WERDEGANG VAN HET BEGRIP SOEVEREINITEIT

Geplaatst op 1 januari 2005 door Jerrol Renfurm
Landen leveren soms een deel van hun soevereiniteit in als zij aan een internationale organisatie deelnemen. De regels binnen een organisatie kunnen bindend zijn als de lidstaten ze goedkeuren.
Soevereiniteit Versus Mensenrechten
Souverainete; Oorspronkelijk betekende de Franse term hetzelfde als absolute macht, exclusieve bevoegdheid tot uitoefening van publiekrechtelijk gezag en niet-onderworpenheid aan de macht van een ander. Soeverein was in de 16de eeuw niet alleen de koning, maar waren ook zijn vazallen. Bij de toenemende macht van de koning heette alleen hij nog soeverein. Dit was ook de bedoeling van Jean Bodin. Hij gebruikte het begrip om de macht van de koning over de rebellerende vazallen te rechtvaardigen. Soevereiniteit moest drie eigenschappen bezitten. Ten eerste ondeelbaarheid, daar er in oorsprong maar een hoogste gezag kon zijn. Oorspronkelijkheid, omdat de hoogste macht niet afgeleid kon zijn van een hogere macht en tenslotte onbeperktheid, dat er geen hoger gezag is dat haar zou kunnen beperken. Hierdoor had de doctrine van de soevereiniteit een enorme impact op de ontwikkelingen binnen en tussen staten. De soeverein is geen verantwoordelijkheid schuldig aan iemand en niet gebonden aan welke wetten dan ook. Bodin zelf stond niet achter deze interpretatie. Hij wees er juist op dat de soeverein respect voor zijn bevolking moest tonen.Thomas Hobbes was tot de idee gekomen dat de soeverein geïdentificeerd moest worden met macht in plaats van recht. Hij pleitte voor een absoluut- soevereine staatsmacht, ter voorkoming van een burgeroorlog.

De theorieën van Locke, aan het eind van de 17de eeuw, en Rousseau, in de 18de eeuw, leidde tot de ontwikkeling van de doctrine van de volkssoevereiniteit. De wil van het volk werd de enige en onbeperkte bron van het staatsgezag en daarmee ook van het door de staatsorganisatie geformuleerde recht beschouwd. Deze doctrine hangt samen met die van het sociaalcontract, zoals die vooral door Rousseau als reactie op het absolutisme van de vorsten is ontwikkeld en was de grondslag van de door de Franse Revolutie geschapen instellingen. Na de Franse Revolutie kende men de soevereiniteit, toe aan het volk.

In het begin van 19de eeuw, introduceerde Carl Ludwig von Haller een theorie die vooral door Duitse staatsrechtgeleerden is ontwikkeld en krachtens welke de soevereiniteit aan de staat, als abstract gedacht persoon toekomt. Aan deze behoort de volledige macht over zijn onderdanen en hij is het die recht schept. In het internationale recht speelt soevereiniteit van staten nog een belangrijke rol. Dit komt tot uitdrukking in het beginsel van de soevereine gelijkheid van staten, dat een hoeksteen vormt van betrekkingen tussen staten zowel binnen als buiten het kader van de internationale betrekkingen.

NAVO schend soevereiniteit
Landen leveren soms een deel van hun soevereiniteit in als zij aan een internationale organisatie deelnemen. De regels binnen een organisatie kunnen bindend zijn als de lidstaten ze goedkeuren. In dat geval zijn er dus wetten ontwikkeld buiten het soevereine grondgebied, die binnenlandse effecten kunnen hebben. Met de aanvaarding van de Universele verklaring van de rechten van de mens in 1948 werden, als het ware, landen verplicht deze rechten niet te schenden.

Tegenwoordig is er in het Westen een consensus ontstaan dat schendingen van mensenrechten ontoelaatbaar zijn, en dat de mensenrechten hoger worden aangeslagen dan soevereiniteit. Dit blijkt duidelijk uit de militaire interventie van de NAVO in voormalig Joegoslavië. Het Westen kon niet langer meer toekijken hoe de fundamentele rechten van de mens werden geschonden. Deze oorlog werd gevochten om een humanitaire reden en voor bevordering van de mensenrechten. Kosovo trok niet de aandacht van het Westen vanwege strategisch of economisch belang en daarom werd de Veiligheidsraad van de VN genegeerd en werd de soevereiniteit van Joegoslavië geschonden. Door de militaire interventie van de NAVO werd er een halt toegeroepen aan het etnisch geweld. Aan de consensus in het Westen moet niet teveel waarde worden gehecht, daar er voorbeelden zijn dat er niet geïntervenieerd werd, zoals Rwanda en Tsjetsjenië.

Wereld opinies
Voordat de NAVO overging tot militaire interventie werd goed overwogen of het wel juridisch mogelijk was. Deze overweging staat bekend als de vraag of mensenrechten wel of niet prevaleren boven soevereiniteit van staten. Eerst zal ik de opinies van de voorstanders van deze stelling analyseren en daarna die van de tegenstanders, om tot slot er een eigen mening van te geven.

Prof. Michael Joseph Smith is de mening toegedaan dat mensenrechten prevaleren boven soevereiniteit. Dit zegt hij naar aanleiding van het Kosovo conflict. Hij is van mening dat er een algemene consensus is ontstaan, de legitimiteit van soevereiniteit als staatsvorm wordt uitgedaagd door de mensenrechten. Volgens Smith is er een einde gekomen aan het Westfaalse systeem van nationale soevereiniteit en dat daarvoor in de plaats een nieuw systeem komt gebaseerd op universele mensenrechten. Tot deze conclusie is Smith gekomen via Kant, die vond dat het systeem van soevereiniteit niet zou kunnen opboksen tegen mensenrechten en de nieuwe instituties die deze rechten waarborgen. Smith vindt dat soevereiniteit haar legitimiteit als regeringsvorm heeft verloren. Er zijn volgens hem legitieme en niet legitieme staten. Servië is een niet legitieme stat die dus geen claim op soevereiniteit mag leggen. Smith vindt de mensenrechten wel legitiem en universeel, dus prevaleren ze boven de nationale soevereiniteit.

Gaat humaniteit boven mensenrechten? Deze vraag wordt bevestigend beantwoord door Prof. Flinterman. Hij komt tot de conclusie dat het internationale recht en het soevereiniteitsbeginsel gemoderniseerd zijn en dat de balans doorslaat naar mensenrechten. Verder vindt hij dat het internationale recht bepaald hoe staten hun nationale rechtsmacht en nationale bevoegdheden in dienst dienen te stellen ter bevordering van de mensenrechten. Staten delen die verantwoordelijkheid met de internationale gemeenschap en ze mogen elkaar over en weer daarop wijzen, dit systeem zal volgens Flinterman in de toekomst verder worden uitgebouwd.

Op de vraag of andere staten ook militair mogen ingrijpen als de veiligheidsraad het afkeurt, durft hij geen antwoordt te geven. Minister van Buitenlandse Zaken, van Aartsen geeft daar wel antwoord op. Hij is ten eerste van mening dat: “ Human rights now outrank sovereignty". Het is volgens hem de taak van staten massale schendingen van de mensenrechten tegen te gaan. Hij geeft voorkeur aan militaire interventie met een mandaat van de veiligheidsraad, maar zegt dat het ook zonder een mandaat van dat orgaan zou moeten gaan. Er zou volgens hem een systeem gecreëerd moeten worden om tot interventie over te gaan. Volgens de minister moeten de factoren geëvalueerd worden en zouden er duidelijke richtlijnen ontworpen moeten worden en het publiek moet op de hoogte gebracht worden wat er gaat gebeuren tijdens en na de interventie.

De tegenstanders van de stelling laten andere geluiden horen. De Aziatische krant The Island is van mening dat er sprake is van soevereiniteit versus mensenrechten als het Derde Wereldlanden betreft en als er niet te veel risico op het spel staat. Zo komt de krant tot de conclusie dat daardoor niet militair is ingegrepen in Tsjetsjenië.

De Chinese mensenrechten medewerker Zheng Hangsheng gruwt bij de gedachte dat mensenrechten belangrijker zijn dan de soevereiniteit. Hij is de mening toegedaan dat de VS/NAVO de mensenrechten gebruiken om hun agressie te rechtvaardigen. De VS zou door het toepassen van deze gedacht haar hegemoniale streven te camoufleren. Zheng vindt dat de VS/NAVO met het militaire ingrijpen om een "humanitarian disaster te voorkomen, er juist een creëren. Met de idee van mensenrechten boven soevereiniteit, kunnen de VS/NAVO interveniëren in de binnenlandse aangelegenheden van een land, dus soevereiniteit schaden, en daar ook geweld bij gebruiken. Hij is ervan overtuigd dat pas wanneer de soevereiniteit is vergaard de mensenrechten bevorderd kunnen worden.

Paul Treanor beargumenteerd in zijn essay Why human rights are wrong, dat mensenrechten een middel zijn om kolonialisme en onderdrukking te rechtvaardigen. Er is volgens hem geen morele basis voor militaire interventies als de rechten van de mens ergens worden geschonden. Dat de mensenrechten repressief werken beargumenteerd hij door te zeggen dat mensenrechten geen element van tevredenheid beschikken en dat ze per definitie autoritair van karakter zijn. Treanor is van mening dat de Universele verklaring van de rechten van de mens geen basis heeft. Hij komt tot deze conclusie door zich af te vragen wat de wereld toen was. Veel landen waren nog een kolonie, dus werd er voor hen gekozen wat goed was, en er werd geen verkiezing of referendum gehouden, dus de rechten zijn de mensheid opgelegd. Mensenrechten zijn dus een klassieke politieke ideologie om mensen te onderdrukken.

Jeffrey Whitman vindt dat militaire interventie een grove schending van staats-soevereiniteit is en dat mensen beperkt worden in hun ontwikkeling, namelijk die van zelf determinatie. Vanwege deze samenhang komt hij tot de conclusie dat militaire interventies nooit de mensenrechten bevorderen. Respect voor soevereiniteit en zelf determinatie streven dit doel wel na.

Ontwikkeling naar eigen wende
De Universele verklaring van de rechten van de mens zijn het gevolg geweest van de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog. Massaal vonden er mensenrechtenschendingen plaats en er was een consensus in de wereld ontstaan om dit nooit meer te laten gebeuren. Ik ben het er persoonlijk mee eens dat mensenrechten nageleefd moeten worden door de gehele wereldgemeenschap. Wat nu als een staat een deel van de bevolking etnisch probeert te zuiveren en dat ook daadwerkelijk doet? Moet de soevereiniteit van dat land geschonden worden? Als zoiets plaatsvindt ben ik voorstander van een militaire interventie als deze alleen goedgekeurd wordt door de veiligheidsraad teneinde het geweld te stoppen. Dit moet in mijn opinie niet buiten de veiligheidsraad om gebeuren, omdat het een vrijbrief kan betekenen voor andere staten om lukraak te interveniëren.

Ik ben verder van mening dat militaire interventie teneinde mensenrechten schendingen te stoppen niet kan verhelpen dat de schendingen in de toekomst weer kunnen voorkomen. Een staat die, doormiddel van een onafhankelijkheidsstrijd haar soevereiniteit heeft verworven, zal via zelf beschikking proberen de mensenrechten te bevorderen. Was het niet Thomas Hobbes die pleitte voor een absolute staatsmacht, om een burgeroorlog te voorkomen. De staatsmacht zal via verschillende manieren de natie te vormen. Een mogelijkheid is het monopolie op geweld te verzekeren. Dit kan gepaard gaan met geweld en zou er geen militaire interventie moeten plaatsvinden, omdat het natievorming tegen werkt. Interventie zal de zelfbeschikking en bevordering van mensenrechten in dat land beperken. Door interventie is een ontwikkeling naar eigen wende niet mogelijk.

Bericht geplaatst in: artikel