DROWNING GIRL

Geplaatst op 12 februari 2005 door Ingrid van der Chijs
Hoewel het voorvoegsel ‘post’ in postmodernisme letterlijk een volgorde in tijd aanduidt, heeft het vanaf het begin meer de betekenis van ‘anti’ gehad.
Inleiding
Het postmodernisme is als begrip altijd omstreden geweest. Hoewel het voorvoegsel ‘post’ in postmodernisme letterlijk een volgorde in tijd aanduidt, heeft het vanaf het begin meer de betekenis van ‘anti’ gehad. De term ‘postmodernisme’ werd al in de jaren veertig, vlak na de Tweede Wereldoorlog, gebruikt. De Amerikaanse schrijver Randall Jarrell sprak over ‘post- of anti-modernistische’ poëzie. De Britse historicus Arnold Toynbee kondigde in dezelfde periode aan dat er een nieuwe periode in de Westerse geschiedenis zou aanbreken: het ‘Post-Modernisme’. Maar ondanks dat Toynbee één van de invloedrijkste historici van zijn tijd was, werd er weinig aandacht besteed aan deze uitspraak. Pas in de jaren zeventig en tachtig brak het postmodernisme door en werd de term gebruikt in de literatuur, kunst en architectuur. De discussie over het feit of er inderdaad een nieuwe periode in de geschiedenis is aangebroken en het postmodernisme het modernisme heeft vervangen, is echter nog lang niet voorbij.

In zijn essay over het debat over postmodernisme in de beeldende kunst, besluit kunsthistoricus Adi Martis met de conclusie dat de verwarring rond de begripsbepaling er vermoedelijk mee zal eindigen dat ook het postmodernisme slechts een fase in de ontwikkeling van het modernisme zal worden beschouwd. Maar anderen menen dat het postmodernisme wel degelijk een duidelijk van het modernisme te onderscheiden stroming is. Er blijft echter verwarring bestaan over de vraag waar het modernisme ophoudt en het postmodernisme begint. Het lijkt niet erg logisch om het postmodernisme al in de jaren veertig te laten beginnen, zoals Toynbee suggereerde, maar al vóór de jaren zeventig en tachtig zijn er tekenen van het postmodernisme te vinden. De belangrijkste stroming uit de jaren zestig, de pop art, vertoont veel kenmerken van het latere postmodernisme.

In deze scriptie wil ik onderzoeken in hoeverre de pop art en het postmodernisme overeenkomsten vertonen. Daarbij wil ik één specifieke kunstenaar behandelen uit de pop art, namelijk Roy Lichtenstein, omdat bij hem naar mijn idee alle belangrijke kenmerken van pop art terug te vinden zijn. Zijn schilderij ‘Drowning Girl’ uit 1963 (zie afbeelding 1) behandel ik uitgebreid. Helaas ontbreekt de tijd en de ruimte om op al zijn werken dieper in te gaan, maar op deze manier kan toch een heel aardig beeld gevormd worden van de ideeën en het werk van Lichtenstein en van pop art in het algemeen.
 
{mospagebreak} Postmodernisme
Ondanks alle kritiek zijn steeds meer critici en wetenschappers, zowel uit de beeldende kunst, architectuur en literatuur, als uit de filosofie, geschiedenis en sociologie, van mening dat het modernisme tot een einde is gekomen of in elk geval een ernstige identiteitscrisis doormaakt. In zijn ‘Introduction to Theories of Popular Culture’ noemt Dominic Strinati enkele belangrijke kenmerken van het postmodernisme. Volgens hem hebben de massamedia een belangrijke rol gespeeld in het ontstaan van het postmodernisme. Dacht men vroeger nog dat de media de mensen een spiegel voorhielden en daardoor tevens een afspiegeling waren van de maatschappij, tegenwoordig gelooft men dat de maatschappij zelfs gevormd wordt door de massamedia. Niet alleen bepalen ze door de enorme toestroom aan informatie het beeld dat de mensen van de werkelijkheid hebben, de media oefenen ook invloed uit op die werkelijkheid. Reclames, zowel op televisie als in bladen en kranten, hebben bijvoorbeeld veel invloed op het gedrag van de consument.

Als een gevolg van de toenemende invloed van de massamedia en met name de televisie, die gezien wordt als hét postmoderne medium bij uitstek, gaat uiterlijk een steeds grotere rol spelen in de samenleving. In de huidige maatschappij draait alles om stijl en imago, de zogenaamde ‘designer ideologie’. Men consumeert een imago of een stijl, zonder te letten op hoe bruikbaar die is, en betaalt daar veel geld voor, zonder naar de werkelijke waarde te kijken. Door de nadruk op de buitenkant te leggen, verliezen inhoud, integriteit en authenticiteit hun belang. Een voorbeeld van een televisieserie die past bij deze opvatting van het postmodernisme is ‘Miami Vice’. In ‘Miami Vice’, dat van 1985 tot 1990 werd uitgezonden, maar sindsdien oneindig wordt herhaald, gaat het officieel om het opsporen van criminelen en het oplossen van misdaden, maar eigenlijk draait alles om het uiterlijk van de hoofdpersonen en het imago dat ze ermee willen creëren. Er is meer aandacht besteed aan de visuele effecten, zoals de verschillende locaties, het gebruik van kleur en het camerawerk, dan aan de inhoud. De designerkleding van de hoofdpersonen werd door iedereen die de serie keek gekopieerd en beïnvloede het modebeeld van de jaren tachtig in hoge mate.

Bovenstaande kenmerken van het postmodernisme hebben bijgedragen aan de postmoderne opvattingen over kunst. De veranderingen in de maatschappij, met name de opkomst van de massamedia, hebben geleid tot soortgelijke veranderingen op het gebied van de beeldende kunst. De massamedia hebben ervoor gezorgd dat het onderscheid tussen cultuur en maatschappij is opgeheven. In tegenstelling tot het modernisme, dat exclusief en voor de elite was, sluit het postmodernisme niets en niemand uit. Zowel kunst met een grote als kunst met een kleine ‘k’ behoren tot het postmodernisme. Tal van uitingsvormen en disciplines worden door elkaar gebruikt. De postmodernisten streven niet naar een uniforme, internationale stijl, maar naar een pluraal kunstbegrip, waarin kunstvormen uit alle sociale niveaus en uit alle regio’s van de wereld naast elkaar bestaan. Het modernisme is zowel voor schrijvers en musici als voor kunstenaars een bevrijdende kracht geweest, maar het grote belang dat daarin werd gehecht aan de oorspronkelijkheid en autonomie van hun werk, leidde tot een zekere kloof tussen de kunst en het leven. Lange tijd was het de angst van critici, dat de cultuur van de massa uiteindelijk de maatstaf voor cultuur in het algemeen zou worden, maar de postmodernisten zien het als een overwinning, dat de musea niet langer bepalen wat wel en wat geen kunst is.

In het artikel van Martis ‘Modern-Postmodern een schijngevecht’ wordt een uitspraak van Rackstraw Downes uit 1976 aangehaald, die vond dat het modernisme gedegenereerd was tot een ‘pictorial narcism’, dat slechts in staat was zijn eigen aard te bewonderen. Het postmodernisme heeft volgens Downes de compactheid, gerichtheid en specialisatie van het modernisme vervangen door een ‘art of expansion, inclusion and wholes, with elasticity its principles and range its goal’. Deze ‘inclusion’ houdt ook in dat postmodernisten niet alleen naar het hier en nu kijken, maar ook teruggrijpen op het verleden. Modernistische ideeën van vooruitgang en het streven naar het nieuwe zijn voor de postmoderne kunstenaar een illusie; men kan slechts wensen anders te zijn, maar alles blijft in wezen bij voorbaat al een herhaling van de geschiedenis. Deze gedachtegang vormt de achtergrond van hergebruik van historische vormen, technieken en thema’s. Een hiermee verband houdend kenmerk van het postmodernisme is de herwaardering van niet in het modernistische vooruitgangsdenken passende culturele uitingen uit de westerse en niet-westerse kunst, zoals dada, het surrealisme en de naïeve schilderkunst. Kunst mag weer figuratief zijn. Een belangrijk element is dat postmoderne ‘herontdekking’ van het verleden en van ‘hetgeen al gezegd is’ niet onwetend is en dat de postmodernist zich hiervan ten volle bewust is. Daarom maakt de kunstenaar vaak gebruik van ironie of parodie.

In ‘Five faces of modernity’ van Calinescu wordt een citaat aangehaald van de Italiaanse schrijver Umberto Eco, naar aanleiding van het enorme succes van zijn boek ‘De naam van de roos’, dat zich in de Middeleeuwen afspeelt: ‘The avant-garde destroys, defaces the past. (…) Then de avant-garde goes further, destroys the figure, cancels it, arrives at the abstract, the informal, the white canvas, the slashed canvas, the charred canvas. (...) But the moment comes when the avant-garde (the modern) can go no further. The postmodern reply consists of recognising that the past, since it cannot really be destroyed, because its destruction leads to silence, must be revisited: but with irony, not innocently.’ Al in de jaren zestig ontstond er een tegenstroming, die zich afzette tegen het modernisme, de pop art. De ideeën van pop art vertonen veel overeenkomsten met die van het postmodernisme. Er zijn dan ook critici die van mening zijn dat het postmodernisme eigenlijk in de jaren zestig is begonnen met pop art. Eén van de belangrijkste kunstenaars die tot pop art behoorden, was Roy Lichtenstein.
 
{mospagebreak} Pop art
Toen Roy Lichtenstein in een interview om de definitie van pop art werd gevraagd, antwoordde hij: ‘I don’t know – the use of commercial art as subject matter in painting, I suppose. It was hard to get a painting that was despicable enough so that no one would hang it – everybody was hanging everything. It was almost acceptable to hang a dripping paint rag, everybody was accustomed to this. The one thing everyone hated was commercial art; apparently they didn’t hate that enough either.’

De collage ‘Just what is it that makes today’s homes so different, so appealing?’ Uit 1956 van de Engelse kunstenaar Richard Hamilton kan worden beschouwd als het eerste echt pop-kunstwerk. Toen het kunstwerk voor het eerst tentoongesteld werd, vatte men het ten onrechte op als een aanval op de consumptiemaatschappij. Voor de collage was gebruik gemaakt van een mannelijke en een vrouwelijke pin-up. De collage verwees verder naar de romantiek uit de boeketromannetjes, televisie, verpakkingen, duurzame consumptiegoederen, films, de aantrekkingskracht van de auto, enzovoort. Het werk was volgens de kunstenaar echter niet bedoeld als kritiek. Hij streefde slechts naar een nieuw soort kunst, die ‘begrijpelijk, vergankelijk, vervangbaar, goedkoop, massaal produceerbaar, jong, geestig, sexy, publiciteitsgericht, glamorous en een commercieel succes’ zou zijn. Daarmee zette hij de toon voor volgende kunstwerken.

Pop art ontstond in New York en Londen en de wereld waarop het uitkeek was dus de zeer specifieke wereld van de grote metropool van het midden van de twintigste eeuw. Het heeft zijn wortels in de stedelijke omgeving. Niet alleen dat: de pop art kijkt naar bepaalde aspecten die vanwege hun associaties en hun cultureel niveau niet voor een onderwerp voor kunst in aanmerking leken te kunnen komen. Voorbeelden hiervan zijn huishoudelijke apparaten, bijvoorbeeld koelkasten, afbeeldingen afkomstig uit de massamedia, zoals strips en billboards, eten, zoals hamburgers, ijs en cola, kleding en geld. Het zijn dingen die iedereen dagelijks tegenkomt en niet afkomstig uit de privé-wereld van de kunstenaar. Zo verhief pop art het onpersoonlijke tot stijl.

Een ander belangrijk onderwerp van kunstwerken uit pop art is de verwijzing naar een al bestaand (modernistisch) kunstwerk. Eerder zagen we dit ook bij enkele kunstwerken uit dada, bijvoorbeeld ‘L.H.O.O.Q’ van Duchamp uit 1919. Het kunstwerk is een reproductie van de Mona Lisa, waarop Duchamp een snor en een baard heeft geschilderd en een typisch voorbeeld van een parodie op een bekend kunstwerk. Liechtenstein heeft ‘reproducties’ op zijn naam staan van onder andere Monet, Cézanne, Picasso en Mondriaan. ‘I want my images to be as critical, as threatening, and as insistent as possible’, zei hij in een interview. Ook Lichtenstein had niet als bedoeling kritiek te leveren op de maatschappij. Op de vraag ‘About what?’ antwoordde hij: ‘As visual objects, as paintings, not as critical comments about the world.’ Door middel van parodie weet Lichtenstein het aura van onaantastbaarheid dat om deze schilders en hun kunstwerken heen hangt te doorbreken. Zonder een rechtstreeks duel aan te gaan met deze kunstenaars, zoals vorige generaties Amerikaanse schilders dat deden in hun strijd te proberen beter te zijn dan zij, weet hij, en met hem andere kunstenaars van pop art, op een simpele manier een bedreiging te vormen voor de gevestigde orde.

De kunstwerken van de pop art zijn zowel figuratief als realistisch, wat de avant-gardekunst sinds het allereerste begin met het realisme van Courbet niet meer was geweest. Courbet publiceerde in 1861 een manifest van het realisme, waarin hij stelde dat het beoefenen van de kunst voor een kunstenaar zou moeten inhouden ‘zich met al zijn gaven te concentreren op ideeën en objecten van het tijdvak waarin hij leeft’. Zes jaar eerder had hij, meer over zichzelf dan in het algemeen sprekend, hetzelfde verklaard in het korte manifest dat aan de catalogus van zijn expositie van 1855 was toegevoegd: ‘Weten om te kunnen handelen, dat was mijn gedachte. In een positie verkeren dat ik de gewoonten, de ideeën, de verschijnselen van mijn tijd kan vertolken… kortom, een levende kunst kan maken, dat is mijn doel.’ Deze cruciale stelregel dat een kunstenaar zich zowel met de eigentijdse wereld en met het leven moet bezighouden als met kunst ligt ook ten grondslag aan pop art. Ruim een eeuw na Courbet zegt Lichtenstein in een interview: ‘I think art since Cézanne has become extremely romantic and unrealistic, feeding on art; it is utopian. It has less and less to do with the world, it looks inward – neo-Zen and all that. This is not so much a criticism as an obvious observation. Outside is the world; it’s there. Pop art looks out onto the world (…).’

De kunstenaars van pop art behandelen hun thema’s op een heel specifieke manier. Enerzijds benadrukken ze dat de afbeelding, bijvoorbeeld een hamburger of een stripfiguur, niet meer is dan een ‘motief’, een voorwendsel om te kunnen schilderen, zoals een appel in een stilleven van Cézanne. Lichtenstein verklaarde dat een schilderij voor hem volkomen abstract is, wanneer hij ermee bezig is. Het staat de helft van de tijd zelfs gewoon ondersteboven. Anderzijds zijn de motieven, anders dan bij Cézanne, absoluut niet traditioneel en vertrouwd. Een toeschouwer die naar een werk van Cézanne kijkt, kan ze gemakkelijk negeren en zich op de kwaliteit van het schilderij concentreren, maar de motieven van pop art zijn nooit eerder gebruikt en eisen juist in hoge mate de aandacht van de toeschouwer op. Niet alleen waren de motieven nieuw, de afbeelding was vaak zeer letterlijk en realistischer dan men ooit eerder in de kunstgeschiedenis had gezien. Het resultaat was een vorm van kunst die het abstracte en figuratieve op een geheel nieuwe manier combineerde: het was realisme, maar dan wel in het licht en in het volle bewustzijn van alles wat zich sinds de tijd van Courbet in de moderne kunst had afgespeeld.
 
{mospagebreak} Lichtenstein, Drowning Girl, 1963
Tussen 1957 en 1961 ontwikkelde Lichtenstein een heel eigen stijl. Hij vond zijn inspiratie in de strip, een Amerikaanse uitvinding. Afkomstig uit het hart van de Amerikaanse burgerlijke cultuur, vertegenwoordigde de strip als geen ander de huidige tijd. Iedere Amerikaan was vertrouwd met de stripfiguren die ze overal in kranten en tijdschriften tegenkwamen.

Centraal in Lichtensteins werken is het gebruik van stereotype situaties. De kunstwerken die hij tussen 1961 en 1965 maakte, waartoe ook ‘Drowning Girl’ behoort, laten het gedrag zien van een doorsnee Amerikaanse volwassene in een stereotype situatie. Veel van Lichtensteins schilderijen uit die periode zijn gebaseerd op liefdes- en oorlogsstrips. In de liefdesstrips komt regelmatig een mooie blonde vrouw voor die smachtend op haar geliefde wacht. Het meisje in ‘Drowning Girl’ is een ‘All American girl’, hoewel ze niet blond is. Ze is mooi op een clichématige manier. Door haar regelmatige gelaatstrekken komt ze heel onpersoonlijk over, ze vertegenwoordigt als het ware de gemiddelde Amerikaanse vrouw. Hoewel de vrouw in een crisissituatie is en hevig geëmotioneerd is, komt de afbeelding koel en emotieloos over. Lichtensteins geliefden en helden zijn vaak heel pathetisch en vol van emotie, maar ze reageren zo clichématig dat ze daardoor juist heel oppervlakkig overkomen. Ze lijken bijna geprogrammeerd, zoals ze precies zó reageren als elke gemiddelde Amerikaan zou doen in die situatie. Het meisje in ‘Drowning Girl’ heeft waarschijnlijk ruzie gemaakt met haar geliefde en dreigt nu (letterlijk) te verdrinken in haar tranen, maar als toeschouwer voel je geen enkele behoefte om haar te redden en sta je volkomen onverschillig tegenover de naderende dood van het meisje, die eerder lachwekkend dan tragisch is. Lichtenstein gebruikt ironie om duidelijk te maken dat de doorsnee Amerikaan altijd bezig is met zichzelf en zijn of haar eigen kleine problemen, die daardoor buitenproportionele vormen aan kunnen nemen.

De afbeeldingen die Lichtenstein gebruikt zijn volkomen losgemaakt van de context, waartoe ze in het oorspronkelijke stripverhaal behoorden. Hij nam afbeeldingen nooit letterlijk over, maar soms bracht hij er slechts kleine veranderingen in aan, om een, naar zijn idee, mooiere compositie te bereiken. ‘I try to make the minimum amount of change’, zei Lichtenstein in een interview. Soms combineerde hij echter ook wel twee of zelfs drie verschillende afbeeldingen met elkaar en creëerde hij in feite een hele nieuwe afbeelding. De door hem gemaakte afbeelding tekende hij op een klein formaat papier, zodat het in zijn projector paste. Zo kon hij het plaatje op een groot stuk canvas projecteren en op een relatief simpele manier het kunstwerk schilderen, zoals hij het in gedachten had. Lichtenstein gebruikt maar een paar kleuren in zijn werken. In ‘Drowning Girl’ zijn alleen blauw en rood terug te vinden. Lichtenstein probeert op deze manier de afbeelding zo eenvoudig mogelijk te maken. ‘I want it oversimplified – anything that could be vaguely red becomes red’, aldus Lichtenstein in een interview. Ook het gebruik van lijnen probeert Lichtenstein zo simpel mogelijk te houden. Hiermee gaat hij duidelijk verder op een ontwikkeling die door Mondriaan is begonnen. De golven in ‘Girl Drowning’ zijn echter juist weer heel overdreven uitgewerkt en doen denken aan het werk van Hokusai of de biomorfische vormen van Arp en Miró. Lichtenstein mixt dus verschillende stijlen en verschillende stromingen binnen de schilderkunst met elkaar.

De stijl van Lichtenstein is, ondanks het feit dat hij gebruik maakt van techniek door het projecteren, zeer persoonlijk te noemen. Lichtenstein maakt gebruik van traditionele materialen. Hij werkt, zoals vele schilders dat voor hem hebben gedaan, met olie op canvas. Ook de manier waarop hij zijn composities maakt, is vrij traditioneel. Hij blijft binnen de rand van het schilderij en accepteert de lijst als grens. Binnen het raamwerk probeert Lichtenstein een balans te vinden en een complete afbeelding neer te zetten. Meestal houdt hij zich aan een redelijk klein formaat. Alleen wanneer hij grote objecten schildert, zoals een tempel, gebruikt hij een groter doek, om de indruk die een tempel op ware grootte maakt niet teniet te doen. De tekstballonnen die Lichtenstein gebruikt, dragen bij aan de compositie. Daarbij geven de teksten in de ballonnen extra duidelijkheid over de situatie. Door het gebruik van woorden wordt de situatie concreter. Bovendien wordt de toeschouwer door de tekst extra bewust gemaakt van de ironie van de situatie die hem of haar anders misschien zou ontgaan. De wanhoop en het verdriet van het meisje in ‘Girl Drowning’ is ook zonder de tekst duidelijk, maar door de tekst ‘I don’t care! I’d rather sink .. than call Brad for help!’ wordt de romantische context duidelijk. De woorden herhalen dus niet wat ook al blijkt uit de tekening zelf, maar dienen ter verduidelijking van de situatie.

Vanwege zijn techniek kreeg Lichtenstein veel kritiek. Hij werd ervan beschuldigd slechts te kopiëren en door het gebruik van een projector vond men dat hij eerder tot de commerciële kunst dan tot de ‘high art’ gerekend moest worden. Tijdens het postmodernisme zouden kunstenaars bijna dezelfde kritiek te horen krijgen als Roy Lichtenstein, en met hem de andere kunstenaars van pop art.
 
{mospagebreak} Conclusie
De Amerikaanse criticus L. Fiedler noemde in 1969 de recente trend om ‘hoge’ kunst doelbewust te vermengen met amateuristische elementen voor het eerst postmodern. Hij doelde daarbij op de pop art. Inderdaad zijn veel elementen die later als kenmerkend voor het postmodernisme werden beschouwd al terug te vinden bij pop art. Net als het postmodernisme zet de pop art zich af tegen de ‘museumkunst’, het modernisme. Kunstenaars van pop art vonden dat in principe alles kunst kon zijn en om dat te bewijzen maakten ze alledaagse voorwerpen tot onderwerp van hun schilderijen. Lichtenstein werkt het concept verder uit door niet alleen alledaagse voorwerpen, maar ook alledaagse situaties als onderwerp te nemen. Hij doet dit in de vorm van een strip, die elke Amerikaan kende uit kranten en tijdschriften, een verwijzing naar de opkomst van de massamedia. Hoewel hij bestaande strips gebruikt, neemt hij ze niet zonder meer over. Het belangrijkste element wat hij eraan toevoegt is ironie. Door het gebruik van ironie weet hij herkenbare situaties extreem clichématig te maken, waardoor juist afstand geschept wordt tot de toeschouwer. Lichtenstein mixt verschillenden stijlen uit het verleden met elkaar, maar doet dit niet zonder meer en is zich ten volle bewust van het effect. In ‘Drowning Girl’ zijn al deze elementen terug te vinden.

Het belangrijkste verschil tussen pop art en postmodernisme is dat pop art veel beperkter is. Het postmodernisme is meer dan alleen een kunststroming, het is een alles omvattende instelling, die behalve invloed op de beeldende kunst ook bepalend is voor bijvoorbeeld de filosofie en de wetenschap. Toch denk ik dat je wel kunst vaststellen dat het postmodernisme niet iets van alleen de jaren tachtig is, maar misschien zelfs wel de jaren zestig als beginpunt genomen zou kunnen worden. In een interview merkte Roy Lichtenstein eens op: ‘Everybody has called Pop art ‘American’ painting, but it’s actually industrial painting. America was hit by industrialism harder and sooner, and its values seem more askew. I think the meaning of my work is that’s industrial, it’s what all the world soon become. Europe will be the same way, so it won’t be American: it will be universal.’ Met deze uitspraak over pop art raakt hij in feite de kern van het postmodernisme, dat boven alles de moderne tijd vertegenwoordigt.
Bericht geplaatst in: artikel