HENDRIKUS COLIJN (1869-1944)

Geplaatst op 1 januari 2005 door Klaas Kornaat en Reinard Maarleveld
Aanvankelijk koos hij voor het onderwijs, uiteindelijk werd het een carrière in het leger in Nederlands-Indie. Hij viel reeds op door zijn vastbeslotenheid en doorzettingsvermogen.
Carriere in Indie

Hendrikus Colijn werd op 22 juni 1869 in Burgerveen in de Haarlemmermeer geboren. Aanvankelijk koos hij voor het onderwijs, uiteindelijk werd het een carrière in het leger in Nederlands-Indie. Tijdens zijn opleiding viel hij reeds op door zijn vastbeslotenheid en doorzettingsvermogen. Zoals blijkt uit de wijze waarop hij tijdens nachtelijke uren studeerde: om niet boven de boeken in slaap te vallen stak hij zijn blote voeten in een teil koud water.

Colijn maakte naam als militair in Atjeh (1893 - 1897) en als adjudant van gouverneur-generaal Van Heutsz (1904 - 1909). Daarna werd hij op aandringen van de leider van de anti-revolutionairen, Abraham Kuyper, lid van de Tweede Kamer om vervolgens ( 1911) in het kabinet Heemskerk minister van oorlog te worden. Op deze post bewees Colijn opnieuw dat hij een uitstekend bestuurder was.

Verkiezingspamflet ARP 1933. Verzameling Klaas Kornaat


Directeur van de Bataafsche Petroleum Maatschappij

Van 1914 tot 1922 was hij directeur van de Bataafsche Petroleum Maatschappij. "De Koninklijke" had in 1914 dringend behoefte aan een goed organisator. Enerzijds was door het samengaan met de Britse Shell-groep de markt enorm vergroot, anderzijds was Colijn, door zijn ministeriële ervaring, bij uitstek de man die voor de Koninklijke met de Nederlandse regering zaken kon doen. Dat laatste was nodig in verband met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Colijn moest besprekingen voeren over leveranties aan de strijdkrachten en een dreigend uitvoerverbod voor aardolieprodukten.

Zijn keuze voor de Koninklijke werd ook ingegeven door de wens om een persoonlijk fortuin te vergaren. Uiteraard zag links Nederland Colijn voortaan als dienaar van de Mammon of als vrekkige oliebaron, gemanipuleerd door het grootkapitaal.

Zijn werk voor de Koninklijke verbreedde zijn internationale ervaring en bracht hem in contact met vrijere opvattingen over staat en maatschappij dan in eigen (anti-revolutionaire) kring gangbaar waren.

Premier in crisistijd
colijnklein

Na zijn terugkeer in de politiek (1922) werd hij onmiddellijk leider van de ARP. Na een eerder premierschap (1925 - 1926) werd Colijn in de jaren dertig leider van vier achtereenvolgende kabinetten. In die periode (1933 - 1939) werd Nederland zwaar getroffen door de economische crisis met als gevolg grote maatschappelijke tegenstellingen. Dit alles tegen de achtergrond van groeiende internationale spanningen door de opkomst van het fascisme.

Voorstanders van Colijn zagen in hem de man die, als handhaver van recht en orde en schipper aan het roer van staat, Nederland weer naar rustiger wateren kon leiden.

Zijn tegenstanders hekelden zijn streven naar een sluitende begroting door middel van een rigide bezuinigingspolitiek en zijn aanvankelijke weigering (tot 1936) de gulden te devalueren. Voor de socialisten was Colijn het vleesgeworden kapitalistische kwaad. Colijn verwierp het socialistische alternatief voor de bestrijding van de crisis, neergelegd in het Plan van de Arbeid (1935).

"Hy vilt, hoe vreemd t mag verluyden, het stalen ros der Kleine Luyden", dichtte de politieke tekenaar Jordaan (een socialist) bij een door hem in 1935 getekende strip over het leven van Colijn. Dit naar aanleiding van de invoering van de rijwielbelasting (die overigens in 1924 had plaatsgevonden).

Ook de bezuinigingen op de salarissen van de ambtenaren werden door Jordaan in deze strip gehekeld: Uit: Hier word u, o Jeugd! gegeven, Hein Colyn zijn roemrijck leeven. Pamflet van L. Jordaan, 1935. Verzameling Klaas Kornaat.

Een breuk met de RKSP (de katholieke fractie) leidde in 1939 uiteindelijk tot de val van Colijn. Zijn vijfde en laatste kabinet bestond voornamelijk uit kopstukken van buiten de politiek, maar genoot geen steun van de Tweede Kamer. Twee dagen na het aantreden werd het door de Kamer naar huis gestuurd (27 juli 1939). De Geer (CHU) slaagde er vervolgens in een kabinet "op brede basis" te vormen, waarvan voor het eerst ook socialisten deel uitmaakten. De oorlog maakte daarna definitief een einde aan de politieke carrière van Colijn.

Op de grens

Colijn veroordeelde de vlucht van de Nederlandse regering naar Londen. In juni 1940 schreef hij de brochure "Op de grens van twee werelden", waarin hij aangaf dat het Duitse leiderschap in Europa erkend moest worden en pleitte voor nationale eenheid als enige middel om de constitutionele monarchie te redden.


In juli 1941 werd hij als gijzelaar naar Duitsland gevoerd waar hij in september 1944 overleed. In 1947 werd hij herbegraven in Den Haag.

Balans

Colijn is nog steeds een controversiële figuur.

Enerzijds: een imponerend leider, een organisatorisch genie, een economisch en financieel specialist met een internationale reputatie.

Anderzijds: een starre politicus, een eigengereide persoonlijkheid, die op beslissende momenten (de crisisjaren, de bezetting) niet de juiste keuzes maakte en gedurende zijn briljante carriere ook bewust mythes in het leven riep om het heldenbeeld dat de buitenwacht van hem had nog te versterken (Langeveld, 14).

"Zijn schim zal nog lang rondwaren aleer hij rust vindt in een geschiedbeeld dat voor latere generaties aanvaardbaar is." (Puchinger, 136)

Uit: Dr. H. Colijn , Op de grens van twee werelden. Amsterdam, 1940.


Bronnen:

H. Gabriels, Koninklijke Olie: de eerste honderd jaar 1890 - 1990, Den Haag 1990

Herman Langeveld, Hendrikus Colijn 1869 - 1944. Dit leven van krachtig handelen, Meppel 1998

Dr. G. Puchinger, Nederlandse minister-presidenten van de twintigste eeuw, Amsterdam 1984

Verzameling Klaas Kornaat


Bericht geplaatst in: artikel