geschiedenis.nl
Filips II

Filips II (1527 - 1598)

Filips II (Valladolid, 21 mei 1527 - Madrid, 13 september 1598) was koning van Spanje, Napels, Sicilië en (als Filips I) Portugal en Heer der Nederlanden. Hij speelde een hoofdrol in de koloniale expansie en exploitatie van het Spaanse Rijk, in de strijd tegen de islamitische Ottomanen en in de Europese godsdiensttwisten, waartoe de Nederlandse Opstand gerekend kan worden. Samen met zijn tweede echtgenote Maria I van Engeland was hij, tot haar dood, gedurende vier jaar ook koning van Engeland, in de hoop een katholieke troonopvolger te kunnen verwekken die zou heersen over de Nederlanden en over Engeland.

Filips II was de enige zoon van keizer Karel V (als koning van Spanje Karel I) bij zijn wettige echtgenote Isabella van Portugal. Vanaf 1539 trad hij in Spanje op als regent voor zijn vader, die vrijwel voortdurend op reis was in zijn uitgestrekte rijk. Hij verkreeg de Spaanse troon nadat zijn vader in 1556 was afgetreden. Het jaar daarvoor was hij zijn vader in de Nederlanden al opgevolgd. Anders dan zijn in Gent geboren vader was hij een Spanjaard, die geen persoonlijke band had met de Nederlanden. Behalve uit Spanje bestond het Spaanse rijk toen ook uit delen van Frankrijk en Italië en overzeese koloniën. Na de dood van Karel V in 1558 splitsten de Duitse en Oostenrijkse gebieden zich af en vielen toe aan zijn oom, Ferdinand I van het Heilige Roomse Rijk, die de Duitse tak van het Habsburgse Huis voortzette, maar Filips II vond dit niet erg. De overzeese koloniën waren veel lucratiever en de Duitse Habsburgers hadden Spanje al meerdere malen in een oorlog betrokken. Bovendien waren de afgesplitste gebieden zo onstabiel dat ze zijn machtspositie meer kwaad dan goed deden. Tijdens vrijwel zijn hele bewind was Frankrijk aan godsdiensttwisten ten prooi (de Hugenotenoorlogen), terwijl Spanje en Portugal grote inkomsten hadden uit hun koloniën, waarmee het beste Europese leger van die tijd op de been kon worden gehouden. Filips II kon dus de machtigste man van Europa worden, zoals zijn vader Karel V ook was geweest.

Filips II trouwde in 1543 met prinses Maria van Portugal. Zij kregen in 1545 een zoon, Don Carlos van Spanje (1545–1568). Maria overleed vier dagen na de geboorte. Filips II probeerde zijn macht verder uit te breiden door in 1554 te trouwen met de katholieke Engelse koningin Maria Tudor. Die stierf echter kinderloos in 1558, enkele jaren nadat Filips II koning van Spanje was geworden. Na haar dood probeerde Filips haar jongere halfzuster, de jonge protestantse koningin Elizabeth I te trouwen. Om een aantal redenen ging dit niet door (zoals trouwens alle volgende huwelijksaanzoeken aan Elizabeth). Filips II geloofde dat zijn zoon Karel van Asturië erachter zat. Deze Karel, Filips' beoogde Spaans-Portugese opvolger, vertoonde tekenen van waanzin en razernij. De jonge prins kon het niet verkroppen dat zijn vader hem niet had benoemd tot heerser over de Nederlanden en trachtte zijn vader daarop te vermoorden. In 1568 wou hij wegvluchten uit Spanje, maar werd echter opgesloten door zijn vader. In hetzelfde jaar stierf hij op mysterieuze wijze. Boze geruchten dat hij zou zijn vermoord door zijn vader zijn nooit bewezen.

In 1559 sloot Spanje na een reeks van 11 Italiaanse oorlogen sinds 1494 het Verdrag van Cateau-Cambrésis met Frankrijk, waarmee het aanzienlijke invloed in Italië behield, wat overigens niet het definitieve einde was van Spaanse inmenging in Frankrijk. Het gevolg van het einde aan deze pure machtsstrijd was, dat beide landen nu de handen vrijkregen om godsdiensttwisten uit te vechten. Als onderdeel van het vredesverdrag huwde Filips II met de 14-jarige dochter van de Franse koning Hendrik II, Elisabeth van Valois. Deze Elisabeth was eerder beloofd geweest aan zijn toen 14-jarige zoon Don Carlos. Bij Elisabeth kreeg hij twee dochters, maar geen zonen. Zij stierf na een aantal miskramen in 1568. In 1570 huwde hij zijn vierde vrouw, zijn 22 jaar jongere nichtje Anna van Oostenrijk (1549-1580), dochter van Maximiliaan II, die ook al beloofd geweest aan Don Carlos, tot diens dood. Pas in 1578 kreeg Filips een zoon, Filips III, die hem uiteindelijk kon opvolgen.


Geloof als motivatie voor zijn beleid
Filips II was geheel overtuigd van de goddelijke oorsprong en voorzienigheid inzake het koningschap. Zijn politiek had deswege twee hoofddoelstellingen: het verdedigen van de katholieke kerk en rechtvaardig handelen. Vooral zijn obsessie met het handelen conform zijn principes zorgde ervoor dat hij voortdurend twijfelde bij het nemen van beslissingen. Hij viel aldus ten prooi aan zijn raadgevers, die een belangrijke invloed op zijn beleid uitoefenden. Zijn angst om niet in overeenstemming te handelen met zijn verantwoording ten opzichte van God, maakte dat hij iedere kwestie haarfijn bestudeerde. Dit werkte op zich weer veel vertraging in de hand.

Filips II zag zichzelf als de leider van de contrareformatie, een beweging binnen de Rooms-katholieke Kerk als reactie op het groeiende protestantisme in Europa. Zijn toewijding aan de katholieke kerk en de groeiende rijkdom uit de koloniën maakten Filips II steeds meer gericht op koloniale expansie, die nodig was om zijn inmenging in allerlei Europese godsdienstoorlogen te bekostigen. Voor Filips II bestond er geen verschil tussen de belangen van de katholieke kerk en die van Spanje. Omdat Spanje zich het beste leger in Europa kon veroorloven en een stabiele, machtige regering had, breidde de macht van Spanje zich in zijn beginjaren steeds verder uit.


Oorlog met het Ottomaanse Rijk
Niet alleen het katholieke Spaanse rijk, maar ook het islamitische Ottomaanse Rijk was toen op het hoogtepunt van zijn macht. In 1558 hadden de Ottomanen de Balearen veroverd en geplunderd, en deden zelfs aanvallen op de Spaanse kust. De zuidkust van de Middellandse Zee en de Balkan waren in de decennia daarvoor al grotendeels veroverd; vooral de Balkan kon nu worden gezien als springplank naar Italië. Na de verovering in 1570 van Cyprus door de Ottomanen kreeg paus Pius V het eindelijk voor elkaar dat een 'Heilige Liga' zich effectief teweer zou stellen, waarbij Filips II zich opwierp als verdediger van het christelijke Europa tegen de Islam. De vloot van Spanje en een aantal Zuideuropese bondgenoten bracht de Ottomanen in een van de grootste zeeslagen uit de geschiedenis bij Lepanto aan de westkust van Griekenland in 1571 een zware nederlaag toe. Deze werd evenwel niet volledig uitgebuit, omdat de Liga vrij snel weer uit elkaar viel.


Nederlandse Opstand
Nadat de Beeldenstorm in 1566 in de Nederlanden had gewoed, stuurde Filips II de hertog van Alva om orde op zaken te stellen. Tegen het keiharde optreden van Alva brak al snel groot protest uit; zelfs de toenmalige landvoogdes Margaretha van Parma trad af, waarna Alva zelf maar tot landvoogd werd benoemd. De combinatie van militaire en godsdienstige repressie en verhoogde belastingdruk om de kosten voor deze operaties op te brengen verscherpte de tegenstellingen alleen maar, zodat vanaf 1568 de Nederlandse Opstand, die zou uitlopen op de Tachtigjarige Oorlog, een feit was. In 1573 werd Alva alweer ontslag verleend, om gezondheidsredenen. De strijd in de Nederlanden, de toenemende spanningen tussen Engeland en Spanje en de continue dreiging van invasies van de moslims vormden een forse aanslag op de staatskas. De komende tientallen jaren zou Spanje enkele malen bankroet worden verklaard. In 1576 leidde achterstalligheid van betaling van soldij aan zijn soldaten tot een rampzalige plundering van Antwerpen, die bekend geworden is als de Spaanse furie. De anti-Spaanse sentimenten werden hierdoor aanzienlijk versterkt. Willem van Oranje kon hierdoor in november van dat jaar een groot politiek succes boeken, de Pacificatie van Gent, die zijn ideaal van bestuurlijke eenheid van de Nederlanden op basis van godsdienstvrijheid dichterbij bracht. Deze eenheid was overigens slechts tijdelijk. Drie jaar later vielen de noordelijke en zuidelijke Nederlanden uiteen in de protestantse Unie van Utrecht en de katholieke Unie van Atrecht. De Opstand had echter wel vaste politieke vorm gekregen, die in 1581 leidde tot het Plakkaat van Verlatinghe, waarmee de noordelijke Staten-Generaal in 1581 Filips II verlaten (vervallen) verklaarde van zijn macht. In 1578 stuurde Filips Alexander Farnese, de latere hertog van Parma, als landvoogd aan. Deze bleek een bekwaam veldheer te zijn die een lange reeks militaire successen tegen de noordelijke Nederlanden boekte. Bovendien werd Willem van Oranje, de inspirator van de Opstand op wiens hoofd Filips een prijs had gesteld, in 1584 vermoord. Daarna zochten de opstandelingen uit arren moede aansluiting bij Engeland en gingen zelfs zover dat zij koningin Elizabeth de soevereiniteit over de noordelijke Nederlanden aanboden. Die schrok daarvoor terug, maar stuurde in 1587 wel de graaf van Leicester om de leiding te nemen. Dit was echter geen succes.


Annexatie van Portugal
 Standbeeld van Filips II in Madrid (F. Castro, 1753).Rond 1580 erfde Spanje Portugal doordat de koninklijke familie van Portugal uitstierf. Filips' moeder was een Portugese prinses en Filips benoemde zichzelf tot koning van Portugal. Dit werd in eerste instantie door de Portugese bevolking niet geaccepteerd, waardoor een invasie en bezetting nodig waren, waarvoor hij de inmiddels uit de Nederlanden teruggeroepen Alva goed kon gebruiken. Portugal zou 60 jaar deel uitmaken van het Spaanse rijk.

De bezetting van Portugal leverde nieuwe koloniën en rijkdommen op, maar door de invasie van Portugal had Filips II zijn greep op de opstand in de Nederlanden even moeten verminderen. De opstandelingen maakten hiervan handig gebruik en in 1581 verklaarden de Noordelijke Nederlanden zich onafhankelijk van Spanje. De oorlog en de financiële problemen begonnen inmiddels hun tol te eisen; het Spaanse leger was over zijn hoogtepunt heen. Behalve de militaire problemen speelden hierbij ook de politieke en economische inrichting van Spanje een rol. Spanje kende geen centrale regering, maar alleen regionale regeringen, die de instructies van de koning uitvoerden. Hierdoor had Filips II de absolute macht in zijn rijk. Hij had echter de neiging zich teveel met details bezig te houden, ten koste van de grote lijnen. Hierdoor verliep het dagelijks bestuur niet efficiënt. Door het economische beleid (vooral de verwaarlozing van de landbouw, waardoor Spanje afhankelijk werd van import, de hyperinflatie als gevolg van de import van rijkdommen uit de koloniën, het uitzetten van joden en Moren, waardoor Spanje geschoolde vaklui en handelslieden verloor, terwijl de adel en kerk vrijgesteld bleven van belasting. Spanje hield wel de façade van een supermacht op, maar leed aan intern verval.


Oorlog met Engeland
Na de dood van Maria Tudor was de verhouding met Engeland steeds verder verslechterd; niet alleen wilde Elizabeth I van Engeland niet met hem trouwen, zij bevorderde bovendien het protestantisme in haar eigen land en Engelse kapers eisten een zware tol van de Spaanse scheepvaart op de koloniën. In 1585 brak de Spaans-Engelse Oorlog uit, waarvan noch Filips, noch Elizabeth het einde zouden meemaken. De executie in 1587 van de katholieke koningin Maria I van Schotland in opdracht van Elizabeth, die bovendien de opstandelingen in de Nederlanden steunde, waren voor Filips II de reden een invasie te wagen. Als Engeland eenmaal op de knieën was gedwongen, zou met de opstandelingen in de Nederlanden afgerekend kunnen worden. Met een enorme vloot, de Armada, vertrok zijn leger in 1588 naar Engeland. De Armada leed echter door ongunstige wind en ineffectieve tactiek een vernietigende en kostbare nederlaag en Filips II moest van zijn invasieplannen afzien.


Latere jaren
Tussen 1590 en 1598 raakte Spanje opnieuw in oorlog met Frankrijk, ditmaal om te voorkomen dat Frankrijk een protestants bolwerk dreigde te worden. Zijn beste veldheer, de hertog van Parma, werd uit de Nederlanden weggeroepen om Parijs te ontzetten. De oorlog met Frankrijk gaf de opstandelingen in de Nederlanden extra ruimte, die werd benut; in die jaren zou de jonge Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden onder leiding van prins Maurits en Johan van Oldenbarnevelt het tij van de Tachtigjarige Oorlog definitief keren.


Nalatenschap
 Aan het einde van zijn leven in 1598 was het beleid van Filips II grotendeels mislukt. Hij had de Ottomanen dan wel weerstaan, maar geenszins uitgeschakeld; Frankrijk was een katholieke mogendheid gebleven, maar werd nog altijd geregeerd door de verdachte koning Hendrik IV. Die had zich in 1593 wel bekeerd tot het katholicisme (voor de tweede keer!), maar met de weinig enthousiaste verklaring dat 'Parijs hem wel een mis waard was', terwijl hij een zekere godsdienstvrijheid aan de protestanten bleef gunnen. Door zijn interventie in Frankrijk was hem de kans ontglipt om af te rekenen met de ketterse opstandelingen in de Nederlanden.

Bij de katholieke Engelse koningin Maria Tudor had hij geen Engelse troonopvolger kunnen verwekken, wat aanzienlijk heeft bijgedragen aan de overwinning van het protestantisme in Engeland; na de ramp met Armada in 1588 begonnen Engeland en de Republiek der Nederlanden zich te ontwikkelen tot wereldwijde maritieme mogendheden, die niet alleen weigerden zich te bekeren, maar hem bovendien zijn koloniën en zijn scheepvaartroutes betwistten.

Filips II werd opgevolgd door zijn 20-jarige zoon Filips III, in wiens bekwaamheid hij geen vertrouwen had. Hij liet hem een dodelijk verarmd Spanje en het immense paleis Escorial nabij Madrid na.

Bron: wikipedia.nl

 


Het Vredesjaar 1609

Het Twaalfjarig Bestand (1609-2009) : Rustpauze na veertig jaar opstand
In 2009 is het 400 jaar geleden dat de Republiek der Verenigde Nederlanden en de Spaanse koning het Twaalfjarig Bestand sloten.

Het Heksenhuis

Historische roman
Het Heksenhuis is een spannende historische roman over heksenvervolgingen in Duitsland in de Dertigjarige oorlog (1618-1638).

La leyenda negra y rosa

Filips II en Alva door Spaanse en Nederlandse ogen

Uw verslaggever is net terug uit Madrid! Aandacht voor de zwarte en rose legende rondom Felipe II El Prudente.