LAATSTE DAGEN VAN NAPOLEON

Geplaatst op 8 oktober 2004
De overwonnen keizer leefde op St.Helena van 1815 tot 1821. Over deze verbanningstijd zijn een flink aantal boeken verschenen. Het waren bijna alle leden uit het gezelschap van Napoleon...

In het boek "Eilanden", (Singel Pockets 1991), van Boudewijn Buch staat er op bladzijde 36 een aardige beschrijving over het eiland St. Helena, gelegen in de Atlantische Oceaan op 1900 kilometer van de Afrikaanse kust. De lengte is 17 kilometer en de grootste breedte tien kilometer.

Het eiland zou de publiciteit zelden hebben gehaald, als niet de Engelse regering Napoleon Bonaparte in 1814 naar Longwood House, een landhuis aan de westkust zou hebben verbannen. Het eiland is slechts een maal in de vijf weken per schip te bereiken. Een vliegveld zou uitkomst brengen, zeker gezien de trekpleister van Longwood House dat als museum is ingericht en het graf van Napoleon.

De overwonnen keizer leefde op St.Helena van 1815 tot 1821. Over deze verbanningstijd zijn een flink aantal boeken verschenen. Het waren bijna alle leden uit het gezelschap van Napoleon, zoals diplomaat Charles Tristan de Montholon, Graaf Henri Gatien Bertrand, graaf Emanuel De las Casas, generaal Gaspard Gourgaud en de bedienden Louis Marchand en Louis-Etienne St Denis, Zij grepen vroeg of laat naar de pen om hun herinneringen aan de periode op Longwood House vast te leggen.

Vermeldenswaard is verder F.Antonmarchi "The last days of Napoleon." Voor het vaderlandse taalgebied is "Een reis naar St.Helena" van Julia Blackburn, die zich gedegen verdiept heeft in de periode dat de keizer in St Helena doorbracht en ook het eiland persoonlijk heeft bezocht, een aanrader.

Een ander, in het Nederlands vertaald boek, over het eiland en de Franse keizer is van de Franse journalist Jean-Paul Kauffmann, die zelf ooit jarenlang in Libanon werd gegijzeld, met als titel, "De Donkere Kamer van Longwood."
 
De Laatste jaren van Napoleon
De verbanning is een weinig verheffende periode voor de man, die hele naties aan zijn gezag onderwierp. Naast de voordurende controle door het vlakbij gestationeerde Engelse garnizoen, de verstoorde verhouding met de Gouverneur Hudson Lowe, de weerkerende irritaties in het gezelschap, de vochtige behuizing, de ratten, speelden ook de verveling en het uitzichtloze van de situatie een belangrijke rol.

Napoleon werd in de loop van de zes jaar allengs zwaarmoediger, hij smeekte leden van zijn gevolg en vertrekkende kamerdienaars te blijven, lang zou het volgens hem niet meer duren, uit die tijd stamt ook zijn uitspraak, "Ik had in Morkou moeten sterven."
De dagen werden doorgebracht met oeverloze bespiegelingen, nutteloze berekeningen, terugkerende uitweidingen over bijvoorbeeld de slag bij Waterloo, lessen in de Engelse taal, die overigens niet erg vlotten en uitgebreid baden in het loden bad. De kleine paardritjes en wandelingen in de omgeving werden in de loop van de jaren steeds meer ingekort. "s Avonds na het diner, waarbij iedereen in vol ornaat aan tafel verscheen werd er af en toe kaart gespeeld, de keizer veroorloofde zich soms vals te spelen. Een dagelijks terugkerend ritueel was het dicteren van de dagboeken en herinneringen aan zowel Graaf Henri Bertrand, die zelf heimelijk notities maakte en aan generaal Gaspard Gourgaud.

Fysiek en mentaal ging Napoleon in de loop van de zes jaar sterk achteruit vooral na het bekend worden van de uitkomst van Congres van Aken in 1818, waarbij werd bepaald dat zijn verbanning zou worden gehandhaafd. Napoleon was aangeslagen toen hij bijna een jaar later de officiële verklaring hoorde mede ook omdat zijn schoonvader, de keizer van Oostenrijk, niets voor hem bewerkstelligde.

Bonaparte is waarschijnlijk eerder aan psychische uitputting overleden dan aan de maagkanker, een ziekte die de Corsicaanse arts Francesco Atommarchi bij de lijkschouwing constateerde, en die ook in de familie voorkwam.

De Corsicaanse priester uit het gezelschap op Longwood House Abbi Vignali schijnt in een onbewaakt moment de penis en de testikels van het lichaam van Bonaparte te hebben verwijderd. De testikels zijn in het bezit van een Frans museum, de penis heeft na de dood van Vignali een omzwerving gemaakt en is via een veiling in Parijs in 1977 in handen van een particulier gekomen. Lees in dit verband Buchs hoofdstuk "De Pik van Napoleon" in het boek , "Steeds Verder Weg."
 
De gifmoord
In een artikel van Le Monde van 1962 werd geopperd dat Bonaparte aan vergiftiging zou zijn overleden, een theorie die regelmatig de kop zou opsteken.

Zoals gezegd constateerde de lijkschouwer Antonmarchi, die eigenlijk geen arts was maar een opleiding als ontleder bij een patholoog-anatoom had gevolgd, maagkanker maar er zijn ook verdenkingen van gifmoord. De theorie is gebaseerd op het hoge arsenicumgehalte in het haar van Napoleon. Bij de lijkschouwing werden haren afgesneden, waarvan later voor aanbidders armbandjes werden gemaakt.
Ook de FBI had belangstelling voor de weinige haren die waren overgebleven en bevestigde in een rapport de aanwezigheid van het verhoogde arsenicum gehalte. De Napoleon specialist Rene Maury, destijds hoogleraar aan de universiteit van Montpelier liet het haar nogmaals in een laboratorium onderzoeken en kwam tot dezelfde uitslag. De beschuldigende vinger ging naar kamerheer Graaf de Montholon, wiens vrouw de maîtresse van Napoleon zou zijn geworden.

Napoleon zelf ontkende dat Albine de Montholon, die geen al te beste reputatie had zijn mantresse was, tegen zijn secretaris graaf Bertrand zou hij hebben gezegd, "zij is te lelijk".

In 1982 kwamen de onderzoekers David Jones en Kenneth Ledingham na het analyseren van een klein stukje behang, dat ze vonden in een oud familieplakboek, tot de conclusie dat het arsenicum hiervan afkomstig was. De groene kleur van het behang bevatte koperarseniet, door de vochtige omgeving op St. Helena werd deze verbinding door schimmels omgezet in arsenicum.

Uit een andere hoek kwam echter een gedegen boek over de vermeende gifmoord in de publiciteit. De auteurs Ben Weider en Sten Forshufvud wijdden in 1995 een lijvig werk aan de kwestie met als titel, "Assasination at St.Helana Revisited". Volgens de auteurs staat het onomstotelijke vast dat Napoleon in twee fasen met arsenicum en andere kwalijke middelen zoals kalomel naar de ondergang werd geleid. Duidelijk werd aangetoond dat er veertig perioden waren waarin de arsenicum werd toegediend, dat zich via de bloedbaan verspreidde, het was geen uitwendige intoxicatie door middel van het koperarseniet uit het behang. Gezien het onderzoek van een van de haren en gezien de ziekte symptomen die de keizer vertoonde is er volgens de schrijvers geen andere conclusie mogelijk dan moord.

Graaf de Montholon zou de schuldige zijn, niet om het vermeende overspel van zijn vrouw, maar vanwege zijn contacten met royalisten, waaronder de Chevaliers de la Foix, die niets liever zagen dan dat Napoleon uit de weg zou worden geruimd. Ook de verdoezeling van feiten over de gezondheidstoestand van Napoleon door De Montholon pleit tegen hem.

De kwade genius achter dit geheel zou niemand minder dan Charles X zijn, die kort van 1824 tot 1830 koning van Frankrijk is geweest. Gezien de reputatie van Charles de Tiende, zijn dubieuze politieke beslissingen en zijn sterke band met de ultraroyalisten, is dit geen denkbeeldige zaak.

Paul Dentz 2004
Bericht geplaatst in: artikel