WILLEM DREES (1886-1988)

Geplaatst op 1 januari 2005 door Klaas Kornaat en Reinard Maarleveld
"De grote financiële problemen (...) hebben mij natuurlijk doen begrijpen dat bijvoorbeeld een weduwen- en wezenpensioen bittere noodzaak was"
Willem Drees werd op 5 juli 1886 geboren in Amsterdam. Zijn vader, werkzaam bij de Twentsche Bank, overleed toen Willem vijf jaar oud was. Hoewel het gezin, mede dankzij de steun van een bemiddelde oom, niet meteen tot pure armoede verviel, was zuinigheid en soberheid geboden. "De grote financiële problemen (...) hebben mij natuurlijk doen begrijpen dat bijvoorbeeld een weduwen- en wezenpensioen bittere noodzaak was" (Jansen Van Galen, 18). Daarnaast beseft hij dat alleen hard werken hem verder kan brengen: "ik moet altijd mijn best doen." (Huis en Steenhorst, 8)

Hartstochtelijk maar gematigd
Het gezin was protestants en Oranjegezind, maar de sympathieën van de jonge Drees gingen al vroeg uit naar de socialisten. In 1904 woonde hij als achttienjarige SDAP-er het congres van de Socialistische Internationale in Amsterdam bij. Het socialisme was in die dagen nog een revolutionaire, anti-burgerlijke en anti-christelijke beweging. Maar hoewel Drees ook werd geïnspireerd door de hartstochtelijke socialistische heilspoezie van Gorter en Henriëtte Roland Holst, koos hij vanaf het begin voor een gematigde opstelling. In 1918 wees hij de revolutiepoging van SDAP-leider Troelstra zonder meer af. De socialistische samenleving moest door middel van een stembusoverwinning worden gerealiseerd. Samenwerking met de burgerlijke partijen was noodzakelijk.


t Engeltje van Barmhartigheid
Na een opleiding aan de Openbare Handelsschool en een kort dienstverband bij de Twentsche Bank werd Willem Drees stenograaf bij de Amsterdamse gemeenteraad en de Tweede Kamer (1907). Zijn leven lang waren stenografische aantekeningen, gecombineerd met een formidabel geheugen, voorname wapens in het politieke debat. Met zijn benoeming tot bestuurslid van de SDAP-afdeling Den Haag, in 1910, begon een langdurige politieke carrière: gedurende vele jaren was hij voorzitter van de Haagse afdeling, gemeenteraadslid, wethouder en lid van Provinciale Staten. Als wethouder van Sociale Zaken kon hij maatregelen nemen op terreinen die hem na aan het hart lagen: verbetering van de hulpverlening aan armen, zieken, bejaarden en werklozen. In de jaren twintig had Drees op dat gebied in Den Haag al een naam opgebouwd getuige de prent hiernaast: "t Engeltje van Barmhartigheid".


W. Drees. Wethouder Sociale Aangelegenheden.
Ton van Tast in "De Haagsche Gemeenteraad. Caricatuur Portretten" . Uitgave Artistiek Weekblad "De Hofstad" (April 1921). Overgenomen uit Dr. W. Drees in caricatuur.


De SDAP wordt regeringspartij
Gaandeweg was een kentering ontstaan in de opvatting dat socialisten, als doodsvijanden van de burgerlijke democratie, nooit regeringsverantwoordelijkheid zouden mogen dragen. Het succesvolle optreden van Drees in Den Haag droeg ongetwijfeld bij aan het inzicht dat de SDAP ook degelijke bestuurders kon leveren. Ook in andere opzichten toonde de SDAP een nieuw gezicht. Zo woonden SDAP-kamerleden vanaf 1933 de opening van de Staten-Generaal bij en werden koninklijke onderscheidingen door socialisten niet langer categorisch geweigerd. In 1939 trad fractievoorzitter Albarda toe tot het kabinet "op brede basis" van De Geer. In zijn plaats werd Willem Drees nu leider van de SDAP in de Tweede Kamer.

Bezetting
Drees legde gedurende de Bezetting de basis voor zijn in de jaren vijftig algemeen erkend politiek leiderschap. Vanaf het begin was hij tegen elk compromis met de Duitsers. In oktober 1940 werd hij, samen met andere vooraanstaande Nederlanders, geïnterneerd in het concentratiekamp Buchenwald. De politieke en intellectuele elite die daar verzameld was kreeg overigens van de Duisters alle vrijheid om te schrijven, lezingen te geven en van gedachten te wisselen over de toekomst van het vaderland. Na zijn vrijlating in oktober 1941 trad Drees onmiddellijk toe tot het verzet. In verschillende verzetsorganisaties speelde hij onder diverse schuilnamen een vooraanstaande rol

Minister en premier (1945-1958)
Uiteindelijk werd hij in mei 1945 door Wilhelmina gevraagd samen met Schermerhorn een kabinet te formeren. In dat eerste naoorlogse kabinet werd Drees, naast vice-premier, minister van Sociale Zaken. Ook in het kabinet Beel (1946 - 1948) stond Drees aan het hoofd van dit ministerie. In 1947 nam de Tweede Kamer met algemene stemmen zijn wetsontwerp Noodvoorziening voor ouden van dagen aan. Deze pensioenregeling vormde de basis voor de latere Algemene Ouderdoms Wet (AOW) van minister Suurhoff (1957). Het leverde Drees een ongekende populariteit op bij de oudere kiezers, terwijl de Nederlandse taal verrijkt werd met de uitdrukking "van Drees trekken".

 

 
 
"Dank je wel, Drees!" (illustratie uit "Met Volle Zeilen",
december 1946). Overgenomen uit Dr. W. Drees in caricatuur.
 
Van 1948 tot 1958 was Drees premier van vier verschillende kabinetten. De KVP was steeds de voornaamste coalitiepartner. Vooral met de invloedrijke KVP-er Beel kon Drees het goed vinden. Als minister-president was hij een uitstekend voorzitter van de ministerraad. Zijn enorme dossierkennis en fabelachtig geheugen maakten hem tot deskundige op vrijwel elk beleidsterrein. Tijdens zijn premierschap klom Nederland langzaam omhoog uit het dal. De wederopbouw vorderde en het welvaartsniveau steeg. Voor de communisten was Drees de man die enerzijds miljoenen in leger en vloot pompte ten bate van een koloniale oorlog in Indonesie en tegelijkertijd de bevolking liet weten dat er helaas geen geld was voor de bouw van huizen.

Het Mariakaakje
De Amerikaanse Marshallhulp droeg belangrijk bij aan het herstel van de economie. Legendarisch is het verhaal van het bezoek van de Amerikaanse Marshall-onderhandelaar Harriman aan Beeklaan 502, de rijtjeswoning van Drees in Den Haag. In de gashaard brandden slechts twee van de vijf staafjes en bij de thee kreeg de hoge buitenlandse gast een Mariakaakje gepresenteerd. "Ik heb het al gezien, een land waarvan de premier zo zuinig leeft is onze hulp ten volle waard", rapporteerde Harriman vervolgens aan de ambassadeur (Jansen Van Galen, 129).
Binnen de PvdA maakte zich men wel eens zorgen over de weinig dynamische uitstraling van Drees. In een verkiezingsbrochure van 1956 achtte men het dienstig de minister-president liggend in de duinen af te beelden. Vanzelfsprekend geheel gekleed.

 

CPN verkiezingspamflet 1948 tegen de regering Drees. Verzameling Klaas Kornaat
 
 
De Indonesische kwestie
Behalve de wederopbouw domineerde van 1945 tot 1949 de kwestie Indonesië de binnenlandse en buitenlandse politiek. Drees was als socialist tegenstander van het kolonialisme en voorzag (zoals veel gematigd linkse politici) een geleidelijke overgang naar zelfstandigheid van Nederlands-Indië. Het uitroepen van de Indonesische Republiek door Soekarno in augustus 1945 doorkruiste deze ontwikkeling. Het kabinet Schermerhorn-Drees weigerde met Soekarno te onderhandelen omdat deze als collaborateur werd gezien en als mede-verantwoordelijk voor de dood van duizenden in de Japanse kampen. Daarnaast was het eenheidsstreven van de Republikeinen onaanvaardbaar. De Nederlandse regering wilde alleen maar praten over een federale structuur van een eventuele nieuwe Indonesische staat, die bovendien in een Unie met Nederland zou worden verbonden. Tegelijkertijd heerste in brede kring (van katholiek tot liberaal) de angst dat de regering Ons Indië ("de kurk waar Nederland op dreef") zou verkwanselen aan de verraders Soekarno en Hatta.


Onherroepelijk te paard gezet. tekening van F. Van Bemmel in "Weekblad Trouw" van 2 september 1949. Overgenomen uit Dr. W. Drees in caricatuur. Hatta en Drees zijn marionetten van Uncle Sam. Drees wordt gedwongen Hatta op het paard (de Republiek Indonesia) te zetten.
 
De moeizame onderhandelingen, onderbroken door twee politionele acties van het Nederlandse leger, leidden uiteindelijk tot de soevereiniteitsoverdracht in december 1949. Vooral de tweede politionele actie (december 1948) is Drees zwaar aangerekend. Militair gezien was de actie een succes, maar politiek gezien een fiasco. Nederland kwam internationaal te boek te staan als een land dat een koloniale oorlog voerde en verloor de steun van Engeland en de Verenigde Staten in de Veiligheidsraad. Drees zelf verklaarde later dat hij voor uitstel van de actie was, maar dat door communicatieproblemen met de Republikeinse onderhandelaars en Hoge Vertegenwoordiger Beel in Batavia het leger toch ingreep (Jansen Van Galen, 112 - 113).

Greet Hofmans-affaire
Binnenslands was er de Greet Hofmans-affaire (1956) die dreigde uit te lopen op een constitutionele crisis. Gebedsgenezeres Greet Hofmans had zich na de geboorte van prinses Marijke beijverd om met haar mystieke gaven de oogafwijking van de prinses te genezen. Vervolgens trad zij steeds vaker op als adviseur van koningin Juliana, totdat deze zaak de aandacht van de internationale pers trok. Juliana zou aftreden en een scheiding tussen Juliana en Bernhard leek onafwendbaar. Drees slaagde erin deze crisis op te lossen.

Premier in ruste
Na zijn aftreden in 1958 bleef Drees de Nederlandse politiek nauw volgen. Tot op hoge leeftijd werd hij benaderd door onderzoekers en journalisten die zijn mening wilden weten over bepaalde kwesties of met hem wilden trachtten historische gebeurtenissen te reconstrueren."Als een Mozes in zijn rechterstoel oordeelde hij over actuele politieke gebeurtenissen en personen (...) verwoord in monumentaal gebouwde volzinnen." (Puchinger, 223). Uiteindelijk hadden zij te doen met een man die al vanaf de eeuwwisseling actief betrokken was geweest bij de Nederlandse politiek, als raadslid, wethouder, minister en minister-president.


"Als een Mozes in zijn rechterstoel..." Foto van Piet Paul Koster, Libelle 51 (1980).
 
In 1971 bedankte Drees voor het lidmaatschap van de Partij van de Arbeid. Hij kon zich als anti-radicalist bij uitstek niet meer vinden in de politieke ideeën van Nieuw Links (polarisatie en de vorming van een nieuwe radicale progressieve volkspartij). Bovendien was er een diepgaand meningsverschil met fractieleider Joop Den Uyl over de begrotingspolitiek. Zijn aard en opvattingen getrouw ijverde Drees voor een zuinig overheidsbeleid.

Vader Willem
Meer dan enig ander politicus kon Willem Drees aanspraak maken op de titel Vader des Vaderlands. Zijn deugden (zuinigheid, gematigdheid, bescheidenheid, bereidheid tot samenwerking) waren ook de deugden van het land. Het Mariakaakje waardoor Nederland de Marshallhulp kreeg, paste als beeld beter bij hem dan de Rode Vlag van het strijdend socialisme. Toen Drees op 95-jarige leeftijd, in een televisie-interview met de VPRO, voor de voeten gegooid kreeg dat "de Nederlandse samenleving toch helemaal niet socialistisch geworden was" leek hij van woede plotseling veertig jaar jonger te worden. Getergd constateerde hij dat er toch een wereld van verschil was tussen de positie van de arbeider in 1980 en 1880 en dat dit alles dankzij de SDAP en de PvdA bereikt was.

Drees was inderdaad Wethouder van Nederland, maar dan in de gunstige betekenis van iemand die meer voelde voor praktische daden dan voor ideologische bevlogenheid. De Internationale heeft hij dan ook nooit gezongen, al meende hij zelf dat dit te wijten was aan het feit dat hij geen wijs kon houden. (Jansen Van Galen, 12).



Links: PvdA verkiezingsbrochure 1956. Verzameling Klaas Kornaat

Bronnen
Drees 90. Naarden, 1976

Dr. W. Drees in Caricatuur. Amsterdam, 1952

John Jansen Van Galen en Herman Vuijsje, Willem Drees. Wethouder van Nederland. Houten, 1992

Frits Huis en Rene Steenhorst, Bij monde van Willem Drees. Utrecht 1985

Dr. G. Puchinger, Nederlandse minister-presidenten van de twintigste eeuw. Amsterdam 1984

Bericht geplaatst in: artikel