VAN NEDERLANDS-INDIë TOT INDONESIë

Geplaatst op 1 januari 2005 door Ellen Henzen
Het eilandenrijk Indonesië heeft zich na 350 jaar eindelijk vrijgevochten. Lange tijd was Indonesië een kolonie van Nederland. In dit overzichtsartikel wil ik de geschiedenis van Indonesië globaal ter hand nemen en ingaan op de volgende vragen. Wanneer is eigenlijk de basis gelegd voor de contacten tussen deze kolonie en Nederland en wat waren dit voor contacten? Hoe komt het dat alle contacten uiteindelijk weer verbroken werden?
VOC
Het eilandenrijk Indonesië heeft zich na 350 jaar eindelijk vrijgevochten. Lange tijd was Indonesië een kolonie van Nederland. In dit overzichtsartikel wil ik de geschiedenis van Indonesië globaal ter hand nemen en ingaan op de volgende vragen. Wanneer is eigenlijk de basis gelegd voor de contacten tussen deze kolonie en Nederland en wat waren dit voor contacten? Hoe komt het dat alle contacten uiteindelijk weer verbroken werden?

De relatie tussen Nederland en Indonesië is eigenlijk gebaseerd op de handel. Vanaf 1595, toen de eerste vloot vertrok naar Oost-Indië, werden er verschillende reizen ondernomen naar Indonesië. In Indonesië kon men producten krijgen die op de Hollandse markt erg zeldzaam of zelfs onbekend waren: specerijen, porselein, zijde, satijn, damast, sabels, edelstenen, goud en schilpaden. Ook brachten de peper, kruidnagel, nootmuskaat en foelie veel winst op voor de Nederlandse ondernemers. Om meer winst te maken werd in 1602 besloten tot samenwerking tussen de verschillende handelskamers. Dit resulteerde in de oprichting van de Verenigde Oostindische Compagnie Verenigde Oostindische Compagnie (VOC). De VOC kreeg van de Staten-Generaal het alleenrecht op de handel ten oosten van Kaap de Goede Hoop. Naast dit handelsoctrooi kregen zij ook politieke rechten: zij mocht zelfstandig verdragen sluiten, forten bouwen, oorlog voeren en gebieden besturen die zij zou veroveren.

De contacten tussen Nederland en Indonesië waren in het begin zakelijk en formeel. De verbondenheid was eigenlijk op politiek en economisch niveau. De sociale contacten en verbondenheid waren individueel. Door een tekort aan Europese vrouwen gingen de mannelijke kolonisten zich mengen met de Indonesische vrouwen en dit had "mengcultuur" tot gevolg.
De handelscontacten van handelaren uit heel de wereld leidden tot uitwisseling van ideeën en godsdiensten. Toen Nederland zijn intrede deed in de archipel kwam ook het Christendom op. Nederland stuurde, in tegenstelling tot andere landen, geen missionarissen naar het land om de Islamitische bevolking te bekeren tot het Christendom. De Indonesische bevolking voelde zich, qua religie, niet onderdrukt door de Nederlanders en dit heeft waarschijnlijk veel invloed gehad op de machtsontwikkeling van Nederland in Indonesië.

In de loop van de achttiende eeuw raakten de VOC in verval, als gevolg van groeiende concurrentie en kapitaalgebrek. In 1780 kwam de VOC door de Vierde Engelse oorlog in de rode cijfers. In 1799 waren de schulden zo ver opgelopen dat de overheid besloot de onderneming te liquideren en haar bezittingen en schulden over te nemen.
 
Een Nederlandse kolonie
Nederland wilde het alleenrecht op de handel en wilde daarom van het begin af aan conflicten voorkomen. Ze kwam tussenbeide bij bepaalde onderlinge conflicten en dit zorgde ervoor dat veel lokale machthebbers de Nederlanders binnenhaalden als een bondgenoot. In 1814 werd de term Nederlands-Indië ingevoerd. In 1922 werd het begrip Indonesië geïntroduceerd. Deze term werd gebruikt door Indonesische nationalisten die wilden laten zien dat Nederlands-Indië een natie was die onafhankelijk diende te zijn.

De kolonie bracht grote winsten voor de Nederlandse schatkist, maar om nog meer winst te halen uit de kolonie werd in 1830 het cultuurstelselcultuurstelsel ingevoerd, door Johannes van den Bosch. Hij vond dat "de koloniën bestaan voor het moederland, en niet het moederland voor de kolonie". De enige functie die de kolonie had was het vullen van de Nederlandse schatkist. De Nederlandse gezaghebbers hielden toezicht op de lokale regenten en inheemse leiders, die de bevolking bestuurden. Zo kwam Nederland dichterbij de bevolking te staan, maar ondanks dat groeide de ontevredenheid en onrust bij de Indonesische bevolking.
Het stelsel werd door de bevolking ook wel het "dwangstelseldwangstelsel" genoemd, wat aangeeft dat zij
het stelsel ronduit negatief ervaarde. De werkdruk nam toe en de inheemse economie, gericht op zelfvoorziening en regionale handel bleef bestaan.

Er werd kritiek op het cultuurstelsel gegeven, onder andere door Multatuli (E.D. Dekker) die het boek
"Max Havelaar" schreef.

......een roofstaat aan de Noordzee......
.....dat spoorwegen bouwt van gestolen geld en tot
betaling de bestolene bedwelmt met
opium, Evangelie en jenever...

Aan U durf ik met vertrouwen te vragen of het
Uw wil is dat daarginds Uw meer dan dertig
millioenen onderdanen worden mishandeld en
uitgezogen in UWEN naam?
Multatuli [1860] ...aan Nederland...Koning Willem III


....dat dorp stond in brand, omdat het veroverd was door Nederlandsche soldaten.......

Ja, t dorp was veroverd door Nederlandsche soldaten, en stond dus in brand.

Op Nederlandsche heldendaad volgt brand.
Nederlandsche overwinning leidt tot verwoesting.
Nederlandsche krygsbedryven baren wanhoop.

Toch heeft dit stelsel ook veel voordelen gehad voor de Indonesische bevolking; er kwam een einde aan voortdurende oorlogen; verbetering van de infrastructuur; boeren kregen betaald voor hun werk. Er werd veel geld geïnvesteerd in de tot dan toe vrijwel geldloze economie. Dit had als gevolg dat de welvaart toenam en ook de inheemse handel en bedrijvigheid groeide. De aanleg van het Nederlandse spoorwegennet werd gerealiseerd en de bouw van talloze bruggen werd door het cultuurstelsel bekostigd. Ook werden de Surinaamse slavenhouders ermee gecompenseerd door de afschaffing van de slavernij in 1863. Ondanks deze voordelen werd toch besloten het stelsel in 1870 af te schaffen, naar aanleiding van een hongersnood die grote delen van Java teisterde.

Nederland kreeg in de periode 1870 een steeds sterkere, hoofdzakelijk economische, invloed op Indonesië en dit had zijn effecten op de wederzijdse beeldvorming. Bij de inheemse bevolking groeide de afkeer tegen de Nederlandse bezetting. De Nederlanders daarentegen gingen de bevolking steeds vaker als hun minderen zien.

Na de afschaffing van het cultuurstelsel volgde er een tijd van politieke onthouding. Deze onthoudingspolitiek was mogelijk doordat Nederland gesteund werd door de absolute wereldmacht van de negentiende eeuw, Engeland. Hoewel Nederland genoeg winst kon halen uit Nederlands-Indië, ging Nederland toch deelnemen aan het modern imperialisme. De drijfveren hiervoor waren voornamelijk de persoonlijke eerzucht van koloniale officieren en bestuurders. Een andere belangrijke drijfveer was de angst voor buitenlandse inmenging.

Naarmate er steeds meer vrijbuiters in de Indonesisch archipel opdoken wilde Nederland duidelijk maken dat er met het gezag niet te spotten viel. Inheemse vorsten die zich te onafhankelijk gedroegen werden gestraft en er vonden "tuchtingsexpedities" plaats. Een belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis van de relaties tussen Nederland en hun kolonie, Nederlands-Indië is de Atjeh-oorlog. Door de opening van het Suez-kanaal werd de reis makkelijker en aantrekkelijker voor andere mogendheden. Een sterke uitbreiding van handelsverkeer en personenvervoer werd mogelijk Door de verlegging van de handelsroute ontstond er een politiek probleem. De route liep nu via het eiland Atjeh, dat piraterij bedreef. Nederland wilde de piraterij tegen gaan en Atjeh inlijven bij Indonesië om zo hun machtspositie in Nederlands-Indië te verstevigen. Net toen Nederland dacht dat ze Atjeh onder controle hadden werden ze onverwacht overvallen en de Nederlandse troepen vluchtten met een achterlating van 97 doden. Dit zorgde voor een ommekeer in de publieke opinie. Overal klonk de roep om wraak en vanuit heel Nederland boden vrijwilligers zich aan voor uitzending naar Lombok. Het bleek niet nodig. Het KNIL maakte korte metten met de bevolking van Atjeh en er vielen ruim tweeduizend doden. Uiteindelijk leidden dit allemaal tot een oorlog die 21 jaar duurde en vele slachtoffers kostten.

Door de invoering van de Agrarische Wet, rond 1870, ontstond er ruimte voor particulier initiatief. Dit zorgde voor een economische vooruitgang. In 1880 viel de economische groei terug, maar rond 1900 kwam de groei weer op gang. Deze groei was indrukwekkend. De economie werd meer gericht op de wereld dan op Nederland en dit had gunstige gevolgen. De infrastructuur werd verbeterd, er kwamen verharde wegen en spoorlijnen. Ook verbindingen met de rest van de wereld werden beter. Na de opening van het Suez-kanaal, uitvindingen van telegraaf en de doorbraak van de stoomscheepvaart, brachten vliegtuig en elektriciteit nieuwe doorbraken. Niet alleen Nederlandse ondernemers maakten van deze nieuwe technieken gebruikt, maar ook de Indonesische boeren en handelaren.

Door al deze veranderingen veranderde er heel wat in de onderlinge relaties. De meeste mensen van de Indonesische bevolking werden op de sociale ladder gedegradeerd tot afhankelijke loonarbeider. En er was niets wat ze hier tegen konden doen, ondanks het feit dat ze ook gebruik konden maken van verbeterde technieken. De kolonisten liepen met hun kennis nog veel verder voor op de lokale bevolking en wisten ook precies hoe ze die kennis konden toepassen. Een gevolg was dat de nieuwkomers uit Nederland zich minder snel aanpasten aan de lokale bevolking en de cultuur. Erg belangrijk was ook dat er meer Nederlandse vrouwen meekwamen die zich hevig verzetten tegen de mengcultuur. De kolonisten begonnen zich steeds meer te onderscheiden van de autochtone bevolking.
De werkers op de plantages (koelies) werden slecht behandeld. Ze werden afgeranseld en de plantagehouders lieten hun lang, zwaar werk doen. De plantagehouders zagen de koelies als hun minderen, een soort slaven. De koelies hadden geen toegang tot medische zorg en leefden primitief.
 
Ethische Politiek
Van 1901 wordt de Ethische politiek afgekondigd. Deze vloeide voort uit de ereschuld, die Nederland meende te hebben ten op zichte van Indonesië. Nederlandse ambtenaren en ondernemers gedroegen zich erg hooghartig. Ze verwachtten dat de bevolking stilhield en hurkte, of aan de rand van de weg "loophurkend" voorbijging. "Irrigatie, emigratie, educatie" was de leus waarmee de Ethische politiek werd gevoerd. Deze politiek leverde een verbeterde infrastructuur en welvaart op, maar wat erg belangrijk was, was een grote verbetering van het onderwijs. Doordat onderwijs ook toegankelijk werd voor de inheemse bevolking ontstond er een kleine groep intellectuelen die het begrip "nationalisme" introduceerde aan de Indonesische bevolking.
De bedoeling van deze politiek was om Indonesië welvarender en zelfstandiger te maken, maar dat laatste is in feite niet gerealiseerd. Op den duur kregen de Indonesiërs wel wat meer inspraak, maar de inspraak en democratisering bleven beperkt tot provinciale en lokale niveau. De ambtelijke topfuncties bleven stevig in Nederlandse handen.

Het nationalisme begon te groeien onder de bevolking en zij begonnen steeds meer te streven naar onafhankelijkheid. Nederland zag het nationalisme opkomen en hun positie langzaam afnemen. Het radicalisme groeide. De Nederlandse onwil om de macht te delen leidde tot verbittering van de Indonesische nationalisten. De in 1912 opgerichte Indische partij eiste een onafhankelijk Indonesië en was hiermee de eerst groep die opkwam voor de hele bevolking van Indonesië. Het gouvernement vond de partij veel te radicaal en deze werd dan ook vrijwel direct verboden.

Om de onrust die ontstaan was te beteugelen werd er beloofd dat in november 1918 Indonesië eindelijk een eigen parlement en regering zouden krijgen. Toen deze belofte niet waargemaakt werd ontstonden er gewelddadige lokale opstanden tegen het Nederlandse gezag. Er werden partijen en clubs opgericht die zich verzetten tegen de Nederlandse overheersing.

In 1927 werden alle nationalistische partijen verboden en opstanden worden met de harde hand neergeslagen. Dit zorgde ervoor dat de spanningen steeds hoger opliepen. Hoewel de welvaart ten gunste kwam van de Indonesische bevolking hadden de spanningen en het nationalistische gevoel toch de overhand.

In de Tweede Wereldoorlog werd Nederland door Japan uit Indonesië verdreven en op 8 maart 1942 werd de onvoorwaardelijke overgave afgedwongen. In één klap werden alle Nederlandse tekenen van overheersing weggevaagd. Standbeelden werden afgebroken, het gebruik van Nederlandse taal werd verboden, plaatsnamen werden veranderd. Batavia ging Jakarta heten. Het nationalistische gevoel van de Indonesiërs werd hierdoor gestimuleerd. Het zelfbewustzijn werd verder gestimuleerd doordat zij een groot deel van de opengevallen economische en bestuurlijke functies overnamen. Alleen de hoge bestuursposten kwamen in Japanse handen. Toch was Indonesië onder Nederlands bewind beter af dan onder de Japanse bezetting, zoals de bevolking zelf zei: "de hond is vertokken, het varken is gekomen." Dit verduidelijkt dat er een algemene afkeer heerste tegenover buitenlandse bezetting.

Japan was niet van plan om Indonesië onafhankelijkheid te verlenen, omdat Indonesië te belangrijk was als leverancier van olie, rubber en rijst. Maar naarmate Japan tegen het einde van de oorlog verzwakte zag het zich gedwongen meer toezeggingen te doen. Uiteindelijk wordt Indonesië op 18 augustus 1945 onafhankelijk verklaard, maar Nederland weigerde te aanvaarden dat ze Indonesië niet langer in handen had. Dit maakte het moeilijk om een nieuwe relatie op te bouwen. De Nederlandse regering deed een poging vrede te sluiten met Indonesië en te onderhandelen over machts- en bestuursverdeling. Met in hun achterhoofd het idee, dat als ze Indonesië zouden verliezen ook haar aanzien kwijt zou zijn. Nieuw-Guinea had een aparte status en was het enige gebied waar Nederland nog soevereiniteit had. Dat Nederland dit niet gewoon wilde afstaan getuigde van een onverwerkt verleden. Als ze ook Nieuw-Guinea kwijt zouden raken, zouden ze het laatste beetje aanzien ook nog verliezen.

Indonesië pleegde een aantal keer verzet, maar Nederland dwong dit af met geweld. In 1956 brak er oorlog uit, want Indonesië wilde Nieuw-Guinea terug. De VS gaf geen steun aan Nederland en zij werd verplicht om op 1 oktober 1962 Indonesië over te dragen aan de VS. Op 1 mei 1963 werd het bestuur door de VS overgedragen aan Indonesië zelf.
 
Conclusie
Nederland heeft zichzelf uit Indonesië laten verdrijven als gevolg van het door hun gevoerde beleid.
Indonesië werd in het begin beschouwd als een kolonie die de Nederlandse schatkist moest vullen, maar op ten duur probeerde Nederland toch ook voor de Indonesische bevolking goede dingen tot stand te brengen. Verbeteren van infrastructuur, door aanleg van verharde wegen en spoorlijnen. Ook het onderwijs is tijdens het Nederlandse gezag enorm verbeterd. Indonesië had in die tijd niet zonder Nederland gekund, ook al waren ze hen liever kwijt dan rijk.

Het Nederlandse bestuur had misschien edele, nobele doelen, maar de mensen die de doelen moesten verwezenlijken waren meer uit op hun eigen belang. Veel van de kolonisten waren erg hooghartig en dachten dat ze ver boven de Indonesische bevolking stonden. Dit zorgden ervoor dat de Indonesische bevolking zich minderwaardig begon te voelen en dat de ontevredenheid langzaam begon te groeien.

Door het onderdrukken van het nationalisme en het verbieden van die partijen werd de enige manier om hun mening te uiten over de politiek en het beleid. Hierdoor kwamen stegen spanningen tot een climax, die zich onder andere uitten in gewelddadige opstanden.

Nederland heeft veel goeds gedaan voor Indonesië, wat in eerste instantie noodzakelijk was om hun eigen belangen te verwerkelijken. Toch heeft op sommige momenten het eigen belang te veel centraal gestaan en wilden ze te veel hun eigen zin doordrijven, desnoods met geweld. Ook al had Nederland een ander beleid gevoerd dan hadden zij hoogstwaarschijnlijk hun kolonie verloren, want kolonies behoren niet meer tot deze tijd. Modern imperialisme is "uit de mode".

Eigenlijk was Indonesië voor Nederland op het laatst een kwestie van eer. Ze haalde al lang geen winst meer uit de voormalige kolonie. Het behouden Nieuw-Guinea, het enige gebied wat ze nog "bezette", was alleen een erezaak. Bij het verliezen van de macht in deze kolonie hebben ze veel gezichtsverlies geleden en aanzien verloren.
Na 350 jaar bezetting van Nederland werd Nederlands-Indië eindelijk "het Indonesië", waar al jaren lang voor gestreden was.
Bericht geplaatst in: artikel