Cuba tot stand zouden komen. In 1974 werd de solidariteitsvereniging Venceremos opgericht, die ook een blad uitgaf, Cuba Libre. De vereniging beoogde de toenadering te bevorderen tussen het Nederlandse en het Cubaanse volk. Het blad zou uitsluitend informatie verschaffen uit Cubaanse nieuwsbronnen, om op die manier weer te geven hoe de Cubanen zelf over hun revolutie dachten. De vraag is hoeverre deze vooraanstaande Nederlanders zich na de Koude Oorlog gedistantieerd hebben van hun vroegere liefde voor Cuba.
 
Aantrekkingskracht
In Nederland was veel sympathie voor de Cubaanse revolutie. Verschillende aspecten van de revolutie hadden aantrekkingskracht op Nederlandse intellectuelen. De dood van Che GuevaraChe Guevara op 8 oktober 1967 heeft op veel jongeren in de wereld grote indruk gemaakt en de belangstelling voor Latijns-Amerikaanse bevrijdingsbewegingen gewekt. De helden van de revolutie, Che en Castro, spraken tot de verbeelding van veel jongeren. Hun uitspraken en handelingen verkregen grote populariteit. De Cubaanse revolutie werd, juist vanwege Che en Castro, geromantiseerd. “Fidel heeft tenslotte de revolutie uitgevonden. Hij heeft het gemaakt, hij is de vader des vaderlands" , aldus Mulisch.

De Nederlandse solidariteit met Cuba kwam ook voort uit de weerstand van jongeren tegen hun eigen samenleving. Ze waren zeer kritisch tegen de maatschappelijke orde in hun eigen maatschappij, met inbegrip van het bondgenootschap met de Verenigde Staten (VS). Ook op de post-koloniale orde werd heftige kritiek geuit. Jongeren vonden het rechtvaardig dat een land als Cuba zich daaraan probeerde te ontworstelen. Cuba werd gefrustreerd en tegengewerkt door de VS, onze bondgenoot. Om de Cubaanse ontworsteling tegen te werken legde de VS Cuba onrechtvaardige sancties op. Cuba trok de aandacht van velen, omdat het zich keerde tegen het kapitalisme. Het land was een voorbeeld voor de derde wereld, dat het ernaar streefde een einde te maken aan de afhankelijkheidsrelaties met het kapitalistische westen.
In linkse kringen dachten velen dat de Cubaanse revolutie een revitalisering van het socialisme zou betekenen. Zij hadden het idee dat er in Cuba een nieuwe mens aan het ontstaan was, die geeft naar bekwaamheid en ontvangt naar behoefte. Een mens die in zichzelf de hoogste vorm is van de revolutie en radicaal vastbesloten is om de samenleving voortdurend te veranderen. Wat veel mensen die Cuba bezochten aantrok was het ontbreken van hiërarchie in die samenleving. Iedereen werd als gelijke beschouwd en behandeld. Volgens de bewonderaars was de Cubaanse revolutie een optimistische en gaf ze blijk van vertrouwen in de mens. De Cubaanse regering voerde, eenmaal aan de macht, een aantal sociale hervormingen door die noodzakelijk waren om een begin te maken met het verwezenlijken van een plezierig leven voor alle Cubanen. De sociale hervormingen maakten Cuba tot het enige Latijns-Amerikaanse land waar iedereen kon lezen en schrijven.

Opkomst en neergang van de solidariteit
Tussen 1967 en 1971 was de solidariteit met Cuba in Nederland het grootst. Toen Maria Snethlage in 1961 met het Cuba-bulletin begon was er nog geen sprake van een solidariteitsbeweging met Latijns-Amerika. Het bulletin heeft lange tijd als enige de informatie over Latijns-Amerika verzorgd, met steeds speciale aandacht voor Cuba. Vanaf 1967, toen steeds meer Nederlanders Cuba bezochten, nam de solidariteit toe. Zij brachten de Cubaanse revolutie naar Nederland door hun publicaties en de opera van Peter Schat, Reconstruction, en wisten meer mensen te overtuigen van de geweldige veranderingen in Cuba. Mulisch schreef in 1968 Het woord bij de daad, waarin hij zijn getuigenis schetste van de revolutie in Cuba. De studentenbeweging en het verzet tegen de oorlog in Vietnam groeiden, alsmede het verzet tegen de VS. De toenemende sympathie voor Cuba had te maken met het communisme dat anders was dan dat in de Sovjet-Unie en met Castro, die fel tegen de Amerikanen in durfde te gaan.

In 1968 werd de solidariteit met Cuba een stuk ambivalenter. Dit werd veroorzaakt door de Russische inval in Praag en de manier waarop Castro daar steun aan gaf. De Tsjechen wilden uitgebreide handelsbetrekkingen met West-Duitsland en verzochten de VS, de Tsjecho-Slowaakse tegoeden in de VS te deblokkeren. Castro wees op het tot stand komen van deze contacten en vond dat Tsjecho-Slowakije daarmee op weg was naar een totstandkoming van een contrarevolutie. Het creëren van betere handelsbetrekkingen betekende niet dat het Tsjecho-Slowaakse socialisme perse uitgeleverd werd aan het Amerikaanse imperialisme, volgens de aanhangers. Ondanks het optreden van Castro in deze kwestie, begrepen de sympathisanten zijn steun voor het Russische optreden. Op de vraag of het optreden van Castro de houding van de sympathisanten veranderde schreef Wouter Gortzak in de Groene Amsterdammer: “Dat is geenszins het geval. Zijn houding en visie worden mede veroorzaakt door het extreme isolement waarin Cuba zich bevindt. Wanneer men zich in Castro"s positie zou verplaatsen en zich zou realiseren dat de steun van de Sovjet-Unie bij de bevrijding van de Derde Wereld noodzakelijk was, zou men begrijpen dat hij zich aan de kant van de Russen schaarde" , aldus Gortzak. Ondanks deze affaire bleef de solidariteit met Cuba in Nederland toenemen. De enorme schaarste in Cuba, de lange rijen voor winkels en de verwaarlozing van het land werden door de aanhangers goedgepraat door Cuba veelvuldig te vergelijken met de rest van Latijns-Amerika. In Cuba was er geen analfabetisme en de mensen hadden het er beter dan in andere Latijns-Amerikaanse landen.

Eind 1971 werd het laatste Cuba bulletin gepubliceerd, omdat Maria Snethlage, de drijvende kracht achter het blad, het werk niet meer alleen aankon. Zij was toen 74 jaar oud. Daarmee kwam in feite een einde aan het initiatief van solidariteit van zoveel vooraanstaande Nederlanders.

Kentering en terugblik 1996
In mei 1971 vond bovendien de affaire-Padilla plaats, die een echte test werd voor de solidariteitsbeweging. De Cubaanse dichter Heberto Padilla werd op 22 mei 1971 gevangen genomen op verdenking van contrarevolutionaire publicaties. Hij zorgde van binnen uit voor kritiek op het Cubaanse beleid en zou verklaard hebben dat hij voor Cuba ongunstige informatie had verstrekt. Castro verklaarde dat de arrestatie op zijn persoonlijke aanwijzing was gebeurd. De verbijstering werd nog groter toen Castro zelf de beschuldigingen overnam en de westerse kritische sympathisanten fel aanviel en aankondigde dat ze Cuba niet meer in zouden komen. Deze affaire zorgde voor een kentering in de bewondering voor Cuba bij veel vooraanstaande Nederlanders.

In 1996 keken enkele vooraanstaande Nederlanders terug naar de periode dat zij een grote liefde voor Cuba kenden. Peter Schat stak zijn hand in eigen boezem toen hij vertelde dat hij en zijn vrienden niet bijzonder veel hadden gedaan ter ondersteuning van de Cubaanse revolutie. Wouter Gortzak vond de affaire een grote teleurstelling. Gortzak had zijn idealisme al achter zich gelaten. Over de affaire zei hij: "Ja god, en dan ebt Cuba zo langzaam aan weer weg en dan ga je je met andere dingen bezighouden". Ook Jaap van Ginneken brak met Cuba. Hij had zelfs toen nog de neiging om het in geschriften en in het openbaar voor Cuba op te nemen. “Maar", zei hij zelf, "privé begon ik toen al heftig te twijfelen". Alleen Harry Mulisch bleef solidair met Cuba. Mulisch had al eens eerder aangegeven dat kritiek op Cuba hem weinig of niets interesseerde. “Wat Fidel doet is welgedaan", aldus Mulisch. Hij heeft de affaire-Padilla volstrekt goedgepraat, volgens Gortzak. In zijn brochure, Over de affaire Padilla, stelde hij zich in 1971 vierkant op achter het Cubaanse beleid. Daarmee kwam in feite een einde aan het initiatief van solidariteit van zoveel vooraanstaande Nederlanders. De solidariteit met Cuba was na 1971 over zijn hoogtepunt.

Venceremos
Toch bleef de solidariteit met Cuba in Nederland bestaan. In 1974 werd de solidariteitsvereniging Venceremos opgericht. Er werden werkbrigades opgericht om het contact tussen het Nederlandse en Cubaanse volk te verbeteren. Veel studenten en afgestudeerden gingen via deze vereniging naar werkbrigades in Cuba. Door solidair met Cuba te zijn maakten ze deel uit van de internationale revolutionaire beweging.

De vereniging raakte al snel in een identiteitscrisis, mede doordat er verschillende meningen waren over hoe de revolutie geïnterpreteerd moest worden. Daar kwam bij dat er altijd werd ontkent dat er politieke gevangenen op Cuba waren. In 1978 brak Castro het stilzwijgen over de gevangenen. Het zou gaan om 15000 gevangenen, waarvan er 3000 volgens Amnesty International om hun politieke ideen vastzaten.Venceremos had haar beste tijd aan het begin van de jaren `80 eigenlijk al gehad. Het regime van Castro had zijn elan verloren. De kritiek op Cuba nam toe en het onaantastbare imago van de Cubaanse revolutie brokkelde af. Binnen de vereniging ontstond er discussie over hoe men de gebeurtenissen in Cuba moest presenteren in Nederland. Aan de ene kant waren er mensen die de gebeurtenissen kritisch wilden benaderen en aan de andere ware er die geen kritiek op het regime in Cuba dulden. Van binnenuit mocht er dus ook geen kritiek geleverd worden. Daar kwam bij dat Castro het geweld op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking goedpraatte. Uiteindelijk stelde het bestuur van Venceremos voor de vereniging in 1989 op te heffen.

Slot
Begin jaren zestig was er in Nederland weinig solidariteit met de Cubaanse revolutie. Pas vanaf 1967 nam de solidariteit enorm toe, doordat vooraanstaande Nederlanders de revolutie verdedigden en romantiseerden. Zij waren erg ingenomen door de ontwikkelingen op het eiland, dat een paradijs leek in hun visie. Maar al snel kwamen daar omslagen in. Vrijwel alle participanten distantieerden zich van Cuba en het bewind. Alleen Harry Mulisch week daarin af van de rest. In 1996 zei hij; “Kijk, je bent solidair of niet. Ik ben geen spijtoptant". En daarmee blijft de solidariteit met Cuba in Nederland toch een beetje voortbestaan.

Bericht geplaatst in: artikel