AMERIKAANSE VERKIEZINGEN

Geplaatst op 15 november 2004 door Michel Baartmans
De turbulente situatie op het wereldtoneel en Amerika’s omstreden rol daar in, en de ‘kater’ van de verkiezingen in 2000 versterken het belang dat aan deze verkiezingen wordt gehecht.
De Amerikaanse verkiezingen op 2 november zijn een niet te missen spektakel. Wellicht meer dan in voorgaande jaren heeft een groot deel van de wereld het idee dat de uitslag van grote invloed zal zijn op het reilen en zeilen van de wereld in de komende vier jaar. De turbulente situatie op het wereldtoneel en Amerika"s omstreden rol daar in, en de "kater" van de verkiezingen in 2000 versterken het belang dat door de wereld aan deze verkiezingen wordt gehecht. Een korte uiteenzetting over het mechanisme van de Amerikaanse verkiezingen is dan ook op zijn plaats.

Bij het schrijven van de Amerikaanse Grondwet in 1787 vonden de Founding Fathers dat de staatsinrichting van de jonge staat elke mogelijkheid van tirannie moest uitsluiten. De drie elementen van de staat, namelijk de wetgevende macht (het Congres), de uitvoerende macht (de President) en de Rechterlijke macht (het Hooggerechtshof) werden van elkaar gescheiden door het systeem van "checks and balances". Dit systeem van wederzijdse beperking en beïnvloeding zorgde er in theorie voor dat geen van de elementen dictatoriale machten kon verkrijgen en geen enkele positie onaantastbaar was. Anders gezegd: iedereen kon de ander in de wielen rijden. Nou is er in de loop van twee eeuwen wel het een en ander veranderd in het systeem: de positie van de President is veel machtiger geworden dan de Founding fathers ooit bedoeld hadden. Zij hadden liever gezien dat het congres belangrijker zou zijn dan de president, want een persoon was gevaarlijker dan een inherent verdeelde groep. Jammer voor hen. Dank zij deze machtsuitbreiding zijn de presidentsverkiezingen veel belangrijker geworden dan bijvoorbeeld de Senaatsverkiezingen. Belangrijk verschil, en bron van verwarring, hierbij is dat de verkiezing van de President indirect gebeurt: weer een systeem van afremming en beperking. Een Senator wordt direct gekozen door de bevolking van zijn of haar staat, de president wordt gekozen door kiesmannen in het Kiescollege. Waarom?

De Verenigde Staten zijn, zoals de naam al zegt een vereniging van aparte staten. Iedere staat heeft zijn eigen Gouverneur, zijn eigen Congres en zijn eigen Hooggerechtshof. Iedere staat levert, naast senatoren en afgevaardigden aan het nationale Congres, ook kiesmannen aan het Kiescollege. Dat aantal kiesmannen verschilt per staat: gebaseerd op de officiële federale volkstelling die elke tien jaar wordt gehouden, krijgen de staten een aantal kiesmannen naar rato van hun bevolkingomvang. Goed, over naar de verkiezingen.

Stap 1; de kandidaten presenteren zich. Tijdens de "primaries" kiezen leden van de partij afgevaardigden, die op hun beurt gedurende een partijbijeenkomst voor de kandidaat kiezen. Dit gebeurt meestal in het voorjaar van een verkiezingsjaar en krijgt in het buitenland niet zoveel aandacht. Nu dat de kandidaten bekend zijn en zich hebben aangemeld, begint de echte verkiezing. Stap 2: Op 2 november gaan de Amerikanen naar de stembus en maken hun keuze: de "popular vote". Per staat wordt het resultaat geteld, en komt het interessante gedeelte (stap 3); de winnaar krijgt alle kiesmannen. Dus als iemand met 33% van de stemmen wint in Florida, krijgt hij toch 100% van de kiesmannen van Florida. De runner-up met 32,9% krijgt niets. En omdat sommige staten nou eenmaal meer kiesmannen leveren, zoals Californië en Florida zijn ze belangrijker dan anderen zoals bijvoorbeeld North Dakota of Vermont. Als de uitslagen per staat bekend zijn worden de aantallen "electoral votes" in het Kiescollege opgeteld (dit is stap 4) en wordt de winnaar bekend gemaakt. Officieel wordt de telling in het Kiescollege pas in December in het Congres gehouden, maar dat is een formaliteit waar niemand verder aandacht aan besteed.

Het geheel is een wat ingewikkeld systeem, waardoor het technisch mogelijk is dat een kandidaat niet de meerderheid van de stemmen krijgt (bijvoorbeeld die 33%), maar wel President wordt omdat hij de "belangrijke" staten binnenhaalt. Aan de andere kant kan een kandidaat wel de meerderheid in de "popular vote" kan krijgen maar geen President wordt omdat hij de "zware" staten net mist. Verder zitten er nog wat kleine gaten in, zoals het feit dat een kiesman niet verplicht is in het kiescollege voor de winnende kandidaat van zijn staat te kiezen. Dat een kiesman niet de winnende kandidaat in zijn staat kiest, komt echter zeer sporadisch voor: sinds 1820 slechts 4 keer.

De komende verkiezingen worden waarschijnlijk een nog groter mediaspektakel dan de vorige keer. Amerika is dieper verdeeld dan ooit, en de inzet lijkt ook voor de rest van de wereld hoger. Maar op die hectische dag zelf komt het allemaal neer op een systeem dat meer dan tweehonderd jaar geleden door een stel bepruikte heren in elkaar is gezet. Voor hen was het een poging de meest Verlichte staat ooit te creëren, een radicaal experiment in een wereld van absolutistische koningen en keizers en een enkele republiek. Vergeleken met andere revolutionaire experimenten in staatsinrichting houdt dit systeem het nog lang vol.


Literatuur:
David Mauk, John Oakland, American Civilization (Londen, New York 1995)
David McKay, American Politics & Society (Oxford, 2001)

Voor verslaggeveving en informatie over de verkiezingen tussen Bush en Kerry klik op de volgende links:
http://www.foxnews.com/story/0,2933,134152,00.html
 http://bol.e-fulfilment.nl/e-messenger/clicked.php?3796118.827.77938
Bericht geplaatst in: artikel