AFGHANISTAN EN DE OLYMPISCHE SPELEN VAN MOSKOU 1980

Geplaatst op 16 augustus 2004 door Robbie Canninga
Nu in de zomer van 2004 de Olympische Spelen weer terugkeren naar Griekenland is het een goed moment om eens stil te staan bij de al langer bestaande relatie tussen politiek en de Spelen.
Nu in de zomer van 2004 de Olympische Spelen weer terugkeren naar Griekenland is het een goed moment om eens stil te staan bij de al langer bestaande relatie tussen politiek en de Spelen. Bekend voorbeeld hiervan is natuurlijk de Olympische Spelen van 1936 te Berlijn, welke door Nazi-Duitsland gebruikt werden om op grote schaal propaganda voor het nationaal-socialisme te maken. Opmerkelijk was toen vooral de vernedering die de Amerikaanse, zwarte atleet Jesse Owens Adolf Hitler bezorgde door juist te excelleren. Met zijn vier gouden medailles logenstrafte hij de rassentheorieën van zijn gastheren. (Het was gebruikelijk dat de Führer de grote winnaars persoonlijk feliciteerde; in het geval van Owens weigerde Hitler obstinaat hem de hand te schudden. Inmiddels is de straat langs het Olympisch stadion van Berlijn al weer jaren vernoemd naar de grote sportman).

Minder bekend zijn de Olympische Spelen van 1980, welke waren toegewezen aan Moskou in de toenmalige Sovjet-Unie. Ten onrechte minder bekend, want zelden was er een meer directe botsing tussen de sportieve, ideële aspiraties van het IOC en de harde realiteit van de internationale machtspolitiek. Veel Westerse landen besloten deze Spelen namelijk te boycotten. De Verenigde Staten hadden tot deze actie opgeroepen als reactie op de Sovjetrussische invasie in december 1979 van Afghanistan. De Democratische president Jimmy Carter wilde op deze wijze openlijk protesteren tegen deze flagrante schending van de soevereiniteit van Afghanistan door de grote tegenspeler uit de Koude Oorlog. Men meende in de Russische hoofdstad niet te kunnen sporten onder het oog van de oude Russische leider Leonid Breznjev wetende dat er in dat verre, Aziatische bergland een oorlog woedde waartoe dezelfde Breznjev de opdracht toe had gegeven.

In dit artikel zal de relatie tussen deze inval en de Olympische Spelen van 1980 onder de loep worden genomen. Er wordt onderzocht welke gebeurtenissen leidden tot de Russische inmenging in het Islamitische buurland en daarna worden de gevolgen van dit optreden in de internationale politiek bekeken. Dit laatste vooral met het oog op de Koude Oorlog. Een korte belichting van de sportieve gebeurtenissen op deze Spelen wordt evenmin vergeten.
 
Afghanistan: het voorspel
Afghanistan was en is een woest, bergachtig en islamitisch land met ongeveer 20 miljoen inwoners in Midden-Azië. Gedurende zijn duizenden jaren oude geschiedenis was het zelfs al voor Alexander de Grote gewend geraakt aan buitenlandse veroveraars; en wanneer de Afghaanse stammen wel vrij van externe overheersing waren, werd het land gekenmerkt door onderlinge strijd. Koning Mohammed Sahir -die al in 1933 aan de macht kwam- voerde na de Tweede Wereldoorlog een vrij succesvolle politiek gericht op buitenlandse neutraliteit en relatieve, interne stabiliteit. In 1973 werd de oude koning opzij geschoven in een door zijn neef opgezette coup. (Opmerkelijk feit was dat de rol van Sahir nog niet geheel uitgespeeld zou zijn. Na de Amerikaanse verdrijving van het regime van de Taliban -eind 2002- werd al snel de naam van toen inmiddels stokoude Sahir genoemd als mogelijke symbolisch staatshoofd van het nieuwe Afghanistan. Tot een daadwerkelijke benoeming zou het echter niet komen). De generaal en ex-premier Mohammed Daoud benoemde zichzelf tot president van de republiek Afghanistan. Maar hij zou in april 1978 zelf de dood vinden in de staatsgreep geleid door Hafizullah Amin. Deze Amin, oud-student van de prestigieuze Columbia University van New York, was de leider van de Afghaanse socialistisch-marxistische partij, bekend onder hun Engelse naam People"s Democratic Party of Afghanistan (PDPA). De nieuwe president was een naaste medewerker van Amin en luisterde naar de naam Mohammed Taraki. De macht lag echter in handen van Amin en zijn vice-premier Babrak Kamal.

Al spoedig geraakte de regering in Kaboel in conflict met de vele islamitische bergstammen. Deze verzetten zich krachtig tegen de hervormingsgezinde, centralistische politiek van het steeds meer naar het marxisme-leninisme neigende regime in de hoofdstad. Ook het in december 1978 gesloten vriendschapsverdrag met de atheïstische Sovjet-Unie werd met veel afkeuring begroet. In het voorjaar van 1979 kwamen de eerste militaire adviseurs uit het grote, communistische buurland en tegelijkertijd namen de Russen de controle over de strategische luchthaven van Bagram over. Aangezien ook vooraanstaande Russische diplomaten aan Afghanistan refereerden als zijnde ,,een lid van de socialistische gemeenschap" meenden velen in zowel Afghanistan als in het Westen dat de grenzen van het Oostblok inmiddels waren opgeschoven tot aan de zuidgrens van Afghanistan.

In de zomer ontstond er onenigheid tussen de twee fracties binnen de PDPA. De radicale, nationalistische Khalq (massa)-vleugel geleid door president Taraki en Amin aan de ene kant en de gematigdere, pro-Russische Parcham (vlag)-vleugel onder aanvoering van vice-premier Kamal aan de andere kant. De eerste fractie trok voorlopig aan het langste eind. Maar ook binnen de Khalq-vleugel volgde er een machtsstrijd; in september 1979 werd Taraki opzij geschoven en geliquideerd. Hierna liet Amin zichzelf ook tot de formele eerste man uitroepen. Amin vond dat zijn land een meer onafhankelijke politiek ten opzichte van Moskou zou moeten voeren; tegelijkertijd zette hij vraagtekens bij de ingevoerde restricties welke er ten aanzien van het geloof bestonden. Het politieke gekonkel in Afghanistan was al die tijd in Moskou met argusogen gevolgd: zeker de laatste ontwikkelingen werden met weinig enthousiasme begroet.

Moskou besloot zijn passieve houding enigszins te laten varen. In oktober 1979 werden de Russische divisies langs de grens met Afghanistan gemobiliseerd. Eind november kwam de vooraanstaande generaal V. Paputin naar de Afghaanse hoofdstad om met Amin te overleggen. Officieel gingen deze gesprekken over de eventuele wederzijdse samenwerking in de toekomst, maar het leidt geen twijfel dat Paputin met name moest polsen hoe soeverein Amin was van plan zich op te stellen tegenover de Sovjet-Unie. Met welk antwoord de generaal naar het Kremlin terugkeerde weten we niet, zeker is dat er op 12 december 1979 geheim topoverleg plaatsvond in de Russische hoofdstad.

Drie mannen, te weten minister van Buitenlandse Zaken Andrei Gromyko, KGB-chef en latere partijleider Youri Andropov en minister van Defensie D. Ustinov, namen hier een besluit waardoor de geschiedenis van Afghanistan zou worden verrijkt met een hoofdstuk Koude Oorlog en het land een uiterst gewelddadig decennium te wachten stond. Het drietal was, ten aanzien van Afghanistan, bevreesd voor het ontstaan van een tweede Iran. Na de val van de sjah van zijn Pauwentroon eerder in 1979, was het fundamentalistische Iran net zo anti-Russisch als dat het anti-Amerikaans was geworden. (De VS en in het bijzonder president Carter, kregen ook nog te maken met de beruchte gijzeling van het Amerikaanse ambassadepersoneel in Teheran. Na 444 dagen kwam er pas een einde aan dit menselijke drama; het droeg in grote mate bij aan de mislukte herverkiezing van Carter in november 1980). Een tweede onrusthaard van dat kaliber aan de Russische grens kon niet worden getolereerd, zeker gelet op de verscheidene islamitische volkeren en deelrepublieken binnen de grote Sovjet-Unie. Het drietal wist nog dezelfde dag de oude partijleider Leonid Breznjev te laten instemmen met een gewapende, preventieve interventie, met name door in te spelen op zijn vrees dat de VS mogelijk een pro-Westers regime in Kaboel zou installeren. Tevens beloofden zij Breznjev dat de campagne niet langer dan vier weken zou duren.
 
Het verloop van de oorlog
Strategisch was het Rode Leger enorm in het voordeel. De Russische legerleiding hoopte vooral te profiteren van het feit dat er nog steeds intensieve banden tussen de twee staten bestonden. Er waren nog steeds vele Russische adviseurs en gewone soldaten in het land welke dienst konden doen als een communistisch paard van Troje. Men hoopte Amin zo lang mogelijk in het ongewisse te laten over de precieze aard van de Russische plannen. Door niet direct op een militair conflict af te koersen, hoopte men zo min mogelijk strijd te hoeven leveren. Niettemin was de bezetting van alle vliegvelden rondom Kaboel op 24 december een teken aan de wand, terwijl de vliegbasis Bagram inmiddels een heuse vesting was geworden. In de late avond van 27 december 1979 -nadat er eerst nog gezamenlijk gefeest was tussen Afghaanse diplomaten en de Russische adviseurs- arresteerden eenheden van het Rode Leger veel leden van de regering-Amin. Drie bataljons omsingelden het presidentiële paleis en namen het nog dezelfde nacht in. Twee dagen later verklaarde Kamal zich, met goedkeuring van het Kremlin, tot de nieuwe president van de volksrepubliek Afghanistan. De rol van Amin was hiermee feitelijk uitgespeeld. Er waren toen 50.000 man van het Rode Leger in Afghanistan.

De controle over Kaboel en de andere grotere plaatsen in het land betekende echter niet dat de Sovjet-Unie nu het pleit gewonnen had. Zoals ze tot hun schade zouden moeten leren, bleken de eindeloze bergketens uitermate geschikt terrein voor een guerrillaoorlog. Het zou een lange, meedogenloze oorlog worden tussen de Russen en hun communistische marionettenregering tegen de geharde, islamitische verzetsbeweging. Deze noemde zichzelf Mujahedien, wat vrijheidsstrijders betekende. Het Rode Leger kon de verzetsstrijders niet tot een klassieke veldslag dwingen, daarom beoogden de Russen de Mujahedien uit het land te verdrijven door middel van een soort shocktherapie: vanuit hun versterkte bases voerden zij snelle, keiharde uitvalsacties op het platteland. Het doel hierbij was zoveel mogelijk van de infrastructuur, machinerie, openbare gebouwen, huizen en voorraden te vernietigen zodat de verdwaasde burgerbevolking simpelweg geen hulp meer kón bieden aan de vrijheidsstrijders.

Ongeveer een derde van de 15.000 nederzettingen die er bestonden in 1979 werd in de oorlog dan ook geheel met de grond gelijk gemaakt. Het gebruik van chemische wapens werd hierbij niet geschuwd. Ook legde de al snel tot 175.000 man uitgegroeide strijdmacht Afghanistan letterlijk vol met landmijnen; dit wapen zou al snel ook door de Mujahedien op grote schaal worden toegepast. Het Russisch leger verloor over de periode 1979-1988 circa 22.000 man én telde 75.000 gewonden. Verliescijfers van de Mujahedien zijn niet bekend, maar deze zullen ongetwijfeld vele malen hoger liggen.( Deze conclusie wordt gebaseerd op eerdere ervaringen van geregelde legers tegenover guerrillatroepen. Zo bedroegen de geschatte verliezen van bijv. de Vietcong en het Noord-Vietnamese leger tegenover de VS in de Vietnamoorlog (1965-1973): één miljoen mensen tegenover ruim 50.000 man). Ten gevolge van de oorlog sloegen in totaal zes miljoen mensen al dan niet tijdelijk op de vlucht, waardoor deze oorlog tot één van de grotere humanitaire tragedies van de twintigste eeuw mag worden gerekend.
 
De Amerikaanse reactie
De betrekkingen tussen de twee grote mogendheden in de jaren zeventig werden gekenmerkt door relatieve ontspanning in de Koude Oorlog, de zogenoemde detente. Toch reageerde Washington uiterst furieus op het nieuws van de inval. Dit kan verklaard worden wanneer men weet dat velen -zowel binnen als buiten het kabinet-Carter- vonden dat de ontspannings- politiek de VS niets opleverde. Terwijl in de Derde Wereld de Sovjets juist hun invloed aan het uitbreiden waren, leek de situatie waarin de VS zich bevonden zelden zo beroerd te zijn geweest.

In een economisch gezien magere tijd probeerden de Amerikanen bij te komen van de roerige jaren zestig, die de bestaande sociale verhoudingen op zijn kop hadden gezet, de politieke corruptieschandalen rondom president Richard Nixon en bovenal het trauma van de verloren Vietnamoorlog. Maar dat was niet alles. Het was het jaar waarin in Nicaragua het socialistische regime van de Sandinisten aan de macht was gekomen, alsof één Cuba in Midden-Amerika nog niet genoeg was? Het was óók het jaar waarin de grote bondgenoot van de VS in het zo olierijke Midden-Oosten, het Perzië van de sjah, ten val was gekomen. Nu leek dit jaar op de valreep nog eens het jaar te worden waarin de Sovjet-Unie zélf zijn machtsgebied met geweld dreigde uit te breiden in de richting van de Indische Oceaan… Deze agressie kon niet zomaar geaccepteerd worden.

Maar het onbekende, strategisch op zichzelf niet zo belangrijke Afghanistan was beslist niet het risico waard om de Koude Oorlog echt warm te laten worden. Maar een symbolische daad die veel aandacht zou genereren was wel een serieuze optie. Wat was er voor Carter nu logischer dan de -door het IOC al enige jaren geleden aan Moskou toegewezen- Olympische Spelen hiervoor aan te grijpen? Hij riep via de nationale en internationale pers alle vrijheidslievende sporters ter wereld op om af te zien van een reis naar de stad met de Gouden Koepels. De oproep van Carter als leider van de Vrije Wereld was succesvol: 62 landen bleven thuis, dit resulteerde in de presentie van 81 landen. Een historisch dieptepunt aangezien sinds 1956 het aantal deelnemende landen, toen vooral Afrika nog aan zijn dekolonisatie moest beginnen, niet meer zo gering was geweest. Het Kremlin leed door al deze afzeggingen wel een publicitaire nederlaag. De Russen reageerden door te stellen dat de wettige Afghaanse regering de Sovjets om hulp bij een interne aangelegenheid had gevraagd; om te spreken over agressie en schending van soevereiniteit was dus een belediging voor het behulpzame Rode Leger en had al helemaal niets met de Olympische Spelen te maken. Een schrale troost voor Moskou en de organisatie was wellicht dat veel van de afwezige landen, sporters en sportcomités eigenlijk maar weinig enthousiasme hadden kunnen opbrengen voor Carters politieke bedoelingen. Niettemin gingen zij vaak na overleg met de nationale politiek toch overstag.
 
Na de Spelen van 1980
Organisatorisch en ook sportief waren de Spelen toch wat het IOC ervan gehoopt had. De openingsceremonie was prachtig, de stadions waren gloednieuw, de accommodatie voor de sporters was goed geregeld én er werden bovenal 39 Europese, 36 wereld- en 73 Olympische records gebroken. Opmerkelijk was verder wel dat het thuisland, hoewel het officieel de afwezigheid van de kapitalistische aartsvijand betreurde, nu maar liefst 195 medailles wist te winnen en daarmee veruit het meest succesvolle deelnemende land was.

Ook in Nederland heerste in het voorjaar van 1980 onenigheid over de kwestie wel of niet vertrekken. Uiteindelijk gingen van de twintig Nederlandse sportbonden zes niet naar Moskou, waaronder de hockeyers op verzoek van het NOC, omdat er een gebrek aan tegenstanders was ontstaan. De sportmensen van de overige veertien bonden stapten alsnog op het vliegtuig. De equipe van 76 Nederlandse sporters presteerde overigens onder de verwachtingen. Er werden slechts twee bronzen medailles veroverd en atleet Gerard Nijboer bezorgde ons land de enige zilveren medaille. Hij wist zichzelf te overtreffen op de marathon; tevens had Nijboer op die historische afstand een recordtijd gevestigd, waarop nog vele jaren na hem Nederlandse atleten zich zouden stukbijten. Resumerend was het sportieve succes van Nederland niettemin uiterst matig.

Tijdens en na de Spelen was de oorlog in Afghanistan gewoon verder gegaan. En al snel verschoof het nieuws over deze oorlog naar bladzijden achterin de Westerse kranten. Maar natuurlijk probeerden de Amerikanen de Russische aanwezigheid in Afghanistan ook wel bij de VN aan de kaak te stellen. Carter had al eind 1979 de algemene Vergadering opgeroepen tot een spoedzitting. Maar pas op 29 november 1982 werd op initiatief van de VS in hetzelfde orgaan resolutie 37/37 aangenomen, waarin de SU werd opgedragen zich terug te trekken uit Afghanistan. Dezelfde Sovjet-Unie blokkeerde echter in de belangrijkere Veiligheidsraad vanzelfsprekend alle plannen ten aanzien van de Russische interventie met een veto. Overigens had de VS ten tijde van de Vietnamoorlog met analoge Russische resoluties op eenzelfde wijze gehandeld. Inmiddels was de Republikein Ronald Reagan president geworden, die de Sovjet-Unie afschilderde als het Evil Empire en poogde het ruimteschildplan SDI, bekend als Star Wars, van de grond te krijgen, en ging de Koude Oorlog nog een -naar wat zou blijken- laatste gespannen ronde in. Gelet op het voorgaande mag het weinig verbazing wekken dat de Sovjet-Unie en in zijn kielspoor het gehele Oostblok wegbleven van de Olympisch Spelen van 1984 die in het Amerikaanse Los Angeles werden gehouden. Moskou gaf veiligheidsoverwegingen als oorzaak op, maar tussen de regels was voor iedereen duidelijk dat hier revanche genomen werd op de Amerikaanse weigering naar Moskou te komen (Net zoals de Sovjet-Unie in 1980 waren in Los Angeles inderdaad de Amerikanen de grote winnaars; dit onder het goedkeurende oog van de in dat jaar herkozen Reagan).

Reagan zag op meerdere continenten anticommunistische vrijheidsstrijders, zoals bijvoorbeeld de zogenoemde Contra"s in het al eerder genoemde Nicaragua. Hoewel er vaak vraagtekens gezet konden worden bij het democratische gehalte van deze groeperingen was het ondenkbaar dat zijn land hen niet op de een of andere manier te hulp zou schieten. Vandaar dat naast het vruchteloze politieke steekspel op hoog niveau de CIA 2,1 miljard dollar uitgaf aan hulp voor de Mujahedien. Concreet betekende deze hulp bijvoorbeeld de leverantie van de befaamde Stinger-raketten, hetgeen de vrijheidsstrijders een zeer geducht wapen verschafte in de strijd tegen de Russische luchtmacht. Ook de mogelijkheid die geschapen werd voor vele Islamitische huurlingen, avonturiers en met name Jihad-strijders, zoals Osama bin Laden, om naar Afghanistan af te reizen om daar ten strijde te trekken tegen de ongelovige communisten mag niet worden vergeten. Het ging in zijn totaliteit om 200.000 man uit meer dan twintig landen.
 
Een "Russisch Vietnam"?
De Russische oorlog in Afghanistan wordt begrijpelijk vaker vergeleken met de Amerikaanse Vietnamoorlog. Beide keren raakte een supermogendheid verstrikt in een regionale guerrillaoorlog, waarin per se een bevriend, maar impopulair stromannenregime overeind gehouden moest worden, waarin zowel de VS als de SU zich alleen maar met de staart tussen de benen uit de voeten kon maken en waarin het tenslotte lijdzaam moest toezien hoe de inferieur geachte vijand naderhand de overwinning behaalde. Sommige historici zien de mislukking in Afghanistan zelfs als hoofdoorzaak van de onverwachte ineenstorting van het Oostblok eind 1989 en het einde van de Sovjet-Unie en en passant zelfs de Koude Oorlog in 1991.

Hoewel de oorlog inderdaad weinig populair was bij de gewone Rus onderschat een dergelijke vergaande gevolgtrekking de mate waarin het communisme als economisch systeem simpelweg niet deugde én de verlammende onvrijheid voor zijn bevolking die de Sovjet-Unie altijd bleef typeren. Het waren dan ook juist deze twee ontwikkelingen die de energieke Michail Gorbatsjov bij zijn aantreden in 1985 als de nieuwe secretaris-generaal van de Partij, zoals de Russische partijleider officieel genoemd werd, vastbesloten was te veranderen. Gorbatsjov kwam met glasnost en perestrojka: openheid en economische hervormingen. Hij zag verder in dat de Koude Oorlog en zijn kostbare wapenwedloop de financieel uitgeputte Sovjet-Unie begon op te breken en de troepenmacht in Afghanistan was één van de meest in het oog springende kostenposten. Toch duurde het tot mei 1988 voordat er begonnen werd met de terugtrekking van het Rode Leger. Deze was op 2 februari 1989 officieel voltooid. Ze werden niet als helden binnengehaald, maar men voelde zich -en dat was terecht- evenmin de verliezer van de oorlog. Het bleek de verregaande mate waarin de bevolking van Oost-Europa en ook van de Sovjet-Unie zelf de hervormingen wilde doorvoeren wat door Gorbatsjov geheel verkeerd was ingeschat en wat het einde van het Oostblok betekende.

Het Russische vertrek betekende dus niet het einde van de PDPA. De nieuwe leider Mohammed Nadjiboellah, welke in 1986 Babrak Kamal was opgevolgd, vocht met de moderne, Russische wapens gewoon door. Mede door zijn deels succesvolle toenaderings- pogingen tot niet-communisten wist hij de Russen te overleven. Uiteindelijk werd het overlopen van een deel van zijn huurlingen naar de zijde van de Mujahedien hem in april 1992 fataal (Zie ook Eric Hobsbawm, Age of Extremes. Hobsbawm wijst ook op de handel die er in de Stinger-raketten ontstond. Deze wapens waren na het Russische retireren overbodig geworden en leverden de Mujahedien veel geld op. De pogingen van de CIA om de raketten tegen kostprijs zelf terug te kopen waren tevergeefs.). Na opnieuw enkele onrustige jaren wist de meest radicale groepering onder de Mujahedien, de fundamentalistische Taliban steunend op het volk van de Pashtoen, het land in zijn greep te krijgen. Pas met de Amerikaanse bezetting van Afghanistan kwam er in 2002 een einde aan het radicale en repressieve bewind, maar of het land nu eindelijk een periode van voorspoed te wachten staat is nog maar de vraag.

Resumerend moet gezegd worden dat deze geschiedenis maar weinig winnaars kende. Het tragische volk van Afghanistan behoorde net als de Olympische gedachte tot de grote verliezers. Nadat twee keer de machiavellistische wereldpolitiek het verloop van de Spelen beïnvloedde, keerde vanaf de Spelen van 1988 te Seoel het tij en steeg het aantal deelnemende landen naar nieuwe recordhoogtes. Alleen de Zimbabwaanse hockeyveteranen van 1980 kijken waarschijnlijk met tevredenheid terug op Moskou 1980. Daar beleefden ze hun grote triomf: zij reisden met de eerste en voorlopig enige gouden hockeyplak ooit voor hun land terug naar Afrika.
 
 
Bericht geplaatst in: artikel